[Direct naar content](#content)

 Menuhttps://www.overheid.nl/Wettenbank

- [Overheid.nl](#other-sites)

- [Eenvoudig zoeken](/zoeken)

- [Uitgebreid zoeken](/uitgebreid_zoeken)

- [Toekomstige regelgeving zoeken](/toekomstig_zoeken)

- [Zoeken in EU-richtlijnen](/zoeken_op_eu-richtlijn)

[Overheid.nl](#other-sites)

 U bent hier:

- [Zoeken](/zoeken)

- [Zoekresultaten](#)

- [Regeling](/BWBV0004082/2020-11-30/0#Verdrag_1)

- Afdrukken

# Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden
 [...] van het ontduiken en ontwijken van belasting, 's-Gravenhage, 26-02-2010

 Geraadpleegd op 21-10-2026.

 Afdrukken[Annuleren](/BWBV0004082/2020-11-30/0#Verdrag_1)

## Authentiek
 : NL

#### Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden
 van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen
 van het ontduiken en ontwijken van belasting

 De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

 en

 de Zwitserse Bondsraad,

 Geleid door de wens hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen en hun samenwerking
 op het gebied van belastingzaken te verbeteren,

 Voornemens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking
 tot belastingen naar het inkomen, zonder mogelijkheden te scheppen voor niet-heffing
 of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of ontwijken van
 belasting (onder andere door treaty-shopping-structuren met het oog op het indirect
 ten voordele van inwoners van derde Staten verkrijgen van de in dit verdrag voorziene
 fiscale voordelen),

 Zijn het volgende overeengekomen:

### HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

#### Artikel 1. Personen op wie het Verdrag van toepassing is

 Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende
 Staten.

#### Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

- 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze
 van heffing, worden geheven ten behoeve van een Verdragsluitende Staat of van de staatkundige
 onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.

- 2 Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven
 naar het gehele inkomen of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen
 naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen of onroerende zaken,
 belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen,
 alsmede belastingen naar waardevermeerdering.

- 3 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:

- a. in Nederland:

- – de inkomstenbelasting;

- – de loonbelasting;

- – de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de nettowinsten
 behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet;

- – de dividendbelasting;

 (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”);

- b. in Zwitserland:

- – de belastingen van de Bondsstaat, de kantons en de gemeenten naar het inkomen (gehele
 inkomen, opbrengst van arbeid, opbrengst van vermogen, nijverheids- en handelsvoordelen,
 vermogenswinsten en andere bestanddelen van het inkomen);

 (hierna te noemen: „Zwitserse belasting”).

- 4 Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen
 die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande
 belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten
 doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgevingen
 zijn aangebracht.

- 5 Het Verdrag is niet van toepassing op belastingen geheven aan de bron ter zake van
 loterijprijzen.

### HOOFDSTUK II. BEGRIPSBEPALINGEN

#### Artikel 3. Algemene begripsbepalingen

- 1 Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

- a. betekenen de uitdrukkingen „een Verdragsluitende Staat” en „de andere Verdragsluitende
 Staat” het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) of Zwitserland, naargelang de context
 vereist;

- b. betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat
 in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten
 de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale
 recht, rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent;

- c. betekent de uitdrukking „Zwitserland” de Zwitserse Bondsstaat;

- d. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere
 vereniging van personen;

- e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing
 als een rechtspersoon wordt behandeld;

- f. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een Verdragsluitende Staat” en „onderneming
 van de andere Verdragsluitende Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door
 een inwoner van een Verdragsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner
 van de andere Verdragsluitende Staat;

- g. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig,
 geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een
 Verdragsluitende Staat is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend
 wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen;

- h. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

- i. in Nederland, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;

- ii. in Zwitserland, het hoofd van het Federale Ministerie van Financiën of zijn bevoegde
 vertegenwoordiger;

- i. betekent de uitdrukking „onderdaan”:

- i. elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit;

- ii. elke rechtspersoon, vennootschap of vereniging die zijn of haar rechtspositie als
 zodanig ontleent aan de wetgeving die in een Verdragsluitende Staat van kracht is;

- j. betekent de uitdrukking „een pensioenfonds” een plan, regeling, fonds, trust of andere
 regeling ingesteld in een Verdragsluitende Staat dat of die:

- i. gereguleerd wordt door en in het algemeen is vrijgesteld van belastingen naar het
 inkomen in die Staat; en

- ii. voornamelijk wordt geëxploiteerd voor het beheer of het verstrekken van pensioenen
 of pensioenuitkeringen of voor het verwerven van inkomsten ten behoeve van een of
 meer van dergelijke regelingen.

- 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat op enig moment
 heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de
 betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat
 met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke
 betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven
 een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt
 gegeven.

#### Artikel 4. Inwoner

- 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende
 Staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting
 is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige
 andere soortgelijke omstandigheid en omvat tevens de Staat zelf en elk staatkundig
 onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. Deze uitdrukking omvat
 echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter
 zake van inkomsten uit bronnen in die Staat.

- 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner
 van beide Verdragsluitende Staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:

- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis
 tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn
 beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarmede
 zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);

- b. indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen
 heeft, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking
 heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk
 verblijft;

- c. indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht
 slechts inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;

- d. indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde
 autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.

- 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste
 lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is, wordt hij geacht inwoner te zijn
 van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen.

#### Artikel 5. Vaste inrichting

- 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een
 vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming
 geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.

- 2 De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:

- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;

- b. een filiaal;

- c. een kantoor;

- d. een fabriek;

- e. een werkplaats; en

- f. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats waar natuurlijke
 rijkdommen worden gewonnen.

- 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden
 vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt.

- 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste
 inrichting” niet geacht te omvatten:

- a. het gebruik maken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering
 van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;

- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar,
 uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering;

- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar,
 uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming;

- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming
 goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen;

- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming
 enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter
 van hulpwerkzaamheid heeft;

- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van
 de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de
 werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit
 van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.

- 5 Indien een persoon – niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde
 lid van toepassing is – voor een onderneming werkzaam is, en een machtiging bezit
 om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende
 Staat gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen
 van het eerste en tweede lid, geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met
 betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij
 de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in
 het vierde lid, die, indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting,
 deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een
 vaste inrichting zouden maken.

- 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat
 te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door
 bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger,
 mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.

- 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat, een
 lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende
 Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting,
 hetzij op andere wijze), stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting
 van het andere.

### HOOFDSTUK III. BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

#### Artikel 6. Inkomsten uit onroerende zaken

- 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende
 zaken (waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven) die in de andere
 Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast.

- 2 De uitdrukking „onroerende zaken” heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens
 de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen.
 De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren,
 levende en dode have van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van
 het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van
 onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de
 exploitatie, of concessie tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere
 natuurlijke rijkdommen; schepen, binnenschepen en luchtvaartuigen worden niet als
 onroerende zaken beschouwd.

- 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de
 rechtstreekse exploitatie, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm
 van exploitatie van onroerende zaken.

- 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn eveneens van toepassing op inkomsten
 uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die
 worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid.

#### Artikel 7. Winst uit onderneming

- 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die
 Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf
 uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming
 aldus haar bedrijf uitoefent, mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat
 worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden
 toegerekend.

- 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een onderneming
 van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent
 door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Verdragsluitende
 Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen
 worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of
 soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden
 en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij
 een vaste inrichting is.

- 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten
 kosten, daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten, die ten
 behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting
 is gevestigd, hetzij elders.

- 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting
 toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst
 van de onderneming over haar verschillende delen, belet het tweede lid die Verdragsluitende
 Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling;
 de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn, dat het resultaat in overeenstemming
 is met de in dit artikel neergelegde beginselen.

- 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de
 aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming.

- 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te
 rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een
 goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken.

- 7 Indien in de voordelen bestanddelen van het inkomen zijn begrepen die afzonderlijk
 in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld, worden de bepalingen van die
 artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.

#### Artikel 8. Zeevaart, binnenvaart en luchtvaart

- 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer
 zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke
 leiding van de onderneming is gelegen.

- 2 Voordelen uit de exploitatie van binnenschepen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende
 Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

- 3 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming of een binnenscheepvaartonderneming
 zich aan boord van een schip of binnenschip bevindt, wordt deze plaats geacht te zijn
 gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip of het binnenschip
 is gelegen, of indien een dergelijke thuishaven er niet is, in de Verdragsluitende
 Staat waarvan de exploitant van het schip of het binnenschip inwoner is.

- 4 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming
 in een „pool”, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend
 agentschap.

#### Artikel 9. Gelieerde ondernemingen

- 1 Indien

- a. een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt
 aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming
 van de andere Verdragsluitende Staat, of

- b. dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het
 toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat
 en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat,

 en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen
 of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd, die afwijken
 van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen
 alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald,
 maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de voordelen
 van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast. Het is echter wel te verstaan
 dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten,
 zoals „costsharing”-overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten, voor of gebaseerd op
 de toerekening van kosten van de leiding, de algemene beheerskosten, de technische
 en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke
 kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin.

- 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat
 voordelen begrijpt – en dienovereenkomstig belast – ter zake waarvan een onderneming
 van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is
 betrokken en de andere Verdragsluitende Staat ermee instemt dat deze voordelen bestaan
 uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien
 tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als
 die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen, past die
 andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven,
 dienovereenkomstig aan. Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden
 met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de
 Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg.

#### Artikel 10. Dividenden

- 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat
 aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden
 belast.

- 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam
 dat de dividenden betaalt inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden
 belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van
 de andere Verdragsluitende Staat is, mag de aldus geheven belasting 15 percent van
 het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden.

- 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, verleent de Verdragsluitende Staat
 waarvan het lichaam inwoner is, voor de door dat lichaam betaalde dividenden vrijstelling
 van belasting indien:

- a. de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam is dat inwoner is van de
 andere Verdragsluitende Staat en dat onmiddellijk ten minste 10 percent bezit van
 het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt; of

- b. de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds is.

- 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming
 de wijze van toepassing van het tweede en derde lid.

- 5 De bepalingen van het tweede en derde lid laten onverlet de belastingheffing van het
 lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald.

- 6 De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit
 aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere
 rechten, niet zijnde schuldvorderingen, die aanspraak geven op een aandeel in de winst
 alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van
 de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, op dezelfde wijze aan
 de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen.

- 7 De bepalingen van het eerste, tweede, derde en negende lid zijn niet van toepassing
 indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een Verdragsluitende
 Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt
 inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting
 of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast
 middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot
 het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste
 middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) of van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) naargelang van het geval, van toepassing.

- 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat, voordelen of inkomsten
 verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat, mag die andere Staat geen belasting
 heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald, behalve voor zover deze
 dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit
 uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een
 in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een
 aldaar gevestigd vast middelpunt behoort, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam
 onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien
 de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan
 uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.

- 9 Het eerste, tweede en achtste lid beletten Nederland niet op een natuurlijke persoon
 voordat deze persoon ophield inwoner van Nederland te zijn, zijn nationale belastingwetgeving
 met betrekking tot de zogenoemde conserverende aanslag die aan deze natuurlijke persoon
 is opgelegd, toe te passen in verband met een aanmerkelijk belang in een lichaam.
 De vorige zin is uitsluitend van toepassing voor zover het gehele bedrag van de aanslag
 of een deel ervan nog openstaat.

#### Artikel 11. Interest

- 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die wordt verkregen door een inwoner
 van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is, is slechts
 in die andere Staat belastbaar.

- 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming
 de wijze van toepassing van het eerste lid.

- 3 De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen
 van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak
 gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten
 uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen
 de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen.
 In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit
 artikel niet als interest aangemerkt.

- 4 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde
 tot de interest, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende
 Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een
 aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht
 vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de schuldvordering uit hoofde waarvan
 de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot
 het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen
 van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) of van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) naar gelang van het geval, van toepassing.

- 5 Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk
 gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op
 de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat
 zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou
 zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde
 bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde
 bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten,
 zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.

#### Artikel 12. Royalty’s

- 1 Royalty’s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die worden verkregen door een inwoner
 van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is, zijn slechts
 in die andere Staat belastbaar.

- 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming
 de wijze van toepassing van het eerste lid.

- 3 De uitdrukking „royalty’s”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van
 welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht
 op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen
 bioscoopfilms, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een
 plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor inlichtingen omtrent ervaringen
 op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.

- 4 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde
 tot de royalty’s, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende
 Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een
 aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht
 vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan
 de royalty’s worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of
 tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen
 van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) of van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) naargelang van het geval, van toepassing.

- 5 Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk
 gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty’s, gelet
 op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is
 dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk
 gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op
 het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande
 deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de
 Verdragsluitende Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit
 Verdrag.

#### Artikel 13. Vermogenswinsten

- 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding
 van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat
 worden belast.

- 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van
 het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende
 Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren
 tot een vast middelpunt waarover een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de
 andere Verdragsluitende Staat beschikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid,
 waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting
 (afzonderlijk of met de gehele onderneming) of van dat vaste middelpunt, mogen in
 die andere Staat worden belast.

- 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal
 verkeer worden geëxploiteerd, en binnenschepen of van roerende goederen die worden
 gebruikt voor de exploitatie van deze schepen, luchtvaartuigen of binnenschepen, zijn
 slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke
 leiding van de onderneming is gelegen.

- 4 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding
 van aandelen – niet zijnde aandelen genoteerd op een effectenbeurs zoals overeengekomen
 kan worden tussen de Verdragsluitende Staten – of van andere vennootschappelijke rechten
 in een lichaam waarvan de activa onmiddellijk of middellijk voor meer dan 50 percent
 bestaan uit onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6), mogen in de andere Verdragsluitende Staat worden belast. De bepalingen van de voorgaande
 zin zijn niet van toepassing indien:

- a. de persoon die de voordelen verkrijgt, vóór de vervreemding minder dan 5 percent van
 de aandelen of andere vennootschappelijke rechten in het lichaam bezat; of

- b. de voordelen voortvloeien uit een reorganisatie, fusie, splitsing of soortgelijke
 transactie; of

- c. het lichaam de onroerende zaak gebruikt voor het uitoefenen van zijn bedrijf.

- 5 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in
 het eerste, tweede, derde en vierde lid, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende
 Staat waarvan de vervreemder inwoner is.

- 6 Het vijfde lid belet Nederland niet op een natuurlijke persoon, voordat deze persoon
 ophield inwoner van Nederland te zijn, zijn nationale belastingwetgeving met betrekking
 tot de zogenoemde conserverende aanslag die aan deze natuurlijke persoon is opgelegd,
 toe te passen in verband met een aanmerkelijk belang in een lichaam. De vorige zin
 is uitsluitend van toepassing voor zover het gehele bedrag van de aanslag of een deel
 ervan nog openstaat.

#### Artikel 14. Zelfstandige arbeid

- 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening
 van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn
 slechts in die Staat belastbaar, tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor
 het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt.
 Indien hij beschikt over een dergelijk vast middelpunt, mogen de inkomsten in de andere
 Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen
 worden toegerekend.

- 2 De uitdrukking „vrij beroep” omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op
 het gebied van wetenschap, letterkunde, kunst, opvoeding of onderwijs, alsmede de
 zelfstandige werkzaamheden van artsen, advocaten, technici, architecten, tandartsen
 en accountants.

#### Artikel 15. Niet-zelfstandige arbeid

- 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 16](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16), [18](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel18) en [19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner
 van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat
 belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend.
 Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen
 beloning in die andere Staat worden belast.

- 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een
 inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende
 Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar,
 indien:

- a. de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die
 in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaat of
 gaan, en

- b. de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere
 Staat is, en

- c. de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of een vast middelpunt
 dat de werkgever in de andere Staat heeft.

- 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen
 ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig
 dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, of aan boord van een binnenschip,
 worden belast in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding
 van de onderneming is gelegen.

#### Artikel 16. Directeursbeloningen

- 1 Directeursbeloningen, presentiegelden, vaste beloningen en andere vergoedingen ontvangen
 door leden van de raad van beheer of van de raad van commissarissen van een lichaam
 dat inwoner is van Zwitserland, in die hoedanigheid, mogen in Zwitserland worden belast.

- 2 Directeursbeloningen, presentiegelden, vaste beloningen en andere vergoedingen door
 bestuurders of commissarissen in die hoedanigheid ontvangen van een lichaam dat inwoner
 is van Nederland, mogen in Nederland worden belast.

- 3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, zijn lonen en salarissen betaald door
 een lichaam dat inwoner is van Nederland aan zijn bestuurders die inwoner zijn van
 Zwitserland voor de helft onderworpen aan belasting in Nederland en voor de andere
 helft aan belasting in Zwitserland. Indien dergelijke lonen en salarissen worden ontvangen
 door bestuurders vanwege de uitoefening van hun werkzaamheden in die hoedanigheid
 bij een in Zwitserland gevestigde vaste inrichting van een lichaam dat inwoner is
 van Nederland en ten laste komen van de vaste inrichting, mogen deze in Zwitserland
 worden belast.

- 4 Beloningen voor diensten die door personen als bedoeld in het eerste en tweede lid
 in een andere hoedanigheid daadwerkelijk worden ontvangen, zijn overeenkomstig de
 bepalingen van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) of [15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) belastbaar.

- 5 Voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel betekenen de uitdrukkingen „bestuurders”
 en „commissarissen” onderscheidenlijk personen die zijn belast met de algemene leiding
 van het lichaam, en personen die zijn belast met het toezicht daarop.

#### Artikel 17. Artiesten en sportbeoefenaars

- 1 Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) en [15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15), mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende
 Staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest
 of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig
 die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, worden belast in die andere
 Staat.

- 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een
 artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest
 of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen
 of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7), [14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) en [15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15), worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest
 of sportbeoefenaar worden verricht, tenzij wordt vastgesteld dat noch de artiest of
 sportbeoefenaar noch met hen verbonden personen (ongeacht of zij inwoner zijn van
 die Staat) onmiddellijk of middellijk op enige wijze delen in de ontvangsten of voordelen
 van die andere persoon, met inbegrip van ontvangen uitgestelde beloningen, bonussen,
 vergoedingen, dividenden, uitdelingen van partnerships of andere uitdelingen.

- 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of
 inkomsten die worden verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit
 werkzaamheden die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, indien het
 bezoek aan die andere Staat geheel of grotendeels wordt bekostigd uit de openbare
 middelen van een of beide Verdragsluitende Staten, staatkundige onderdelen of plaatselijke
 publiekrechtelijke lichamen daarvan, of plaatsvindt in het kader van een culturele
 overeenkomst tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten. In een zodanig geval
 zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan
 de artiest of sportbeoefenaar inwoner is.

#### Artikel 18. Pensioenen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen

- 1 Pensioenen en andere soortgelijke beloningen, alsmede lijfrenten, waaronder afkoopsommen
 betaald in plaats van een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente, afkomstig
 uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende
 Staat en betalingen krachtens de bepalingen van de socialezekerheidswetgeving van
 de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende
 Staat mogen in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat worden belast. Indien echter
 dergelijke betalingen een periodiek karakter dragen (met uitzondering van afkoopsommen
 betaald in plaats van een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente) mag
 de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van
 de betaling.

- 2 Een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te
 zijn uit een Verdragsluitende Staat voor zover de met het pensioen of een andere soortgelijke
 beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen, dan wel de aanspraken
 op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die Staat in aanmerking
 zijn gekomen voor een fiscale tegemoetkoming.

- 3 De uitdrukking „lijfrente” betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen,
 hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling
 vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover
 een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat en voor zover
 de aanspraak of de met de lijfrente samenhangende bijdrage in de Verdragsluitende
 Staat waaruit de lijfrente afkomstig is, in aanmerking is gekomen voor een fiscale
 tegemoetkoming.

#### Artikel 19. Overheidsfuncties

- 1

- a. Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 18](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel18), mogen salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen, betaald door een Verdragsluitende
 Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan,
 aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel
 of dat publiekrechtelijke lichaam, in die Staat worden belast.

- b. Deze salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de
 andere Verdragsluitende Staat belastbaar, indien de diensten in die Staat worden bewezen
 en de natuurlijke persoon een inwoner is van die Staat die:

- i. onderdaan is van die Staat; of

- ii. niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd.

- 2 De bepalingen van de [artikelen 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15), [16](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16) en [17](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17) zijn van toepassing op salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen ter zake
 van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door
 een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk
 lichaam daarvan.

#### Artikel 20. Studenten

 Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde
 persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende
 Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn
 studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van
 zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die Staat niet belastbaar, mits deze
 betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat.

#### Artikel 21. Overige inkomsten

- 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat, van waaruit
 ook afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld,
 zijn slechts in die Staat belastbaar.

- 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde
 inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6), indien de genieter van die inkomsten, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat,
 in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar
 gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit
 een vast middelpunt aldaar, en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten
 worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen
 van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) of van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) naargelang van het geval, van toepassing.

### HOOFDSTUK IV. VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

#### Artikel 22. Vermijding van dubbele belasting

- 1 Nederland is bevoegd, bij het heffen van belasting van zijn inwoners, in de grondslag
 waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen
 die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast.

- 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die
 volgens [artikel 6, eerste, derde en vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6), [artikel 7, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7), [artikel 8, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel8), [artikel 10, zevende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), [artikel 11, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11), [artikel 12, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12), [artikel 13, eerste, tweede, derde en vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), [artikel 14, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14), [artikel 15, eerste en derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15), [artikel 19, eerste lid, onderdeel a](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19), en [artikel 21, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21), van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast en die in de in het eerste lid
 bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland dergelijke bestanddelen van het
 inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering
 wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden
 van dubbele belasting. Daartoe worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht
 te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die
 bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

- 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor
 de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), [artikel 16, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16), [artikel 17, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17), en [artikel 18, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel18), van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen
 in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek
 is gelijk aan de in Zwitserland over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting,
 maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden
 van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de aftrek die
 zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen
 de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen
 in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse
 belasting zijn vrijgesteld.

 Dit lid beperkt een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de
 bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet,
 echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de aftrek van de
 Nederlandse belasting betreft met betrekking tot de som van inkomsten afkomstig uit
 meer dan één rechtsgebied en de voortwenteling van de belasting betaald in Zwitserland
 op bedoelde bestanddelen van het inkomen naar de volgende jaren.

- 4 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid verleent Nederland een aftrek op
 de Nederlandse belasting voor de in Zwitserland betaalde belasting op bestanddelen
 van het inkomen die volgens [artikel 7, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7), [artikel 10, zevende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), [artikel 11, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11), [artikel 12, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12), [artikel 13, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), en [artikel 21, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21), van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen
 in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, voor zover Nederland uit
 hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele
 belasting een aftrek verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander rechtsgebied
 over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze
 aftrek zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

- 5 In het geval van Zwitserland wordt dubbele belasting als volgt vermeden:

- a. Indien een inwoner van Zwitserland inkomsten verkrijgt, die in overeenstemming met
 de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mogen worden belast, stelt Zwitserland,
 onder voorbehoud van de bepalingen van onderdelen b en c, deze inkomsten vrij van
 belasting, maar kan Zwitserland bij het berekenen van de belasting over de resterende
 inkomsten van die inwoner het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn
 geweest, indien de vrijgestelde inkomsten niet aldus waren vrijgesteld. Deze vrijstelling
 is evenwel slechts van toepassing op de voordelen en inkomsten bedoeld in [artikel 13, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), en [artikel 17, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17), indien bewijs wordt overgelegd van de werkelijke belasting over deze voordelen en
 inkomsten in Nederland.

- b. Indien een inwoner van Zwitserland dividenden verkrijgt die in overeenstemming met
 de bepalingen van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) in Nederland mogen worden belast, verleent Zwitserland deze inwoner op verzoek een
 vermindering. De vermindering kan bestaan uit:

- i. een aftrek op de belasting over het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk
 is aan de belasting die in Nederland is geheven in overeenstemming met de bepalingen
 van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10); deze aftrek is evenwel niet hoger dan het deel van de Zwitserse belasting, berekend
 voordat de aftrek is verleend, dat is toe te rekenen aan de inkomsten die in Nederland
 mogen worden belast; of

- ii. een forfaitaire aftrek van de Zwitserse belasting; of

- iii. een gedeeltelijke vrijstelling van de Zwitserse belasting op deze dividenden, die
 in elk geval bestaat uit ten minste een aftrek op het brutobedrag van de dividenden
 van de in Nederland geheven belasting.

 Zwitserland stelt de toepasselijke vermindering vast en past de procedure toe in overeenstemming
 met de Zwitserse voorschriften ter zake van de uitvoering van internationale verdragen
 van de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting.

- c. Indien een inwoner van Zwitserland periodieke uitkeringen verkrijgt in overeenstemming
 met de bepalingen van de tweede zin van [artikel 18, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel18), die in Nederland mogen worden belast, verleent Zwitserland deze inwoner op verzoek
 een vermindering van een derde van het nettobedrag van dergelijke pensioenen of lijfrenten.

- 6 De bepalingen van het tweede lid en van het vijfde lid, onderdeel a, zijn niet van
 toepassing op inkomensbestanddelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende
 Staat wanneer de andere Verdragsluitende Staat de bepalingen van dit Verdrag toepast
 om deze inkomensbestanddelen vrij te stellen van belasting of de bepalingen van [artikel 10, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), op deze inkomensbestanddelen toepast.

### HOOFDSTUK V. BIJZONDERE BEPALINGEN

#### Artikel 23. Werkzaamheden op het continentaal plat

- 1 De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enigerlei andere
 bepalingen van dit Verdrag. Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden
 op het continentaal plat van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen
 ingevolge de bepalingen van [artikel 5](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14).

- 2 In dit artikel betekent de uitdrukking „werkzaamheden op het continentaal plat” werkzaamheden
 die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de
 in Nederland gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen,
 in overeenstemming met het internationaal recht.

- 3 Een onderneming van Zwitserland die in Nederland werkzaamheden op het continentaal
 plat verricht, wordt, onder voorbehoud van het vierde lid van dit artikel, geacht
 ter zake van die werkzaamheden in Nederland een bedrijf uit te oefenen door middel
 van een aldaar gevestigde vaste inrichting, tenzij de desbetreffende werkzaamheden
 op het continentaal plat in Nederland worden verricht gedurende een tijdvak dat of
 tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van minder dan 30 dagen
 beslaat of beslaan.

 Voor de toepassing van dit lid wordt:

- a. indien een onderneming die in Nederland werkzaamheden op het continentaal plat verricht
 en die is gelieerd aan een andere onderneming, welke andere onderneming als onderdeel
 van hetzelfde project dezelfde werkzaamheden op het continentaal plat voortzet die
 worden of werden uitgevoerd door de eerstbedoelde onderneming, en de hiervoor bedoelde
 door beide ondernemingen verrichte werkzaamheden bij elkaar opgeteld een tijdvak van
 ten minste 30 dagen beslaan, iedere onderneming geacht haar werkzaamheden te verrichten
 gedurende een tijdvak dat ten minste 30 dagen in een tijdvak van twaalf maanden beslaat;

- b. een onderneming geacht gelieerd te zijn aan een andere onderneming indien de ene onmiddellijk
 of middellijk ten minste een derde deel van het kapitaal van de andere onderneming
 bezit of indien een persoon onmiddellijk of middellijk ten minste een derde deel van
 het kapitaal van beide ondernemingen bezit.

- 4 Voor de toepassing van het derde lid van dit artikel wordt de uitdrukking „werkzaamheden
 op het continentaal plat” evenwel niet geacht te omvatten:

- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5);

- b. sleep- of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn
 ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte activiteiten;

- c. het vervoer van voorraden of personeel door schepen of luchtvaartuigen in internationaal
 verkeer.

- 5 Een inwoner van Zwitserland die in het kader van een vrij beroep of andere werkzaamheden
 van zelfstandige aard in Nederland werkzaamheden op het continentaal plat verricht,
 wordt geacht die werkzaamheden te verrichten vanuit een vast middelpunt in Nederland,
 indien de desbetreffende werkzaamheden op het continentaal plat in een tijdvak van
 twaalf maanden een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen of meer beslaan.

- 6 Niettegenstaande de tweede volzin van het eerste lid van dit artikel, mogen salarissen,
 lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van Zwitserland
 ter zake van een dienstbetrekking in verband met werkzaamheden op het continentaal
 plat die worden verricht door middel van een vaste inrichting in Nederland, voor zover
 de dienstbetrekking op het continentaal plat wordt uitgeoefend, in Nederland worden
 belast.

#### Artikel 24. Non-discriminatie

- 1 Onderdanen van een Verdragsluitende Staat worden in de andere Verdragsluitende Staat
 niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen,
 die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen
 waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder
 met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is,
 niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel1), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende
 Staten.

- 2 De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende
 Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger
 dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden
 uitoefenen.

- 3 Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9), [artikel 11, vijfde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11), of [artikel 12, vijfde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12), van toepassing zijn, zijn interest, royalty’s en andere uitgaven betaald door een
 onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende
 Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde
 voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde
 Staat.

- 4 Ondernemingen van een Verdragsluitende Staat, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk,
 onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer
 inwoners van de andere Verdragsluitende Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet
 aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen,
 die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen
 waaraan andere soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen
 worden onderworpen.

- 5 Niets in dit artikel mag aldus worden uitgelegd, dat een Verdragsluitende Staat verplicht
 is aan inwoners van de andere Verdragsluitende Staat bij de belastingheffing de persoonlijke
 aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de samenstelling van
 het gezin of gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde Staat aan zijn eigen inwoners
 verleent.

- 6 Bijdragen die door of namens een natuurlijke persoon die in een Verdragsluitende Staat
 een dienstbetrekking uitoefent of als zelfstandige werkzaam is („het gastland”), worden
 betaald aan een in de andere Verdragsluitende Staat voor de belastingheffing erkend
 pensioenfonds („het thuisland”), worden

- a. voor het vaststellen van de door de natuurlijke persoon in het gastland verschuldigde
 belasting; en

- b. voor het vaststellen van de winst van zijn werkgever die in het gastland mag worden
 belast;

 in het gastland op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden en beperkingen behandeld
 als bijdragen die zijn betaald aan een pensioenfonds dat in die Staat voor de belastingheffing
 erkend is, voor zover zij niet zo worden behandeld door het thuisland.

- 7 Het zesde lid is slechts van toepassing indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- a. op de natuurlijke persoon is de wetgeving van het thuisland van toepassing in overeenstemming
 met de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en
 de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, ondertekend
 op 21 juni 1999; en

- b. de natuurlijke persoon was onmiddellijk voorafgaand aan het uitoefenen van de dienstbetrekking
 of zijn werkzaamheden als zelfstandige in het gastland geen inwoner van het gastland
 en nam deel in het pensioenfonds (of een ander soortgelijk pensioenfonds ter vervanging
 van het eerstgenoemde pensioenfonds); en

- c. het pensioenfonds wordt door de bevoegde autoriteit van het gastland aanvaard als
 zijnde over het algemeen gelijkwaardig aan een door die Staat voor de belastingheffing
 met betrekking tot natuurlijke personen als zodanig erkend pensioenfonds.

- 8 De bepalingen van het zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op
 bijdragen aan Nederlandse pensioen(verzekerings)regelingen, waaronder regelingen met
 verzekeringsmaatschappijen waarin een persoon deelneemt om een pensioenuitkering veilig
 te stellen.

- 9 De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel2), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.

#### Artikel 25. Regeling voor onderling overleg

- 1 Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende
 Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming
 is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de
 nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn zaak voorleggen aan de bevoegde
 autoriteit van een van de Verdragsluitende Staten. De zaak dient te worden voorgelegd
 binnen drie jaar na de eerste kennisgeving omtrent de maatregel die leidt tot een
 belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag.

- 2 De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien
 zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid
 in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende
 Staat te regelen teneinde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met
 het Verdrag te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd ongeacht de
 eventuele termijnen in het nationale recht van de Verdragsluitende Staten.

- 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten trachten moeilijkheden of
 twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing
 van het Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Zij kunnen ook met elkaar
 overleg plegen teneinde dubbele belasting ongedaan te maken in gevallen die niet in
 het Verdrag zijn geregeld.

- 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met
 elkaar in verbinding stellen teneinde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande
 leden te bereiken.

- 5 Indien

- a) een persoon uit hoofde van het eerste lid van dit artikel een zaak heeft voorgelegd
 aan de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat omdat de maatregelen van
 een of van beide Verdragsluitende Staten ertoe hebben geleid dat de belastingheffing
 voor die persoon niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, en

- b) de bevoegde autoriteiten er binnen drie jaar nadat de zaak is voorgelegd aan de bevoegde
 autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat niet in slagen overeenstemming te
 bereiken om deze zaak op te lossen overeenkomstig het tweede lid,

 worden onopgeloste kwesties die voortvloeien uit de zaak op verzoek van de persoon
 voorgelegd voor arbitrage. Deze onopgeloste kwesties worden evenwel niet voorgelegd
 voor arbitrage indien een rechterlijke instantie of administratiefrechtelijk lichaam
 van een van beide Staten er reeds over beslist heeft. Deze arbitrale uitspraak is
 bindend voor beide Verdragsluitende Staten en wordt ten uitvoer gelegd ongeacht de
 eventuele termijnen in het nationale recht van deze Staten, tenzij de rechtstreeks
 betrokken persoon de gezamenlijke regeling voor de tenuitvoerlegging van de arbitrale
 uitspraak niet aanvaardt. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten
 regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid.

 De Verdragsluitende Staten kunnen aan de arbitragecommissie, ingesteld volgens de
 bepalingen van dit lid, de inlichtingen verstrekken die nodig zijn om de arbitrageprocedure
 uit te voeren. De leden van de arbitragecommissie zijn met betrekking tot de aldus
 verstrekte inlichtingen onderworpen aan de beperkingen van openbaarmaking als omschreven
 in het [tweede lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26).

#### Artikel 26. Uitwisseling van inlichtingen

- 1 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit
 die naar verwachting van belang zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit
 Verdrag of voor de administratie of de tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving
 met betrekking tot belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve
 van de Verdragsluitende Staten, of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke
 publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing van die belastingen niet
 in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt
 door de [artikelen 1](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel1) en [2](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel2).

- 2 Alle uit hoofde van het eerste lid door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen
 worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale
 wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen
 of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke
 lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging
 of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op
 de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of
 autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruikmaken. Zij
 mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
 Niettegenstaande het voorgaande mogen inlichtingen ontvangen door een Verdragsluitende
 Staat voor andere doeleinden worden gebruikt, indien deze inlichtingen krachtens de
 wetgeving van beide Staten voor deze andere doeleinden mogen worden gebruikt en de
 bevoegde autoriteit van de verstrekkende Staat een dergelijk gebruik toestaat.

- 3 In geen geval worden de bepalingen van het eerste en tweede lid zo uitgelegd dat zij
 een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:

- a. administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving en administratieve
 praktijk van die of van de andere Verdragsluitende Staat;

- b. inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in
 de normale administratieve gang van zaken van die of van de andere Verdragsluitende
 Staat;

- c. inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim
 of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan
 het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).

- 4 Indien inlichtingen worden verzocht door een Verdragsluitende Staat in overeenstemming
 met dit artikel, wendt de andere Verdragsluitende Staat zijn maatregelen inzake het
 verzamelen van inlichtingen aan om de verlangde inlichtingen te verkrijgen, ongeacht
 het feit dat de andere Staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over
 dergelijke inlichtingen behoeft te beschikken. Op de in de vorige zin vervatte verplichting
 zijn de beperkingen van het derde lid van toepassing, maar deze beperkingen mogen
 in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een Verdragsluitende Staat toegestaan
 is uitsluitend op grond van het feit dat hij geen nationaal belang heeft bij dergelijke
 inlichtingen te weigeren inlichtingen te verstrekken.

- 5 De bepalingen van het derde lid mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het
 een Verdragsluitende Staat toegestaan is het verschaffen van inlichtingen te weigeren
 uitsluitend op grond van het feit dat de betreffende gegevens berusten bij een bank,
 een andere financiële instelling, een gevolmachtigde, of een persoon die bij wijze
 van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, dan wel omdat deze betrekking
 hebben op eigendomsbelangen in een persoon. Teneinde dergelijke inlichtingen te verkrijgen,
 zullen de belastingautoriteiten van de aangezochte Verdragsluitende Staat bevoegd
 zijn de openbaarmaking te gelasten van inlichtingen waarop dit lid van toepassing
 is, niettegenstaande het derde lid of eventuele andere bepalingen in hun nationale
 wetgeving die strekken tot het tegendeel.

#### Artikel 27. Leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

- 1 De bepalingen in dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan
 die leden van diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaire posten ontlenen aan
 de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

- 2 Voor de toepassing van het Verdrag wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt
 van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post van een Verdragsluitende
 Staat in de andere Verdragsluitende Staat of in een derde Staat en die een onderdaan
 is van de zendstaat, geacht inwoner van de zendstaat te zijn, indien hij daarin aan
 dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen is onderworpen als
 inwoners van die Staat.

- 3 Het Verdrag is niet van toepassing op internationale organisaties, op hun organen
 of functionarissen, noch op leden van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire
 post van een derde Staat, die in een Verdragsluitende Staat verblijven, indien zij
 in die Staat niet aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen
 zijn onderworpen als inwoners van die Staat.

#### Artikel 27a. Recht op voordelen

 Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde
 van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een inkomensbestanddeel indien,
 alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijs kan
 worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dit voordeel een van de voornaamste redenen
 was voor een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft
 geleid, tenzij wordt vastgesteld dat toekenning van dit voordeel in deze omstandigheden
 in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van
 dit Verdrag.

#### Artikel 28. Uitbreiding tot andere gebieden

- 1 Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden
 uitgebreid tot de delen van het Koninkrijk der Nederlanden die buiten Europa zijn
 gelegen, indien de desbetreffende delen belastingen heffen die in wezen gelijksoortig
 zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Een dergelijke uitbreiding
 wordt tussen de beide Verdragsluitende Partijen bij diplomatieke notawisseling overeengekomen
 en wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en
 voorwaarden (daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging) nader
 vast te stellen bij deze diplomatieke notawisseling.

- 2 Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen tussen de Verdragsluitende Staten, leidt
 beëindiging van dit Verdrag tevens tot beëindiging van een eventuele uitbreiding van
 dit Verdrag tot elk deel van het Koninkrijk der Nederlanden waartoe het ingevolge
 dit artikel is uitgebreid.

### HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

#### Artikel 29. Inwerkingtreding

- 1 Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na ontvangst van de laatste kennisgeving
 waarbij de onderscheiden Verdragsluitende Staten elkaar schriftelijk ervan in kennis
 hebben gesteld, dat de in hun onderscheiden Staten grondwettelijk vereiste formaliteiten
 zijn vervuld, en de bepalingen ervan vinden toepassing voor belastingjaren en -tijdvakken
 die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het
 Verdrag in werking is getreden.

- 2 Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel, zijn [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) en [artikel XVI van het Protocol](#Verdrag_1_Verdragtekst_2_ArtikelXVI) bij het Verdrag van toepassing op verzoeken gedaan op of na de datum van inwerkingtreding
 van dit Verdrag met betrekking tot inlichtingen die betrekking hebben op een datum
 op of na 1 maart na de datum van ondertekening van dit Verdrag.

- 3 Het [Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming
 van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen](/BWBV0004900?labelid=10004353964), met [Protocol](/BWBV0004900?labelid=10004353964), ondertekend te Den Haag op 12 november 1951, als aangevuld door het [Aanvullend Protocol](/BWBV0004900?labelid=10004353994), ondertekend te Den Haag op 12 november 1951 en als gewijzigd bij de Overeenkomst
 tot wijziging en aanvulling van het Verdrag, ondertekend te Den Haag op 22 juni 1966,
 wordt beëindigd bij de inwerkingtreding van dit Verdrag. De bepalingen van het eerstgenoemde
 Verdrag blijven evenwel van toepassing voor belastingjaren en -tijdvakken die verstrijken
 vóór het tijdstip waarop de bepalingen van dit Verdrag van toepassing worden.

#### Artikel 30. Beëindiging

 Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een Verdragsluitende Staat wordt beëindigd.
 Elk van beide Verdragsluitende Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen
 door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar kennis te geven van
 de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren
 en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving
 van de beëindiging is gedaan.

 TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag
 hebben ondertekend.

 GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage op 26 februari 2010, in de Nederlandse, de Franse
 en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Ingeval de Nederlandse
 en de Franse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst doorslaggevend.

 Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

 J. C. DE JAGER

 Voor de Zwitserse Bondsstaat,

 ALDER

#### Protocol

 Ter zake van het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat
 gesloten [Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar
 het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting](#Verdrag_1_Verdragtekst_1), zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend
 deel van het Verdrag vormen.

#### I. Algemeen

- 1 In het geval dat een bestanddeel van het inkomen wordt verkregen van een Verdragsluitende
 Staat door tussenkomst van een lichaam dat fiscaal transparant is volgens de wetgeving
 van een van beide Verdragsluitende Staten en gevestigd is in een van de Verdragsluitende
 Staten of in een derde Staat, verleent de eerstgenoemde Staat de voordelen van het
 [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) met betrekking tot dat bestanddeel van het inkomen aan de persoon die inwoner is
 van de andere Verdragsluitende Staat volgens de wetgeving van die andere Staat, indien
 en voor zover die persoon ter zake van dat bestanddeel van het inkomen wordt belast
 en voldoet aan de overige voorwaarden omschreven in het Verdrag.

- 2 Niettegenstaande de bepaling van het eerste lid, verleent, in het geval dat een bestanddeel
 van het inkomen wordt verkregen uit een Verdragsluitende Staat door tussenkomst van
 een lichaam dat fiscaal niet transparant is volgens de wetgeving van die Staat en
 in die Staat gevestigd is, die Verdragsluitende Staat de voordelen van het [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) niet met betrekking tot dat bestanddeel van het inkomen.

- 3 Niettegenstaande de bepaling van het eerste lid, verleent, in het geval dat een bestanddeel
 van het inkomen wordt verkregen uit een Verdragsluitende Staat door tussenkomst van
 een lichaam dat fiscaal transparant is volgens de wetgeving van die Staat en in die
 Staat of in een derde Staat gevestigd is, die Verdragsluitende Staat de voordelen
 van het [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) met betrekking tot dat bestanddeel van het inkomen aan een inwoner van de andere
 Verdragsluitende Staat, mits dat bestanddeel volgens de wetgeving van die andere Staat
 van belasting zou zijn vrijgesteld, indien het onmiddellijk door die inwoner verkregen
 zou zijn en die inwoner voldoet aan de overige voorwaarden omschreven in het Verdrag.

#### II. Ad [artikel 3 eerste lid, onderdeel j](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel3)

 Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „pensioenfonds” de volgende fondsen en alle
 daaraan gelijke of grotendeels daaraan gelijke fondsen omvat die zijn opgericht ingevolge
 wetgeving die is ingevoerd na 1 januari 2018:

- a. in Nederland, elk pensioenfonds dat valt onder:

- i. de Pensioenwet;

- ii. de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

- iii. de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

- iv. de Wet op het notarisambt;

- v. de Wet op het financieel toezicht;

- b. in Zwitserland, elk pensioenfonds dat valt onder:

- i. de Federale Wet van 20 december 1946 inzake ouderdoms- en nabestaandenverzekering;

- ii. de Federale Wet van 19 juni 1959 inzake invaliditeitsverzekering;

- iii. de Federale Wet van 6 oktober 2006 inzake aanvullende pensioenen wegens ouderdoms-,
 nabestaanden- en invaliditeitsverzekering;

- iv. de Federale Wet van 25 september 1952 inzake vergoedingen voor verlies van inkomen
 in geval van het vervullen van de dienstplicht en in geval van moederschap;

- v. de Federale Wet van 25 juni 1982 inzake ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering
 voor werknemers en zelfstandigen, waaronder pensioenfondsen die individuele erkende
 pensioenregelingen aanbieden die vergelijkbaar zijn met de beroepsgebonden pensioenregelingen
 en niet-geregistreerde pensioenfondsen die beroepsgebonden pensioenregelingen bieden
 in de zin van:

- – de Federale Wet van 17 december 1993 inzake onvoorwaardelijk toegezegde beloningen;

- – artikel 89a, zesde en zevende lid, van het Zwitserse Burgerlijk Wetboek van 10 december
 1907;

- – artikel 331, eerste lid, van de Federale wet inzake wijziging van het Zwitserse Burgerlijk
 Wetboek (Deel vijf: het Wetboek van verbintenissenrecht) van 30 maart 1911.

#### III. Ad [artikel 3, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel3), en [artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel25)

 Het is wel te verstaan dat, indien de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende
 Staten in onderlinge overeenstemming binnen de context van het [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) een oplossing hebben bereikt voor gevallen waarin dubbele belasting of dubbele vrijstelling
 zou voorkomen:

- a. als gevolg van de toepassing van [artikel 3, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel3), met betrekking tot de uitlegging van een in het [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) niet omschreven uitdrukking; of

- b. als gevolg van verschillen in classificatie (bijvoorbeeld van een bestanddeel van
 het inkomen of van een persoon);

 deze oplossing, na bekendmaking ervan door beide bevoegde autoriteiten, bij de toepassing
 van het [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) ook bindend zal zijn bij de toepassing van de bepalingen van het Verdrag in andere,
 gelijksoortige gevallen, zolang de bevoegde autoriteiten geen andere beslissing hebben
 bekendgemaakt.

#### IV. Ad [artikel 4, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4)

- 1 De uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende Staat” omvat een organisatie die
 uitsluitend voor religieuze, liefdadige, wetenschappelijke, culturele, sportieve of
 educatieve doeleinden (of voor meer dan een van deze doeleinden) is opgericht en wordt
 beheerd, en die een inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving daarvan,
 niettegenstaande het feit dat de inkomsten of voordelen geheel of gedeeltelijk zijn
 vrijgesteld van belasting ingevolge de nationale wetgeving van die Staat.

- 2 De uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende Staat” omvat tevens een pensioenfonds.

#### V. Ad [artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4)

 Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip of binnenschip woont zonder een
 werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht
 inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip of het binnenschip
 zijn thuishaven heeft.

#### VI. Ad [artikelen 5](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5), [6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6), [7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7), [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) en [23](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel23)

 Het is wel te verstaan dat wat Nederland betreft rechten tot exploratie en exploitatie
 van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen
 in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem – en de ondergrond daarvan – deze rechten
 betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa
 van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor
 genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen
 die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

#### VII. Ad [artikel 5, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5)

 Voor ondernemingen die inwoner zijn van een Verdragsluitende Staat en waarvan de werkzaamheden
 op een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden
 in de andere Verdragsluitende Staat zijn aangevangen vóór de inwerkingtreding van
 het nieuwe [Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1), wordt het bestaan of niet van een vaste inrichting in de andere Staat vastgesteld
 volgens de regels van het Verdrag van 12 november 1951, als aangevuld door het Aanvullend
 Protocol van 12 november 1951 en als gewijzigd bij de Overeenkomst van 22 juni 1966
 tot wijziging en aanvulling van het Verdrag.

#### VIII. Ad [artikel 7, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7)

 Met betrekking tot [artikel 7, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7), geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende
 Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar
 gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald
 op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis
 van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden
 van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen.
 Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie
 of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting
 of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting
 heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale
 bedrag van de overeenkomst, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst
 dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat
 waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op het deel
 van de overeenkomst, dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming,
 zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner
 is.

#### IX. Ad [artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4), [artikel 10, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), en [artikel 21](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21)

- 1 Het is wel te verstaan dat een voor de Nederlandse vrijgestelde beleggingsinstelling,
 een Zwitsers bij overeenkomst opgericht fonds („fonds commun de placement”), een Zwitsers open-end beleggingsfonds („société d’investissement à capital variable”) en een Zwitserse commanditaire vennootschap voor collectieve beleggingen („société en commandite de placements collectifs”) geen inwoners zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.

- 2 Niettegenstaande het eerste lid en [artikel 10, eerste en tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), en [artikel 21](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21):

- a. zal Nederland niet worden belet om zijn nationale belastingwetgeving toe te passen
 met betrekking tot een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling, maar indien
 de uiteindelijk gerechtigde tot een dergelijk belang inwoner is van Zwitserland, mag
 de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van
 het aldus belaste inkomen.

- b. zal Zwitserland niet worden belet om zijn nationale belastingwetgeving toe te passen
 met betrekking tot een belang in een Zwitsers bij overeenkomst opgericht fonds („fonds commun de placement”), een Zwitsers open-end beleggingsfonds („société d’investissement à capital variable”) en een Zwitserse commanditaire vennootschap voor collectieve kapitaalbeleggingen
 („société en commandite de placements collectifs”) krachtens de Federale wet van 23 juni 2006 inzake collectieve investeringsregelingen,
 maar indien de uiteindelijke gerechtigde tot een dergelijk inkomen inwoner is van
 Nederland, mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het
 brutobedrag van het aldus belaste inkomen.

- 3 Met betrekking tot het tweede lid, onderdelen a en b, gelden de bepalingen van [artikel XIII](#Verdrag_1_Verdragtekst_2_ArtikelXIII) en [artikel 22](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel22) dienovereenkomstig.

#### X. Ad [Artikel 10, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10)

- 1 De bepalingen van [artikel 10, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), zijn niet van toepassing op een persoon die voor de toepassing van de Nederlandse
 vennootschapsbelasting een fiscale beleggingsinstelling is.

- 2 Voorts zijn de bepalingen van [artikel 10, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), uitsluitend van toepassing op een premiepensioeninstelling voor zover de inkomsten
 uit dividenden betrekking hebben op een pensioenregeling van een werkgever die inwoner
 is van Nederland.

#### XI. Ad [artikel 10, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), en [artikel 11, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11), en [artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13)

 Niettegenstaande de bepalingen van [artikel 10, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), [artikel 11, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11), en [artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), is het wel te verstaan dat betalingen in verband met een lening, met inbegrip van
 betalingen wegens waardeveranderingen van de lening, worden behandeld als dividend,
 voor zover deze betalingen krachtens de belastingwetgeving van de Verdragsluitende
 Staat waarvan het lichaam dat de betalingen doet inwoner is, worden behandeld als
 een uitdeling.

#### XII. Ad [artikel 10, negende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10)

 Wanneer een inwoner van Zwitserland dividenden ontvangt die in overeenstemming met
 [artikel 10, negende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), in Nederland mogen worden belast, verleent Nederland een teruggaaf. Het bedrag van
 deze teruggaaf is gelijk aan de in Zwitserland over deze inkomsten verschuldigde belasting,
 maar bedraagt in geen geval meer dan 10 percent van deze inkomsten.

#### XIII. Ad [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), [11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) en [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12)

 Verzoeken om vrijstelling aan de bron of teruggaaf van te veel betaalde belasting
 moeten worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heft
 of heeft geheven, vergezeld van een officiële woonplaatsverklaring van de belastingautoriteiten
 van de andere Verdragsluitende Staat en in overeenstemming met de nationale wet- en
 regelgeving van de Staat die de belasting heft of heeft geheven.

#### XIV. Ad [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) en [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13)

- 1 Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke)
 liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam, worden
 behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten. De verrekening
 van belasting geheven aan de bron wordt verleend voor het belastingtijdvak waarin
 de inkomsten zijn belast in de woonstaat.

- 2 Het is wel te verstaan dat in geval van een aanslag als bedoeld in [artikel 10, negende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), en [artikel 13, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), uitstel van betaling wordt verleend op voorwaarde dat een permanente zekerheid wordt
 gesteld.

#### XV. Ad [artikel 13, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13)

- 1 Het is wel te verstaan dat de bepalingen van [artikel 13, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), alleen van toepassing zijn op de waardevermeerdering van de aandelen waarop dat
 lid van toepassing is, gedurende een tijdvak waarin de natuurlijke persoon inwoner
 was van Nederland.

- 2 Het is wel te verstaan dat, indien het uitstel van betaling van de openstaande aanslag
 wordt beëindigd door de vervreemding van de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen
 waarop [artikel 13, zesde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13), van toepassing is, kwijtschelding van belasting wordt verleend, indien de marktwaarde
 van deze aandelen, bewijzen of vorderingen op het tijdstip van vervreemding gedaald
 is ten opzichte van hun waarde op het tijdstip van de emigratie, voor zover de waarde
 niet gedaald is door een uitdeling van de winst of terugstorting van gestort kapitaal.
 Het verleende bedrag van de kwijtschelding is gelijk aan 25 percent van het verschil
 tussen de marktwaarde van deze aandelen, bewijzen of vorderingen op het tijdstip van
 de vervreemding en hun waarde op het tijdstip van emigratie.

- 3 Indien overeenkomstig het tweede lid kwijtschelding van belasting wordt verleend voor
 de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt de waarde van de aandelen,
 winstbewijzen of schuldvorderingen op het tijdstip van emigratie verlaagd met viermaal
 het bedrag van de belasting die wordt kwijtgescholden.

#### XVI. Ad [artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel25)

 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen, zo nodig in strijd
 met hun respectieve nationale wetgeving, ter zake van een overeengekomen regeling
 in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in [artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel25), tevens overeenkomen dat de Staat, waar ingevolge eerdergenoemde regeling sprake
 is van een additionele belastingheffing, met betrekking tot deze additionele belastingheffing
 geen belastingverhogingen, bestuursrechtelijke boetes, interest en kosten zal opleggen,
 indien de andere Staat, waarin ingevolge de regeling sprake is van een overeenkomstige
 vermindering van belasting, afziet van de betaling van interest verschuldigd met betrekking
 tot een dergelijke vermindering van belasting.

#### XVII. Ad [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26)

- a. Het is wel te verstaan dat uitsluitend om uitwisseling van inlichtingen zal worden
 verzocht nadat de verzoekende Verdragsluitende Staat alle beschikbare middelen heeft
 aangewend om inlichtingen te verkrijgen die beschikbaar zijn volgens de nationale
 belastingprocedure.

- b. Het is wel te verstaan dat de belastingautoriteiten van de verzoekende Staat de volgende
 informatie verstrekken aan de belastingautoriteiten van de aangezochte Staat wanneer
 zij uit hoofde van [artikel 26 van het Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) verzoeken om inlichtingen:

- i. voldoende gegevens om de persoon of personen op wie de controle of het onderzoek betrekking
 heeft te identificeren, in het bijzonder diens naam en, voor zover bekend, adres,
 rekeningnummer en andere gegevens om de identificatie van die persoon of personen
 te vergemakkelijken, zoals geboortedatum, burgerlijke staat, fiscaal nummer;

- ii. het tijdvak waarvoor om de inlichtingen wordt verzocht;

- iii. een verklaring omtrent de gewenste inlichtingen, met inbegrip van de aard en de vorm
 waarin de verzoekende Staat de inlichtingen van de aangezochte Staat wenst te ontvangen;

- iv. het fiscale doel waarvoor om inlichtingen wordt verzocht;

- v. de naam, en voor zover bekend, het adres van personen die mogelijk beschikken over
 de gevraagde inlichtingen.

- c. Doel van de verwijzing naar inlichtingen die voorzienbaar relevant zijn is uitwisseling
 van inlichtingen bij belastingzaken in de ruimst mogelijke mate te bewerkstelligen
 zonder de Verdragsluitende Staten toe te staan „fishing expeditions” te verrichten of te verzoeken om inlichtingen waarvan niet aannemelijk is dat deze
 relevant zijn voor de fiscale aangelegenheden van een bepaalde belastingplichtige.
 Onderdeel 2 bevat belangrijke procedurele vereisten waarmee beoogd wordt te verzekeren
 dat „fishing expeditions” zich niet voordoen; de punten i tot en met v dienen evenwel zodanig te worden uitgelegd
 dat een effectieve uitwisseling van inlichtingen niet wordt gedwarsboomd.

- d.
 [Artikel 26 van het Verdrag](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) voorziet weliswaar niet in beperking van de mogelijke methoden voor het uitwisselen
 van inlichtingen, maar verplicht de Verdragsluitende Staten evenmin automatisch of
 spontaan inlichtingen uit te wisselen. De Verdragsluitende Staten verwachten elkaar
 inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de bepalingen
 van het Verdrag.

- e. Het is wel te verstaan dat in het geval van het uitwisselen van inlichtingen de administratieve
 procedures ten aanzien van de rechten van belastingbetalers voorzien in de aangezochte
 Verdragsluitende Staat van toepassing blijven voordat de inlichtingen aan de verzoekende
 Verdragsluitende Staat worden verzonden.

- f. Het is wel te verstaan dat de tenuitvoerlegging van inkomensgerelateerde regelgeving
 in Nederland behoort tot de andere doeleinden bedoeld in de laatste zin van [artikel 26, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26).

 TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol
 hebben ondertekend.

 GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage, op 26 februari 2010, in de Nederlandse, de Franse
 en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Ingeval de Nederlandse
 en de Franse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst doorslaggevend.

 Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

 J. C. DE JAGER

 Voor de Zwitserse Bondsstaat,

 ALDER

 Afdrukken[Annuleren](/BWBV0004082/2020-11-30/0#Verdrag_1)

- [Over deze website](https://www.overheid.nl/over-deze-site)

- [Contact](https://www.overheid.nl/contact/reageren-op-wet-en-regelgeving)

- [English](https://www.overheid.nl/english)

- [Help](https://www.overheid.nl/help/wet-en-regelgeving)

- [Zoeken](https://www.overheid.nl/help/zoeken)

- [Informatie hergebruiken](https://www.overheid.nl/informatie-hergebruiken)

- [Privacy en cookies](https://www.overheid.nl/privacy-statement)

- [Toegankelijkheid](https://www.overheid.nl/toegankelijkheid)

- [Sitemap](https://www.overheid.nl/sitemap)

- [Kwetsbaarheid melden](https://www.ncsc.nl/contact/kwetsbaarheid-melden)

- [Linked Data Overheid](https://linkeddata.overheid.nl/)

- [Powersearch](http://powersearch.wetten.nl/)

- [MijnOverheid.nl](https://mijn.overheid.nl/)

- [Rijksoverheid.nl](https://www.rijksoverheid.nl/)

- [Ondernemersplein](https://ondernemersplein.kvk.nl/)

- [Werkenbijdeoverheid.nl](https://www.werkenbijdeoverheid.nl/)