[Direct naar content](#content)

 Menuhttps://www.overheid.nl/Wettenbank

- [Overheid.nl](#other-sites)

- [Eenvoudig zoeken](/zoeken)

- [Uitgebreid zoeken](/uitgebreid_zoeken)

- [Toekomstige regelgeving zoeken](/toekomstig_zoeken)

- [Zoeken in EU-richtlijnen](/zoeken_op_eu-richtlijn)

[Overheid.nl](#other-sites)

 U bent hier:

- [Zoeken](/zoeken)

- [Zoekresultaten](#)

- [Regeling](/BWBV0001109/2004-12-28/0#Verdrag_1)

- Afdrukken

# Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
 [...] met betrekking tot belastingen naar het inkomen, Washington, 18-12-1992

 Geraadpleegd op 21-10-2026.

 Afdrukken[Annuleren](/BWBV0001109/2004-12-28/0#Verdrag_1)

## Authentiek
 : NL

#### Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
 tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting
 met betrekking tot belastingen naar het inkomen

 De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten
 van Amerika, geleid door de wens het op 29 april 1948 te Washington ondertekende [Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met
 betrekking tot belastingen van inkomsten en bepaalde andere belastingen](/jci1.3:c:BWBV0005531), zoals deze is gewijzigd en aangevuld bij het op 30 december 1965 te Washington ondertekende
 Aanvullende Verdrag, te vervangen door een nieuwe Overeenkomst;

 Zijn het volgende overeengekomen:

### HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST

#### Artikel 1. Algemene reikwijdte

- 1 Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten
 of van beide Staten tenzij anders bepaald in de Overeenkomst.

- 2 De Overeenkomst zal op geen enkele wijze enige uitsluiting, vrijstelling, aftrek,
 verrekening of andere tegemoetkoming beperken, nu dan wel later toegestaan:

- a. onder de wetgeving van beide Staten, met uitzondering van, wat Nederland betreft,
 met betrekking tot [artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel25) (Vermijding van Dubbele Belasting); of

- b. door enige andere overeenkomst tussen de Staten.

- 3

- a. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b:

- i. wordt elke kwestie aangaande de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en
 in het bijzonder de vraag of een belastingmaatregel valt onder de reikwijdte van deze
 Overeenkomst uitsluitend beslist in overeenstemming met de bepalingen van [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel25) (Regeling voor onderling overleg) van deze Overeenkomst; en

- ii) zijn de bepalingen van artikel XVII van de Algemene Overeenkomst inzake de handel
 in diensten niet van toepassing op een belastingmaatregel tenzij de bevoegde autoriteiten
 overeenkomen dat de maatregel niet valt onder de reikwijdte van [artikel 28](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel28) (Non-discriminatie) van deze Overeenkomst.

- b) Voor de toepassing van dit lid wordt onder „maatregel” verstaan een wet, voorschrift,
 regel, procedure, beslissing, bestuursrechtelijke maatregel of een daarmee vergelijkbare
 bepaling of maatregel.

#### Artikel 2. Belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is

- 1 De bestaande belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is, zijn met name:

- a. in Nederland:

- - de inkomstenbelasting,

- - de loonbelasting ,

- - de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto-winsten
 behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet,
 hierna te noemen: „winstaandeel”,

- - de dividendbelasting,

 (hierna te noemen: „Nederlandse belasting");

- b. in de Verenigde Staten: de Federal Income Taxes opgelegd door de Internal Revenue
 Code (maar met uitzondering van de sociale zekerheidsbelasting) en de accijnzen op
 verzekeringspremies betaald aan buitenlandse verzekeraars en met betrekking tot particuliere
 stichtingen (hierna te noemen: „belasting van de Verenigde Staten").

 De Overeenkomst zal echter slechts van toepassing zijn op accijnzen op verzekeringspremies
 betaald aan buitenlandse verzekeraars voor zover de risico's die door de premies worden
 gedekt niet zijn herverzekerd bij een persoon die niet gerechtigd is tot de voordelen
 van deze Overeenkomst of enige andere overeenkomst die voorziet in een vrijstelling
 van deze belastingen.

- 2 De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen
 die na de datum van ondertekening van de Overeenkomst naast of in plaats van de bestaande
 belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Staten delen elkaar alle
 wezenlijke wijzigingen mede die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.

### HOOFDSTUK II. BEGRIPSBEPALINGEN

#### Artikel 3. Algemene begripsbepalingen

- 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij de context anders vereist:

- a. betekent de uitdrukking „Staat” Nederland of de Verenigde Staten, al naar de context
 vereist; betekent de uitdrukking „Staten” Nederland en de Verenigde Staten;

- b. omvat de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in
 Europa is gelegen, en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond
 daarvan waarop het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale
 recht soevereine rechten heeft met het doel om natuurlijke rijkdommen in dergelijke
 gebieden te exploreren en te exploiteren, maar slechts voor zover de persoon, het
 eigendom of de activiteit waarop de Overeenkomst wordt toegepast verband houdt met
 die exploratie of exploitatie;

- c.

- i. betekent de uitdrukking „Verenigde Staten” de Verenigde Staten van Amerika, maar
 met uitzondering van Puerto Rico, de Maagdeneilanden, Guam, of enig ander bezit of
 gebied van de Verenigde Staten;

- ii. betekent de uitdrukking „Verenigde Staten”, wanneer deze in aardrijkskundige zin wordt
 gebezigd, de staten daarvan en het District van Columbia. Die uitdrukking omvat mede
 (A) de daartoe behorende territoriale zee daarvan en (B) de zeebodem en de ondergrond
 van de onderzeese gebieden die grenzen aan de territoriale zee, waarop de Verenigde
 Staten soevereine rechten uitoefenen in overeenstemming met het internationale recht
 met het doel om de natuurlijke rijkdommen van die gebieden te exploreren en te exploiteren,
 maar slechts voor zover de persoon, het eigendom of de activiteit waarop de Overeenkomst
 wordt toegepast verband houdt met die exploratie of exploitatie;

- d. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijk persoon, een nalatenschap, een trust,
 een lichaam en elke andere vereniging van personen;

- e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de
 belastingheffing als rechtspersoon wordt behandeld;

- f. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een van de Staten” en „onderneming van
 de andere Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een
 van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat;

- g. betekent de uitdrukking „onderdanen”:

- i. alle natuurlijke persoon die de nationaliteit of het staatsburgerschap van een van
 de Staten bezitten;

- ii. alle rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen die hun rechtspositie als zodanig
 ontlenen aan de wetgeving die in een van de Staten van kracht is;

- h. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of een
 luchtvaartuig, gexploiteerd door een onderneming van een van de Staten, behalve wanneer
 het schip of het luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die
 in de andere Staat zijn gelegen; .

- i. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

- i. in Nederland de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;

- ii. in de Verenigde Staten de „Secretary of the Treasury” of zijn gemachtigde.

- 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft, tenzij de context
 anders vereist of de bevoegde autoriteiten ingevolge de bepalingen van [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor Onderling Overleg) overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijke
 betekenis, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking
 heeft volgens het recht van die Staat met betrekking tot belastingen waarop de Overeenkomst
 van toepassing is.

#### Artikel 4. Inwoner

- 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „inwoner van een
 van de Staten” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan
 belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding,
 plaats van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid, of een vrijgesteld
 pensioenfonds zoals bedoeld in [artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde Pensioenfondsen) dat inwoner is van een van de Staten ingevolge de
 wetgeving van die Staat of een vrijgestelde organisatie als behandeld in [artikel 36](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel36) (Vrijgestelde Organisaties) die inwoner is van een van de Staten ingevolge de wetgeving
 van die Staat. Wanneer ingevolge de wetgeving van de beide Staten een natuurlijk persoon
 inwoner van beide Staten is, zal zijn woonplaats voor de toepassing van de Overeenkomst
 worden bepaald aan de hand van de regels van het tweede lid. Een natuurlijke persoon
 die inwoner is van een van de Staten ingevolge het recht van die Staat of die staatsburger
 is van de Verenigde Staten en die geen inwoner is van de andere Staat ingevolge het
 recht van die andere Staat, zal voor de toepassing van dit lid alleen worden behandeld
 als inwoner van de Staat waarvan hij inwoner of staatsburger is indien (i) hij inwoner
 van die Staat zou zijn en niet van een derde Staat op grond van de beginselen van
 de letters (a) en (b) van het tweede lid van dit artikel, wanneer het een derde Staat
 betreft waarmee de eerstgenoemde Staat geen algemene Overeenkomst betreffende inkomstenbelasting
 heeft, of (ii) hij inwoner van die Staat is en niet van een derde Staat, wanneer het
 een derde Staat betreft waarmee de eerstgenoemde Staat een algemene Overeenkomst betreffende
 inkomstenbelasting heeft, op grond van de bepalingen van die Overeenkomst. De uitdrukking
 „inwoner van een van de Staten” omvat echter geen personen die in die Staat slechts
 aan belasting zijn onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat.

- 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner
 van beide Staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:

- a. hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn
 beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking
 heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en
 economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van levensbelangen);

- b. indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen
 heeft, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking
 heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft;

- c. indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht
 inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;

- d. indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde
 autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.

- 3 Indien een andere persoon dan een natuurlijke persoon of een lichaam ingevolge de
 bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, regelen de bevoegde autoriteiten
 van de Staten de aangelegenheid in onderling overleg en stellen zij de wijze van toepassing
 van de Overeenkomst met betrekking tot die persoon vast.

- 4 Indien een lichaam ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten
 is, trachten de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderling
 overleg te regelen, met inachtneming van de plaats van de werkelijke leiding van het
 lichaam, de plaats waar het is opgericht of anderszins tot stand gekomen en alle andere
 ter zake doende factoren. Bij afwezigheid van zulk een overeenstemming is het lichaam
 niet gerechtigd tot aanspraken op enig voordeel dat uit deze Overeenkomst voortvloeit,
 uitgezonderd de aanspraken op de voordelen die voortvloeien uit het [vierde lid van artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel25), (Vermijding van Dubbele Belasting) en uit de [artikelen 28](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel28) (Non-discriminatie), [29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor Onderling Overleg) en [37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding).

#### Artikel 5. Vaste inrichting

- 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „vaste inrichting"
 een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming
 geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.

- 2 De uitdrukking „vaste inrichting" omvat in het bijzonder:

- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;

- b. een filiaal;

- c. een kantoor;

- d. een fabriek;

- e. een werkplaats; en

- f. een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke
 rijkdommen worden gewonnen.

- 3 De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructieof montagewerkzaamheden
 vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt.

- 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een vaste inrichting
 niet aanwezig geacht, indien:

- a. gebruik wordt gemaakt van inrichtingen, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of
 aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;

- b. een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden,
 uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering;

- c. een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden,
 uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;

- d. een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming
 goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen;

- e. een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming
 enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter
 van hulpwerkzaamheid heeft;

- f. een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend voor een combinatie van
 de in de letters (a) tot en met (e) genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de
 werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit
 van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.

- 5 Indien een persoon - niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van
 het zesde lid - voor een onderneming werkzaam is, en een machtiging bezit om namens
 de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een van de Staten gewoonlijk
 uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en
 het tweede lid, geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking
 tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden
 van die persoon beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het vierde lid, die,
 indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste
 bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting
 zouden maken.

- 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een van de Staten te bezitten
 alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling
 van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger,
 mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.

- 7 De enkele omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, een
 lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst, dat inwoner is van de andere
 Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij met behulp van een vaste inrichting,
 hetzij op andere wijze), stempelt een van de beide lichamen niet tot een vaste inrichting
 van het andere.

### HOOFDSTUK III. BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

#### Artikel 6. Inkomsten uit onroerende zaken

- 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende zaken (daaronder
 begrepen voordelen uit landbouw- of bosbedrijven) die in de andere Staat zijn gelegen
 mogen in die andere Staat worden belast.

- 2 De uitdrukking „onroerende zaken" heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens
 het recht van de Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen. De uitdrukking omvat
 in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren, levende en dode have
 van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende
 de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten
 op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of concessie tot
 exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen
 en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd.

- 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit
 de rechtstreekse exploitatie, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm
 van exploitatie van onroerende zaken.

- 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit
 onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken gebezigd
 voor het verrichten van zelfstandige arbeid.

- 5 Een inwoner van een van de Staten die in de andere Staat aan belasting is onderworpen
 voor inkomsten uit onroerende zaken gelegen in de andere Staat, mag voor enig belastingjaar
 de keuze maken de belasting over dergelijke inkomsten te berekenen over de zuivere
 opbrengsten, als waren dergelijke inkomsten toe te rekenen aan een vaste inrichting
 in die andere Staat. Een dergelijke keuze is bindend voor het belastingjaar waarvoor
 de keuze is gemaakt en alle daaropvolgende belastingjaren, tenzij de bevoegde autoriteiten
 van de Staten, ingevolge een verzoek van de belastingplichtige aan de bevoegde autoriteit
 van de Staat waarvan de belastingplichtige inwoner is, instemmen met de beëindiging
 van de keuze.

- 6 Rechten tot exploratie en exploitatie van de zeebodem, de ondergrond daarvan en daarin
 gevonden natuurlijke rijkdommen (waaronder rechten op belangen bij of voordelen uit
 vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie) worden beschouwd
 als een onroerende zaak die is gelegen in de Staat waar deze zeebodem, de ondergrond
 en de natuurlijke rijkdommen zijn gelegen. Dergelijke rechten worden beschouwd te
 behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat in dezelfde mate als waarin
 enige onroerende zaak gelegen in die Staat zou worden beschouwd als te behoren tot
 een vaste inrichting in die Staat.

#### Artikel 7. Winst uit onderneming

- 1 De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar,
 tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een
 aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent,
 mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts
 in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend.

- 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een onderneming
 van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een
 aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting
 de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een
 zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen
 onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties
 zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is.

- 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten
 kosten - daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten, onderzoeks-
 en ontwikkelingskosten, interest en andere kosten gemaakt ten behoeve van de onderneming
 als geheel (of het gedeelte daarvan dat de vaste inrichting omvat) - die ten behoeve
 van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting
 is gevestigd, hetzij elders.

- 4 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop
 door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming.

- 5 Voor de toepassing van de voorgaande leden omvatten de aan de vaste inrichting toe
 te rekenen voordelen alleen de voordelen verkregen uit vermogensbestanddelen of werkzaamheden
 van de vaste inrichting; de voordelen zullen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode
 worden bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken.

- 6 Indien inde voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen
 van de Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet
 aangetast door de bepalingen van dit artikel.

- 7 De belasting van de Verenigde Staten op verzekeringspremies betaald aan buitenlandse
 verzekeraars - voor zover dat een belasting is die valt onder de bepalingen van [eerste lid, letter (b), van artikel 2](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel2) (Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is) - wordt niet geheven van verzekerings-
 of herverzekeringspremies die de ontvangsten zijn van een verzekeringsbedrijf uitgeoefend
 door een Nederlandse onderneming, ongeacht of die werkzaamheden worden uitgeoefend
 door een vaste inrichting in de Verenigde Staten.

#### Artikel 8. Scheepvaart en luchtvaart

- 1 Voordelen verkregen door een onderneming van een van de Staten uit de exploitatie
 van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts in die Staat
 belastbaar.

- 2 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen uit de exploitatie van schepen
 of luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede voordelen verkregen uit de verhuur
 van schepen of luchtvaartuigen indien deze huuropbrengsten voortvloeien uit de voordelen
 als omschreven in het eerste lid.

- 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op het evenredige deel van
 voordelen verkregen uit de deelneming in een „pool", een gemeenschappelijke onderneming
 of een internationaal geëxploiteerd agentschap. Het evenredige deel zal worden behandeld
 als rechtstreeks verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal
 verkeer.

#### Artikel 9. Gelieerde ondernemingen

- 1 Indien

- a. een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de
 leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de
 andere Staat, of

- b. dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het
 toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een
 onderneming van de andere Staat,

 en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen
 of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd, die afwijken
 van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen
 alle inkomsten, aftrekken, ontvangsten, vergoedingen of uitgaven die zonder deze voorwaarden
 zouden zijn toegekomen aan een van de ondernemingen, maar ten gevolge van die voorwaarden
 haar aldus niet zijn toegekomen, worden begrepen in de voordelen van die onderneming
 en dienovereenkomstig worden belast.

 Het is echter wel te verstaan, dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten
 hebben afgesloten, zoals „cost-sharing"- overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten,
 voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding, de algemene beheerskosten,
 de technische en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere
 soortgelijke kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin.

- 2 Indien een van de Staten in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen
 begrijpt - en dienovereenkomstig belast - ter zake waarvan een onderneming van de
 andere Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen
 bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald
 indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen
 als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen, zal
 die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven,
 dienovereenkomstig herzien. Bij deze herziening wordt rekening gehouden met de overige
 bepalingen van deze Overeenkomst en plegen de bevoegde autoriteiten van de Staten
 zo nodig met elkaar overleg.

#### Artikel 10. Dividenden

- 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een
 inwoner van de andere Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

- 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden
 betaalt inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar
 indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner van de andere Staat is,
 mag de aldus geheven belasting niet overschrijden:

- a. 5 percent van het brutobedrag van de dividenden, indien de uiteindelijk gerechtigde
 een lichaam is dat onmiddellijk ten minste 10 percent van het totale aantal stemmen
 in het lichaam dat de dividenden betaalt bezit; en

- b. 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.

- 3 Onverminderd de bepalingen van het tweede lid, worden dividenden niet belast in de
 Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is indien de persoon die
 de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is een lichaam is dat inwoner is van
 de andere Staat dat gedurende het tijdvak van 12 maanden eindigend op de datum waarop
 het dividend wordt aangegeven onmiddellijk aandelen heeft bezeten die 80 procent of
 meer vertegenwoordigen van het totale aantal stemmen in het lichaam dat de dividenden
 betaalt en:

- a. vóór 1 oktober 1998 middellijk of onmiddellijk aandelen heeft bezeten die ten minste
 80 percent van het totale aantal stemmen vertegenwoordigen in het lichaam dat de dividenden
 betaalt;

- b. een gekwalificeerde persoon is uit hoofde van [artikel 26, tweede lid, onderdeel c](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen);

- c. uit hoofde van [artikel 26, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), gerechtigd is tot de voordelen met betrekking tot de dividenden; of

- d. uit hoofde van [artikel 26, zevende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), een beschikking heeft ontvangen ter zake van dit lid.

- 4

- a. Onderdeel a van het tweede lid en het derde lid vinden geen toepassing in het geval
 waarin dividenden zijn betaald door een persoon van de Verenigde Staten die een Regulated
 Investment Company (RIC) of een Real Estate Investment Trust (REIT) is, of in het
 geval waarin de dividenden zijn betaald door een Nederlands lichaam dat een „beleggingsinstelling”
 is in de zin van artikel 28 van de Nederlandse Wet op de Vennootschapsbelasting 1969
 (hierna te noemen „beleggingsinstelling”).

- b. In het geval waarin dividenden zijn betaald door een RIC of een beleggingsinstelling,
 vindt het tweede lid, onderdeel b, toepassing.

- c. In het geval waarin dividenden zijn betaald door een REIT, of, onverminderd onderdeel
 b van dit vierde lid, door een beleggingsinstelling die in dezelfde mate in onroerend
 goed investeert als vereist voor een REIT, vindt het tweede lid, onderdeel b, alleen
 toepassing indien:

- i. de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een natuurlijke persoon is die een belang
 van ten hoogste 25 percent in de REIT of beleggingsinstelling bezit;

- ii. de dividenden worden betaald met betrekking tot een categorie aandelen die op de beurs
 verhandeld wordt en de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een belang heeft
 van ten hoogste 5 percent van enige soort van de aandelen van een REIT of beleggingsinstelling;

- iii. de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een belang van ten hoogste 10 percent
 heeft in de REIT of beleggingsinstelling en de brutowaarde van geen enkel belang in
 onroerende zaken van de REIT of beleggingsinstelling meer bedraagt dan 10 percent
 van de brutowaarde van het totale belang van de REIT of beleggingsinstelling in onroerende
 zaken; of

- iv. de uiteindelijk gerechtigde een beleggingsinstelling is, in het geval dividenden worden
 betaald door een REIT, of een RIC of een REIT, in het geval dividenden worden betaald
 door een beleggingsinstelling.

- 5 De bepalingen van de voorgaande leden laten onverlet de belastingheffing van het
 lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald.

- 6 De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in deze Overeenkomst, betekent inkomsten
 uit aandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst, alsmede
 inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat
 waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, op dezelfde wijze aan de belastingheffing
 worden onderworpen als inkomsten uit aandelen. Voor de toepassing van dit lid omvat
 „dividenden” wat Nederland betreft tevens inkomsten uit schuldvorderingen die op dezelfde
 wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen en, wat
 de Verenigde Staten betreft, inkomsten uit schuldbewijzen die een recht geven op een
 aandeel in de winst.

- 7 De bepalingen van het eerste, tweede, derde en vierde lid van dit artikel zijn niet
 van toepassing, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner
 is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden
 betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste
 inrichting, of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar
 gevestigd vast middelpunt, en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden
 betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen
 van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de
 bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit onderneming) of [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige arbeid) van toepassing.

- 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, voordelen of inkomsten verkrijgt
 uit de andere Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die
 door het lichaam worden betaald, behalve voor zover deze dividenden worden betaald
 aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan
 de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat
 gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast
 middelpunt behoort, noch met uitzondering van het bepaalde in [artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van vaste inrichtingen), de niet-uitgedeelde winst van het lichaam
 onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien
 de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan
 uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.

#### Artikel 11. Belastingheffing van vaste inrichtingen

- 1 Een rechtspersoon die inwoner is van een van de Staten en die een vaste inrichting
 heeft in de andere Staat of die op een netto-basis onderworpen is aan belasting in
 die andere Staat op grond van [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) (Inkomsten uit Onroerende Zaken) of het [eerste lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14), (Vermogenswinsten), mag in de andere Staat worden onderworpen aan een belasting
 naast de belasting die is toegestaan op grond van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
 Een dergelijke belasting mag echter slechts worden opgelegd over het deel van de winst
 uit onderneming van de rechtspersoon dat op grond van deze Overeenkomst toegerekend
 kan worden aan de vaste inrichting of de inkomsten die onderworpen zijn aan een belasting
 over de zuivere opbrengsten op grond van artikel 6 (Inkomsten uit Onroerende Zaken)
 of op grond van het eerste lid van artikel 14 (Vermogenswinsten), en verminderd met
 alle in die Staat verschuldigde belastingen over dergelijke winsten en inkomsten anders
 dan de aanvullende belasting als hier genoemd, en verder verminderd (maar niet verder
 dan tot nul) voor elke toename in het netto vermogen dat aan zulk een vaste inrichting
 toe te rekenen is aan het einde van het belastingjaar, gemeten vanaf het einde van
 het voorafgaande belastingjaar, en vermeerderd (maar niet uitgaande boven de geaccumuleerde
 winsten) voor elke vermindering van het netto-vermogen dat aan zulk een vaste inrichting
 toe te rekenen is aan het einde van het belastingjaar, gemeten vanaf het einde van
 het voorafgaande belastingjaar.

- 2 Niettegenstaande het vierde lid betekent de uitdrukking „geaccumuleerde winsten”,
 voor de toepassing van dit artikel, dat deel van de totale winsten bedoeld in het
 eerste lid van dit artikel van alle voorafgaande belastingjaren waarin de Overeenkomst
 van kracht was dat uitgaat boven de totale winsten belast op grond van dit artikel
 in die voorgaande belastingjaren.

- 3 De belasting bedoeld in het eerste lid zal niet worden geheven tegen een hoger tarief
 dan het tarief als genoemd in het [tweede lid, letter a, van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden). Het eerste lid vindt geen toepassing in het geval van een lichaam dat:

- a. vóór 1 oktober 1998 betrokken was bij activiteiten die leidden tot winst toe te rekenen
 aan die vaste inrichting of aan inkomsten of voordelen waarop de bepalingen van [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6), of naar gelang van het geval, [artikel 14, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14), van toepassing is;

- b. een gekwalificeerde persoon is uit hoofde van [artikel 26, tweede lid, onderdeel c](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) van deze Overeenkomst; of

- c. uit hoofde van [artikel 26, derde lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), gerechtigd is tot de voordelen met betrekking tot de dividenden; of

- d. uit hoofde van [artikel 26, zevende lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), een beschikking heeft ontvangen met betrekking tot dit lid.

- 4 In het geval van de Verenigde Staten, kan de aanvullende belasting als beschreven
 in het eerste lid worden geheven over de „dividend equivalent amount” (zoals deze
 uitdrukking is omschreven in de wetgeving van de Verenigde Staten ten tijde van de
 ondertekening van deze Overeenkomst, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, maar slechts
 voor zover deze definitie, na wijziging, in overeenstemming is met de uitgangspunten
 van dit artikel).

- 5 Niettegenstaande het vierde lid mag geen aanvullende belasting worden geheven op grond
 van het eerste lid met betrekking tot inkomsten onderworpen aan belasting op grond
 van [artikel 14, eerste lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten), verkregen uit de vervreemding van aandelen of andere vergelijkbare
 vennootschappelijke rechten in een lichaam.

#### Artikel 12. Interest

- 1 Interest afkomstig uit een van de Staten die wordt verkregen door een inwoner van
 de andere Staat die de uiteindelijke gerechtigde is, is slechts in die andere Staat
 belastbaar.

- 2 De uitdrukking „interest” zoals gebezigd in deze Overeenkomst betekent inkomsten uit
 schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek, en niet
 aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder
 inkomsten uit overheidsleningen, en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, daaronder
 begrepen de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies
 en prijzen, en een „excess inclusion” met betrekking tot een achtergesteld belang
 in een „real estate mortgage investment conduit”, alsmede ander inkomen dat door de
 belastingwetgeving van de Staat waarin het inkomen opkomt als inkomsten uit geldlening
 wordt behandeld. De uitdrukking omvat niet inkomsten die in [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden) zijn behandeld. In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt
 voor de toepassing van deze Overeenkomst niet als interest aangemerkt.

- 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing, indien de uiteindelijke
 gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat
 waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar
 gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit
 een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de betaalde interest is toe te rekenen aan
 een dergelijke vaste inrichting of vast middelpunt. In dat geval zijn, naar gelang
 van het geval, de bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming) of [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) van toepassing.

- 4 Interest wordt geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn, indien deze wordt betaald
 door die Staat zelf, door een staatkundig onderdeel, door een plaatselijk publiekrechtelijk
 lichaam of door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de interest
 betaalt, of hij inwoner van een van de Staten is of niet, in een van de Staten een
 vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de schuld, ter zake waarvan
 de interest wordt betaald, was aangegaan, of inkomsten geniet die anderszins onderworpen
 zijn aan de in [artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van Vaste Inrichtingen) beschreven belasting en deze interest ten
 laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, of toe te rekenen
 is aan de inkomsten die onderworpen zijn aan de in artikel 11 (Belastingheffing van
 Vaste Inrichtingen) beschreven belasting, wordt deze interest geacht afkomstig te
 zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd of
 waar de inkomsten zijn onderworpen aan de in artikel 11 beschreven belasting (Belastingheffing
 van Vaste Inrichtingen).

- 5 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijke
 gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op
 de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat
 zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijke gerechtigde zou
 zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatst bedoelde
 bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde
 bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming
 van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

- 6 Een Staat mag geen belasting heffen over interest betaald door een inwoner van de
 andere Staat, met uitzondering van

- a. de interest die is betaald aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat;

- b. de interest die is toe te rekenen aan een vaste inrichting of vast middelpunt in de
 eerstbedoelde Staat; of

- c. de interest die afkomstig is uit de eerstbedoelde Staat en niet betaald is aan een
 inwoner van de andere Staat.

 Wanneer de schuldenaar van de interest inwoner van een van de Staten is en een vaste
 inrichting heeft in de andere Staat, danwei inkomsten heeft die anderszins onderworpen
 zijn aan de belasting beschreven in [artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van Vaste Inrichtingen), zal, voor zover het bedrag aan interest
 dat uit de andere Staat afkomstig is in verband met de vaste inrichting of in verband
 met inkomsten die onderworpen zijn aan de in artikel 11 (Belastingheffing van Vaste
 Inrichtingen) beschreven belasting het totale bedrag van de interest die door die
 vaste inrichting is betaald of die is betaald in verband met inkomsten die anderszins
 onderworpen zijn aan de belasting zoals beschreven in artikel 11 (Belastingheffing
 van Vaste Inrichtingen) te boven gaat, dit verschil worden behandeld als interest
 verkregen door een inwoner van die eerstbedoelde Staat die de uiteindelijke gerechtigde
 is.

- 7 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op een „excess inclusion”
 met betrekking tot een achtergesteld belang in een „real estate mortgage investment
 conduit”.

- 8 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid mag interest afkomstig uit een
 van de Staten die wordt verkregen door een onderneming van de andere Staat die de
 uiteindelijke gerechtigde is en is toe te rekenen aan een vaste inrichting van die
 onderneming in een derde rechtsgebied, ook worden belast in de eerstbedoelde Staat
 indien de voordelen van die vaste inrichting zijn onderworpen aan een gezamenlijk
 belastingtarief, in de andere Staat en het derde rechtsgebied waarin de vaste inrichting
 is gevestigd, dat, in het geval van interest afkomstig uit de eerstbedoelde Staat
 die voor 1 januari 1998 wordt verkregen door een onderneming van de andere Staat die
 de uiteindelijke gerechtigde is, minder bedraagt dan 50 percent van het algemene in
 de andere Staat van toepassing zijnde tarief voor de vennootschapsbelasting, en in
 het geval van interest afkomstig uit de eerstbedoelde Staat die op of na 1 januari
 1998 wordt verkregen door een onderneming van de andere Staat die de uiteindelijke
 gerechtigde is, minder bedraagt dan 60 percent van het algemene in de andere Staat
 van toepassing zijnde tarief voor de vennootschapsbelasting, maar de aldus geheven
 belasting mag 15 percent van het brutobedrag van die interest niet overschrijden.
 De bepalingen van dit lid zijn echter niet van toepassing op interest verkregen in
 samenhang met of bijkomstig voor de actieve uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten
 van de vaste inrichting in het derde rechtsgebied (anders dan het beleggen of het
 beheren van beleggingen tenzij deze activiteiten banken verzekeringsactiviteiten betreffen,
 welke door een bank of een verzekeringsmaatschappij worden uitgeoefend).

#### Artikel 13. Royalty's

- 1 Royalty's afkomstig uit een van de Staten die worden verkregen door een inwoner van
 de andere Staat die de uiteindelijke gerechtigde is, zijn slechts in die andere Staat
 belastbaar.

- 2 De uitdrukking „royalty's”, zoals gebezigd in deze Overeenkomst betekent vergoedingen
 van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht
 op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap (daaronder echter niet
 begrepen bioscoopfilms of werken op film, band of andere middelen van reproduktie
 voor radio- en televisie-uitzendingen), van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk,
 een handelsnaam, een merknaam, een tekening of model, een plan, een geheim recept
 of een geheime werkwijze, dan wel voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied
 van nijverheid, handel of wetenschap. De uitdrukking „royalty's” omvat mede de met
 de vervreemding van zulke rechten of zaken verkregen winsten die afhankelijk zijn
 van de produktiviteit of het gebruik daarvan, dan wel de beschikking daarover.

- 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijke
 gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat
 waaruit de royalty's afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar
 gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit
 een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de royalty's toe te rekenen zijn aan die
 vaste inrichting of dat vaste middelpunt. In dat geval zijn, naar gelang van het geval,
 de bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming) of [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) van toepassing.

- 4 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijke
 gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty's, gelet
 op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is
 dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijke
 gerechtigde zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts
 op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande
 deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de
 Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

- 5 Een Staat mag geen belasting heffen over royalty's betaald door een inwoner van de
 andere Staat, behoudens voorzover

- a. de royalty's worden betaald aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat;

- b. de royalty's zijn toe te rekenen aan een vaste inrichting of vast middelpunt in de
 eerstbedoelde Staat; of

- c. de overeenkomst op grond waarvan de royalty's worden betaald, was gesloten via een
 vaste inrichting of een vast middelpunt van de schuldenaar in de eerstbedoelde Staat,
 en deze royalty's ten laste komen van deze vaste inrichting of dit vast middelpunt
 en niet zijn betaald aan een inwoner van de andere Staat; of

- d. de royalty's worden betaald met betrekking tot onlichamelijke goederen die worden
 gebruikt in de eerstgenoemde Staat en die niet worden betaald aan een inwoner van
 de andere Staat, maar dan alleen indien de schuldenaar ook een royalty met betrekking
 tot het gebruik van dat goed in de eerstgenoemde Staat heeft ontvangen van een inwoner
 van de eerstgenoemde Staat, of een royalty heeft ontvangen die ten laste is gekomen
 van een vaste inrichting of vast middelpunt gevestigd in die Staat en mits het gebruik
 van het onlichamelijke goed in kwestie geen onderdeel is van, dan wel niet direct
 samenhangt met het actief uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten waarbij de schuldenaar
 is betrokken als bedoeld in het [tweede lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperking van Voordelen).

- 6 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid mogen royalty's afkomstig uit een
 van de Staten die worden verkregen door een onderneming van de andere Staat die de
 uiteindelijke gerechtigde is en zijn toe te rekenen aan een vaste inrichting van die
 onderneming in een derde rechtsgebied, ook worden belast in de eerstbedoelde Staat
 indien de voordelen van die vaste inrichting zijn onderworpen aan een gezamenlijk
 belastingtarief, in de andere Staat en het derde rechtsgebied waarin de vaste inrichting
 is gevestigd, dat, in het geval van royalty's afkomstig uit de eerstbedoelde Staat
 die voor 1 januari 1998 worden verkregen door een onderneming van de andere Staat
 die de uiteindelijke gerechtigde is, minder bedraagt dan 50 percent van het algemene
 in de andere Staat van toepassing zijnde tarief voor de vennootschapsbelasting, en
 in het geval van royalty's afkomstig uit de eerstbedoelde Staat die op of na 1 januari
 1998 worden verkregen door een onderneming van de andere Staat die de uiteindelijke
 gerechtigde is, minder bedraagt dan 60 percent van het algemene in de andere Staat
 van toepassing zijnde tarief voor de vennootschapsbelasting, maar de aldus geheven
 belasting mag 15 percent van het brutobedrag van die royalty's niet overschrijden.
 De bepalingen van dit lid zijn echter niet van toepassing op royalty's ontvangen voor
 het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, door de vaste inrichting zelf
 geproduceerde of ontwikkelde onlichamelijke zaken.

#### Artikel 14. Vermogenswinsten

- 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van
 onroerende zaken die zijn gelegen in de andere Staat mogen in die andere Staat worden
 belast. Voor de toepassing van dit lid omvat de uitdrukking „onroerende zaken die
 zijn gelegen in de andere Staat":

- a. onroerende zaken zoals bedoeld in [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) (Inkomsten uit Onroerende Zaken); en

- b. aandelen of andere vergelijkbare vennootschappelijke rechten in een lichaam dat inwoner
 is van die andere Staat en waarvan de activa middellijk of onmiddellijk grotendeels
 bestaan uit onroerende zaken gelegen in die andere Staat, en een belang in een vennootschap,
 een trust of een nalatenschap, voor zover dat toerekenbaar is aan onroerende zaken
 gelegen in die andere Staat.

 In de Verenigde Staten omvat de uitdrukking een „United States real property interest”
 zoals omschreven in de Internal Revenue Code op de datum van ondertekening van deze
 Overeenkomst, en van tijd tot tijd gewijzigd zonder de algemene uitgangspunten beschreven
 in dit lid te wijzigen.

- 2

- a. Indien een persoon, die sinds 18 juni 1980 onafgebroken inwoner is geweest van een
 van de Staten, na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst onroerende zaken
 vervreemdt die zijn gelegen in de andere Staat, en deze vervreemding door de andere
 Staat niet kon worden belast onder de bepalingen van het eerdere [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het[tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding), en:

- i. de inwoner de vervreemde zaak vanaf 18 juni 1980 tot de datum van vervreemding onafgebroken
 in zijn bezit heeft gehad; of

- ii. aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

- A. de inwoner heeft de vervreemde zaak verworven door een transactie die voor de belastingheffing
 in de andere Staat kwalificeerde om niet in aanmerking genomen te worden (vastgesteld
 zonder rekening te houden met artikel 897 van de Internal Revenue Code), en de inwoner
 heeft de zaak onafgebroken in zijn bezit gehad sinds de verwerving ervan; en

- B. de oorspronkelijke waardegrondslag van de vervreemde zaak voor de inwoner was gelijk
 aan hetzij de waardegrondslag van de zaak die de inwoner inruilde voor de vervreemde
 zaak, hetzij de waardegrondslag van de vervreemde zaak onmiddellijk voorafgaand aan
 de overdracht in de handen van de persoon die de zaak overdroeg aan de inwoner; dan

 wordt het voordeel waarover in de andere Staat ingevolge dit artikel belasting is
 verschuldigd, verminderd met het gedeelte van het voordeel dat, per maand, naar evenredigheid
 kan worden toegerekend aan het tijdvak dat eindigt op 31 december 1984, of met een
 zoveel groter gedeelte als ten genoegen van de bevoegde autoriteit van die andere
 Staat kan worden aangetoond, kan worden toegerekend aan dat tijdvak.

- b. De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing, tenzij gedurende het tijdvak van
 1 januari 1992 tot en met de datum van vervreemding, de inwoner en elke andere persoon
 die de zaak gedurende die periode in bezit heeft gehad, gerechtigd was tot de voordelen
 van dit artikel ingevolge [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperking van Voordelen) of daartoe gerechtigd zou zijn geweest indien de Overeenkomst
 gedurende dat hele tijdvak van kracht zou zijn geweest. Bovendien moet iedere persoon
 die de zaak gedurende het tijdvak van 18 juni 1980 tot en met 31 december 1991 in
 zijn bezit heeft gehad inwoner zijn geweest van een van de Staten ingevolge het eerdere
 [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het [tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding).

- c. De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing op de vervreemding van een zaak
 die:

- i. op enig tijdstip op of na 18 juni 1980 deel heeft uitgemaakt van het bedrijfsvermogen
 van een vaste inrichting of heeft behoord tot een vast middelpunt, gelegen in de andere
 Staat;

- ii. middellijk of onmiddellijk was verworven door enig persoon op of na 18 juni 1980,
 in een transactie die voor de belastingheffing niet kwalificeerde om niet in aanmerking
 genomen te worden (vastgesteld zonder rekening te houden met artikel 897 van de Internal
 Revenue Code), of in een transactie waarin de zaak is verworven in ruil voor een activum
 dat was verworven in een transactie die voor de belastingheffing kwalificeerde om
 niet in aanmerking genomen te worden (vastgesteld zonder rekening te houden met artikel
 897 van de Internal Revenue Code); of

- iii. middellijk of onmiddellijk was verworven door enig persoon op of na 18 juni 1980 in
 ruil voor een zaak beschreven onder (i) of (ii), of een zaak waarvan de vervreemding
 had kunnen worden belast door de andere Staat ingevolge de bepalingen van het eerdere
 [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het [tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding).

- 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van
 het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten
 in de andere Staat heeft, of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt
 dat een inwoner van een van de Staten in de andere staat tot zijn beschikking heeft
 voor het verrichten van zelfstandige arbeid, daaronder begrepen voordelen verkregen
 uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of met de gehele onderneming)
 of van het vaste middelpunt, mogen in die andere Staat worden belast.

- 4 Niettegenstaande de bepalingen van het derde lid zijn voordelen verkregen uit een
 fictieve vervreemding van lichamelijke roerende zaken waarop kan worden afgeschreven
 en die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming
 van een van de Staten in de andere Staat heeft op grond van de bepalingen van het
 [derde lid van artikel 27](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel27) (Werkzaamheden Buitengaats), of van lichamelijke roerende zaken waarop kan worden
 afgeschreven en die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de
 Staten op grond van de bepalingen van het vijfde lid van artikel 27 (Werkzaamheden
 Buitengaats) voor het verrichten van zelfstandige arbeid in de andere Staat tot zijn
 beschikking staat, slechts belastbaar in de Staat waar de onderneming is gevestigd
 als het tijdvak gedurende hetwelk de lichamelijke roerende zaken waarop kan worden
 afgeschreven deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of behoren
 tot dat vaste middelpunt korter is dan 3 maanden en mits de feitelijke vervreemding
 van de lichamelijke roerende zaken waarop kan worden afgeschreven niet plaatsvindt
 binnen 1 jaar na de datum van de fictieve vervreemding van deze zaken.

 Indien het voordeel verkregen uit de fictieve vervreemding van de lichamelijke roerende
 zaken waarop kan worden afgeschreven slechts belastbaar is in de Staat waar de onderneming
 is gevestigd, wordt bij het bepalen van de winst van de vaste inrichting of van het
 vaste middelpunt in de andere Staat met betrekking tot die lichamelijke roerende zaken
 waarop kan worden afgeschreven de afschrijving gebaseerd op de laagste van de boekwaarde
 of de marktwaarde, berekend op het tijdstip waarop die zaken deel werden van het bedrijfsvermogen
 van de vaste inrichting of die zaken voor het eerst behoorden tot het vaste middelpunt.

- 5 Niettegenstaande de bepalingen van het derde lid zijn voordelen verkregen door een
 onderneming van een van de Staten uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen
 die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, en van roerende goederen die worden
 gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts in die Staat
 belastbaar.

- 6 Voordelen, zoals beschreven in [artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) zijn belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.

- 7 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan de goederen bedoeld
 in het eerste tot en met het vijfde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan
 de vervreemder inwoner is.

- 8 Indien een inwoner van een van de Staten goederen vervreemdt in het kader van de oprichting
 van een lichaam, in het kader van een reorganisatie, fusie, splitsing of van een soortgelijke
 transactie, en de op deze vervreemding betrekking hebbende winst, voordelen of inkomsten
 voor de belastingheffing van die Staat niet in aanmerking worden genomen of de belastingheffing
 daarover wordt uitgesteld, wordt voor enige belasting die anders met betrekking tot
 die vervreemding zou zijn geheven door de andere Staat ook uitstel verleend, voor
 zover en voor zolang als voor die belasting uitstel zou zijn verleend indien de vervreemder
 een inwoner van de andere Staat zou zijn geweest, maar niet langer en voor geen groter
 bedrag dan in de eerstgenoemde Staat, mits die belasting bij een latere vervreemding
 kan worden geïnd en de inning van het bedrag aan belasting in kwestie bij de latere
 vervreemding ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van beide Staten is zekergesteld.

 De bevoegde autoriteiten van de Staten ontwikkelen uitvoeringsvoorschriften ten behoeve
 van de toepassing van dit lid.

- 9 De bepalingen van het zevende lid tasten niet aan het recht van elk van de Staten
 overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen die uit de vervreemding
 van aandelen of andere vennootschappelijke rechten die aanspraak geven op een aandeel
 in de winst in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen
 is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat daarvan inwoner is, worden verkregen
 door een natuurlijke persoon, die inwoner is van de andere Staat en die:

- a. op enig tijdstip gedurende het tijdvak van vijfjaar dat aan de vervreemding voorafgaat
 inwoner is geweest van de eerstgenoemde Staat, en

- b. op het moment van de vervreemding, hetzij alleen, hetzij te zamen met verwante natuurlijke
 personen, ten minste 25 percent van enige soort van de aandelen van dat lichaam bezit.

 Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „verwante natuurlijke personen”
 de echtgenoot van de vervreemder en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte linie
 (voorouders en rechtstreekse afstammelingen) en zijn bloed- of aanverwanten in de
 tweede graad van de zijlinie (broers, zusters of hun echtgenoten).

#### Artikel 15. Zelfstandige arbeid

- 1 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een van de Staten
 met het verrichten van persoonlijke diensten in een zelfstandige hoedanigheid zijn
 slechts in die Staat belastbaar, tenzij die diensten niet in die Staat worden verricht
 en het inkomen daaruit kan worden toegerekend aan een vast middelpunt waarover de
 natuurlijke persoon in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden
 geregeld beschikt.

- 2 De uitdrukking „persoonlijke diensten in een zelfstandige hoedanigheid" omvat in het
 bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap, letterkunde, kunst,
 opvoeding of onderwijs, alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen, advocaten,
 technici, architecten, tandartsen en accountants.

#### Artikel 16. Niet-zelfstandige arbeid

- 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17) (Bestuurders- en Commissarissenbeloningen), [19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten, Alimentatie-uitkeringen), [20](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties) en [21](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21) (Professoren en Leraren) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen
 verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking
 slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt
 uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake
 daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.

- 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een
 inwoner van een van de Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking
 slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:

- a. de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken, die
 in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan; en

- b. de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere
 Staat is; en

- c. de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die, of van een vast middelpunt
 dat, de werkgever in die andere Staat heeft.

- 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning genoten door
 een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking als lid van de
 vaste bemanning van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt
 geëxploiteerd, slechts in die Staat belastbaar.

#### Artikel 17. Bestuurders- en commissarissenbeloningen

 Bestuurders- en commissarisenbeloningen (director's fees) of andere beloningen verkregen
 door een inwoner van een van de Staten in zijn hoedanigheid van lid van de raad van
 beheer, van bestuurder of van commissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere
 Staat, mogen in die andere Staat worden belast. Dergelijke beloningen zijn echter
 slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar voor zover dergelijke beloningen verkregen
 zijn voor diensten die in die Staat zijn verricht.

#### Artikel 18. Artiesten en sportbeoefenaars

- 1 Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) en [16](#Verdrag_2_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16) (Niet-zelfstandige Arbeid), mogen voordelen of inkomsten, verkregen door een inwoner
 van een van de Staten als artiest, zoals een toneelspeler, film-, radio-, of televisie-artiest,
 of een musicus, alsmede als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden die
 als zodanig worden verricht in de andere Staat, worden belast in die andere Staat
 tenzij het bedrag van de bruto-ontvangsten dat een dergelijke artiest of sportbeoefenaar
 in het betrokken belastingjaar voor de werkzaamheden verkrijgt, met inbegrip van de
 aan hem vergoede of de ten behoeve van hem gedragen kosten, 10.000 Amerikaanse dollar
 of de tegenwaarde daarvan in euro op 1 januari van het desbetreffende belastingjaar
 niet te boven gaat. In het laatstgenoemde geval kan de vrijstelling worden toegepast
 door middel van een teruggave van de belasting die aan de bron is geheven. Een verzoek
 om een dergelijke teruggave dient na het eind van het desbetreffende belastingjaar
 en binnen drie jaren na afloop van dat jaar te worden ingediend.

- 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van werkzaamheden die door een artiest of een
 sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar
 toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten van die andere
 persoon, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming) en [15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) worden belast in de Staat waar de werkzaamheden van de artiest
 of sportbeoefenaar worden verricht tenzij wordt vastgesteld dat noch de artiest of
 sportbeoefenaar noch daarmee verbonden personen onmiddellijk of middellijk op enigerlei
 wijze gerechtigd zijn tot een deel van de winsten van die andere persoon, met inbegrip
 van de ontvangsten van uitgestelde beloningen, bonussen, vergoedingen, dividenden,
 vennootschapsuitdelingen of andere uitdelingen.

#### Artikel 19. Pensioenen, lijfrenten, alimentatieuitkeringen

- 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, tweede lid](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen verkregen
 door een uiteindelijke gerechtigde die inwoner van een van de Staten is ter zake van
 een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten slechts in die Staat belastbaar.

- 2 Wanneer echter de beloningen genoemd in het eerste lid worden verkregen door een natuurlijke
 persoon die op enig tijdstip gedurende de periode van vijf jaar voorafgaande aan de
 datum van betaling inwoner van de andere Staat was, mag de beloning ook in die andere
 Staat worden belast, indien de beloning is betaald ter zake van een in die andere
 Staat uitgeoefende dienstbetrekking en de beloning niet is betaald in de vorm van
 periodieke uitkeringen, of indien een afkoopsom wordt betaald in plaats van het recht
 een lijfrente te ontvangen.

- 3 De bepalingen van het tweede lid zijn niet van toepassing op dat gedeelte van de beloning
 of afkoopsom bedoeld in het tweede lid dat wordt gebruikt als bijdrage aan een pensioenregeling
 of dat wordt gestort op een pensioenrekening onder zodanige omstandigheden dat, indien
 de beloning of de afkoopsom zou zijn ontvangen van een betaler in de woonstaat van
 de ontvanger, de belastingheffing door de woonstaat van de ontvanger over de betaling
 zou zijn uitgesteld tot het tijdstip waarop de betaling wordt onttrokken aan de pensioenregeling
 waaraan was bijgedragen of de pensioenrekening waarop was gestort.

- 4 Onder voorbehoud van de bepalingen van het [tweede lid van artikel 20](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties) zijn pensioenen en andere betalingen gedaan krachtens de bepalingen
 van een publiekrechtelijke regeling inzake sociale zekerheid en andere publiekrechtelijke
 pensioenen betaald door een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat of aan
 een staatsburger van de Verenigde Staten slechts belastbaar in de eerstbedoelde Staat.

- 5 De uitdrukking „lijfrente” als bedoeld in dit artikel betekent een vaste som, periodiek
 betaalbaar op vaste tijdstippen, hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een
 vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het
 doen van betalingen, welke staat tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie
 in geld of geldswaarde.

- 6 Alimentatie betaald aan een inwoner van een van de Staten is slechts in die Staat
 belastbaar. De uitdrukking „alimentatie” als bedoeld in dit lid betekent periodieke
 uitkeringen ingevolge een schriftelijke overeenkomst tot scheiding of een echtscheidingsvonnis,
 gescheiden onderhoud of verplichte steun dan wel een afkoopsom in plaats daarvan,
 die bij de ontvanger belast zijn ingevolge de wetgeving van de Staat waarvan hij inwoner
 is.

- 7 Indien een natuurlijke persoon die inwoner is van een van de Staten lid is van, begunstigde
 tot of deelnemer in een vrijgesteld pensioenfonds dat inwoner is van de andere Staat,
 mag het inkomen behaald door het vrijgestelde pensioenfonds uitsluitend worden belast
 als inkomen van die persoon indien, en, met inachtneming van de bepalingen van het
 eerste, tweede en derde lid van dit artikel, voor zover dat inkomen door het vrijgestelde
 pensioenfonds wordt betaald of ten goede komt aan die natuurlijke persoon (en niet
 wordt overgedragen aan een ander vrijgesteld pensioenfonds in die andere Staat).

- 8 Indien een natuurlijke persoon die lid is van, begunstigde tot of deelnemer in een
 vrijgesteld pensioenfonds dat gevestigd is in een van de Staten, in dienstverband
 of als zelfstandige werkzaam is in de andere Staat:

- a. zijn de premies betaald door of namens die natuurlijke persoon aan het vrijgestelde
 pensioenfonds gedurende het tijdvak waarin hij in dienstverband of als zelfstandige
 werkzaam is in de andere Staat aftrekbaar (of worden niet bij de belastingheffing
 inbegrepen) voor de berekening van zijn belastbaar inkomen in die andere Staat; en

- b. worden voordelen behaald door het vrijgestelde pensioenfonds of premies betaald aan
 het vrijgestelde pensioenfonds door of namens de werkgever van die natuurlijke persoon,
 gedurende dat tijdvak niet behandeld als onderdeel van het belastbare inkomen van
 die persoon en mogen dergelijke premies worden afgetrokken bij de berekening van de
 bedrijfswinst van zijn werkgever in die andere Staat.

 De uit hoofde van dit lid beschikbare fiscale faciliëring mag niet hoger zijn dan
 de fiscale faciliëring die door de andere Staat zou zijn toegestaan aan inwoners van
 die Staat voor premies aan of uitkeringen voortvloeiend uit een in die Staat gevestigd
 vrijgesteld pensioenfonds.

- 9 De bepalingen van het achtste lid van dit artikel vinden alleen toepassing indien:

- a. premies betaald door of namens de natuurlijke persoon of door of namens de werkgever
 van die natuurlijke persoon aan het vrijgestelde pensioenfonds (of aan een ander soortgelijk
 vrijgesteld pensioenfonds dat in de plaats gekomen is van het eerstbedoelde pensioenfonds)
 zijn betaald voordat de natuurlijke persoon in dienstverband of als zelfstandige ging
 werken in de andere Staat; en

- b. de bevoegde autoriteit van de andere Staat ermee heeft ingestemd dat het vrijgestelde
 pensioenfonds over het algemeen overeenkomt met een in die andere Staat gevestigd
 vrijgesteld pensioenfonds.

- 10

- a. Indien een staatsburger van de Verenigde Staten die in Nederland woont in Nederland
 in dienstbetrekking werkzaam is waarvan de inkomsten belastbaar zijn in Nederland
 en ten laste komen van een werkgever die inwoner is van Nederland of van een in Nederland
 gevestigde vaste inrichting, en de natuurlijke persoon lid is van, begunstigde tot
 of deelnemer in een in Nederland gevestigd vrijgesteld pensioenfonds,

- i. dienen de premies betaald door of namens die natuurlijke persoon aan het vrijgestelde
 pensioenfonds gedurende het tijdvak waarin hij in dienstverband werkzaam is in Nederland
 en die toe te rekenen zijn aan het dienstverband aftrekbaar te zijn (of niet bij de
 belastingheffing te worden inbegrepen) bij de berekening van zijn belastbaar inkomen
 in de Verenigde Staten; en

- ii. worden uitkeringen voortvloeiend uit het vrijgestelde pensioenfonds of door of namens
 de werkgever van die natuurlijke persoon gedurende dat tijdvak betaalde premies aan
 het vrijgestelde pensioenfonds en die toe te rekenen zijn aan dat dienstverband bij
 de berekening van het belastbare inkomen van de werknemer in de Verenigde Staten niet
 behandeld als onderdeel van het belastbare inkomen. Dit lid vindt uitsluitend toepassing
 voor zover de premies of uitkeringen in aanmerking komen voor fiscale faciliëring
 in Nederland.

- b. De uit hoofde van dit lid beschikbare fiscale faciliëring mag niet hoger zijn dan
 die welke door de Verenigde Staten zou zijn toegestaan aan hun inwoners voor premies
 aan of voordelen behaald door een overeenkomstig vrijgesteld pensioenfonds dat in
 de Verenigde Staten is gevestigd.

- c. Teneinde te bepalen of een natuurlijke persoon in aanmerking komt voor deelname in
 en belastingvoordeel in verband met een in de Verenigde Staten gevestigd vrijgesteld
 pensioenfonds, worden premies betaald aan of voordelen behaald door een in Nederland
 gevestigd vrijgesteld pensioenfonds behandeld als premies of uitkeringen uit hoofde
 van een overeenkomstig vrijgesteld pensioenfonds dat in de Verenigde Staten is gevestigd
 voorzover fiscale faciliëring uit hoofde van dit lid beschikbaar is voor de natuurlijke
 persoon.

- d) Dit lid vindt alleen toepassing indien de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten
 ermee heeft ingestemd dat het vrijgestelde pensioenfonds over het algemeen overeenkomt
 met een in de Verenigde Staten gevestigd vrijgesteld pensioenfonds.

- 11 De voordelen bedoeld in het zevende, achtste, negende en tiende lid zijn met betrekking
 tot een in de Verenigde Staten gevestigd vrijgesteld pensioenfonds uitsluitend van
 toepassing indien het pensioenfonds zich in overeenstemming met het Nederlandse recht
 ten aanzien van aangewezen buitenlandse pensioenfondsen verplicht inlichtingen en
 zekerheid te verschaffen aan de belastingautoriteiten van Nederland.

#### Artikel 20. Overheidsfuncties

- 1

- a. Beloningen, niet zijnde pensioenen, betaald door een van de Staten of een staatkundig
 onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke
 persoon terzake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke
 lichaam, zijn slechts in die Staat belastbaar.

- b. Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar, indien de diensten
 in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon een inwoner is van die Staat,
 die:

- i. onderdaan is van die Staat; of

- ii. niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd.

- 2

- a. Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door, een van de Staten
 of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan
 aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel
 of dat publiekrechtelijke lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar.

- b. Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar, indien de natuurlijke
 persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.

- 3 De bepalingen van de [artikelen 16](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16) (Niet-zelfstandige Arbeid), [17](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17) (Bestuurders- en Commissarissenbeloningen) en [19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten, Alimentatieuitkeringen) zijn van toepassing op beloningen
 en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht
 bedrijf, uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk
 publiekrechtelijk lichaam daarvan.

#### Artikel 21. Hoogleraren en docenten

- 1 Een natuurlijke persoon die een van de Staten bezoekt gedurende een tijdvak van ten
 hoogste twee jaar met het doel onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek
 bezig te houden aan een universiteit, hogeschool of andere erkende onderwijsinrichting
 in die Staat, en die onmiddellijk voorafgaande aan dat bezoek inwoner was van de andere
 Staat, is slechts in die andere Staat belastbaar voor de beloning voor dat geven van
 onderwijs of dat onderzoek gedurende een tijdvak dat twee jaar te rekenen vanaf de
 datum waarop hij de eerstgenoemde Staat voor het eerst met dat doel bezoekt niet te
 boven gaat. Indien het bezoek de twee jaar overschrijdt, mag de eerstgenoemde Staat
 de natuurlijke persoon belasten ingevolge zijn nationale wetgeving voor het gehele
 tijdvak van het bezoek, tenzij de bevoegde autoriteiten van de Staten in een bijzonder
 geval anders overeenkomen.

- 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk
 onderzoek, indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang, maar in
 de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen.

#### Artikel 22. Studenten en personen in opleiding

- 1 Een natuurlijke persoon die onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een van
 de Staten inwoner is van de andere Staat en die tijdelijk in de eerstbedoelde Staat
 verblijf houdt in de eerste plaats met de bedoeling:

- a. met volledige dagtaak te studeren aan een erkende universiteit, hogeschool of school
 in die eerstbedoelde Staat; of

- b. een opleiding voor een bedrijf of beroep te verkrijgen,

 is vrijgesteld van belasting in de eerstbedoelde Staat ter zake van:

- i. alle overmakingen uit het buitenland ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding;
 en

- ii. alle beloningen voor persoonlijke diensten verricht in de eerstbedoelde Staat, tot
 een bedrag dat in enig belastingjaar 2000 Amerikaanse dollar of de tegenwaarde daarvan
 in euro op 1 januari van dat belastingjaar niet te boven gaat.

 De voordelen ingevolge dit lid worden slechts verleend voor zulk een tijdsduur als
 redelijk is of gewoonlijk vereist om het doel van het bezoek te bereiken.

- 2 Een natuurlijke persoon die onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een van
 de Staten inwoner is van de andere Staat en die tijdelijk in de eerstbedoelde Staat
 verblijf houdt gedurende een tijdvak van niet langer dan driejaar met het doel te
 studeren, wetenschappelijk onderzoek te doen of een opleiding te verkrijgen, zulks
 uitsluitend als genieter van een toelage, vergoeding of prijs verleend door een organisatie
 op het gebied van wetenschap, onderwijs, godsdienst of liefdadigheid of op grond van
 een programma van technische hulpverlening waaraan een van de Staten, een staatkundig
 onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan deelneemt, is vrijgesteld
 van belasting in de eerstbedoelde Staat voor:

- a. het bedrag van die toelage, vergoeding of prijs; en

- b. alle beloningen voor persoonlijke diensten verricht in de eerstbedoelde Staat, mits
 die diensten verband houden met zijn studie, onderzoek of opleiding of daaruit voortvloeien,
 zulks tot een bedrag dat in enig belastingjaar 2000 Amerikaanse dollar of de tegenwaarde
 daarvan in euro op 1 januari van dat belastingjaar niet te boven gaat.

- 3 Een natuurlijke persoon kan geen aanspraak maken op de voordelen van dit artikel of
 van [artikel 21](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21) (Hoogleraren en andere Docenten), indien die natuurlijke persoon gedurende het onmiddellijk
 voorafgaande tijdvak aanspraak heeft gemaakt op de voordelen van zo'n ander artikel.

#### Artikel 23. Overige inkomsten

- 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, van waaruit ook
 afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn behandeld,
 zijn slechts in die Staat belastbaar.

- 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde
 inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in het [tweede lid van artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) (Inkomsten uit Onroerende Zaken) indien de uiteindelijke gerechtigde tot de inkomsten
 die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat een bedrijf uitoefent door
 middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat zelfstandige
 arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de inkomsten zijn
 toe te rekenen aan die vaste inrichting of aan dat vaste middelpunt. In dat geval
 zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming) of [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) van toepassing.

### HOOFDSTUK IV. VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

#### Artikel 24. Grondslag van de belastingheffing

- 1 Niettegenstaande enige bepaling van de Overeenkomst, behalve het tweede lid, mag elk
 van de Staten zijn inwoners en onderdanen belasten als ware de Overeenkomst niet in
 werking getreden. Voor dit doel omvat, waar het de Verenigde Staten betreft, de uitdrukking
 onderdaan een voormalige staatsburger of langdurig inwoner die geen onderdaan is van
 Nederland, en voor wie het vermijden van de heffing van inkomstenbelasting een van
 de voornaamste doelstellingen is van het verlies van zijn een dergelijke Amerikaanse
 status, maar alleen voor het tijdvak van 10 jaar volgend op dat verlies.

- 2 De bepalingen van het eerste lid tasten niet aan

- a. de voordelen verleend door een van de Staten ingevolge het tweede lid van [artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Verbonden Ondernemingen), ingevolge het [vierde, zevende, achtste en tiende lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten, Alimentatie-uitkeringen), en ingevolge de [artikelen 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel25) (Vermijding van Dubbele Belasting), [28](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel28) (Non-Discriminatie) en [29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor Onderling Overleg); en

- b. de voordelen verleend door een van de Staten ingevolge de [artikelen 20](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties), [21](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel21) (Hoogleraren en andere Docenten) , [22](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel22) (Studenten en Personen in Opleiding) en [33](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel33) (Diplomatieke en Consulaire Ambtenaren), aan natuurlijke personen die geen onderdaan
 zijn van die Staat, en in het geval van de Verenigde Staten, evenmin „lawful permanent
 resident” van de Verenigde Staten.

- 3 Voor de uitvoering van het [eerste en tweede lid van artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming), het [zevende lid van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), het [derde lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), het [derde lid van artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's), het [derde lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten), het [eerste lid van artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) en het [tweede lid van artikel 23](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel23) (Overige Inkomsten) zijn alle inkomsten, voordelen of kosten die zijn toe te rekenen
 aan een vaste inrichting of vast middelpunt gedurende het bestaan daarvan belastbaar
 of aftrekbaar in de Staat waarin die vaste inrichting of dat vaste middelpunt is gelegen,
 zelfs als de betalingen zijn uitgesteld tot een tijdstip waarop die vaste inrichting
 of dat vaste middelpunt heeft opgehouden te bestaan. Niets in de voorgaande zin tast
 de toepassing op die uitgestelde betalingen aan, overeenkomstig de binnenlandse wetgeving
 van elk van de Staten, van de regels betreffende de winstneming en het maken van kosten.

 Voordelen uit de vervreemding van roerende goederen die op enig moment deel hebben
 uitgemaakt van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt
 dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat heeft of heeft gehad mogen
 door die andere Staat slechts worden belast voor zover het voordeel is toe te rekenen
 aan het tijdvak waarin de desbetreffende roerende goederen deel hebben uitgemaakt
 van het voornoemde bedrijfsvermogen. Die andere Staat kan die voordelen belasten op
 het tijdstip waarop de voordelen overeenkomstig de wetten van die andere Staat worden
 gerealiseerd en in aanmerking worden genomen, mits dat tijdstip ligt binnen 3 jaar
 na de datum waarop de goederen ophouden deel te zijn van het bedrijfsvermogen van
 de vaste inrichting of het vaste middelpunt.

- 4 In het geval van een bestanddeel van het inkomen, de winst of een voordeel verkregen
 door een persoon dat fiscaal transparant is krachtens het recht van een van beide
 Staten, wordt dit bestanddeel aangemerkt als zijnde verkregen door een inwoner van
 een Staat voorzover dat bestanddeel voor de toepassing van het belastingrecht van
 die Staat wordt behandeld als het inkomen, de winst of het voordeel van een inwoner.

#### Artikel 25. Vermijding van dubbele belasting

- 1 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van [artikel 24](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel24) (Grondslag van de Belastingheffing), is Nederland bevoegd de bestanddelen van het
 inkomen in de grondslag van de belastingheffing te begrijpen die op grond van het
 vierde lid van [artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten, Alimentatie-uitkeringen) en [artikel 20](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties) slechts in de Verenigde Staten belastbaar zijn.

- 2 Indien een inwoner of onderdaan van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt,
 die volgens [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) (Inkomsten uit onroerende zaken), [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit onderneming) voor zover dat inkomen is onderworpen aan belasting van de
 Verenigde Staten, het [zevende lid van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), het [derde lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), het [derde lid van artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's), het [eerste en derde lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten), [artikel 15](#) (Zelfstandige arbeid) voor zover dat inkomen is onderworpen aan belasting van de
 Verenigde Staten, het eerste lid van [artikel 16](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel16) (Niet-zelfstandige arbeid), het [vierde lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, lijfrenten, alimentatieuitkeringen), [artikel 20](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel20) (Overheidsfuncties) en het [tweede lid van artikel 23](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel23) (Overige inkomsten) van deze Overeenkomst belastbaar zijn in de Verenigde Staten
 en zijn begrepen in de grondslag van de belastingheffing, stelt Nederland deze bestanddelen
 vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt
 berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden
 van dubbele belasting. Hiertoe worden genoemde bestanddelen geacht te zijn begrepen
 in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen
 van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

- 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de Nederlandse belasting voor de bestanddelen
 van het inkomen die volgens het [tweede lid van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), [artikel 17](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel17) (Bestuurders- en Commissarissenbeloningen) en [artikel 18](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel18) (Artiesten en Sportbeoefenaars) van de Overeenkomst in de Verenigde Staten mogen
 worden belast, voor zover deze bestanddelen in de grondslag van de belastingheffing
 zijn begrepen.

 Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan

- a. in het geval van dividenden die mogen worden belast in de Verenigde Staten volgens
 het [tweede lid, letter (a) van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), 5 procent van die dividenden;

- b. in het geval van dividenden die mogen worden belast in de Verenigde Staten volgens
 het [tweede lid, letter (b) van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), 15 procent van die dividenden;

- c. in het geval van andere dividenden, die mogen worden belast in de Verenigde Staten
 volgens het [vierde lid van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), 15 procent van die dividenden; en,

- d. in het geval van andere bestanddelen van het inkomen, genoemd in dit lid, de over
 die andere bestanddelen van het inkomen in de Verenigde Staten betaalde belasting,

 maar bedraagt in geen geval meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend
 indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen
 van het inkomen zouden zijn geweest die op grond van de bepalingen in de Nederlandse
 wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

- 4 Overeenkomstig de bepalingen en behoudens de beperkingen van de wetgeving van de Verenigde
 Staten (zoals deze van tijd tot tijd kan worden gewijzigd zonder de algemene uitgangspunten
 ervan te wijzigen), staan de Verenigde Staten aan een inwoner of onderdaan van de
 Verenigde Staten een verrekening toe met de belasting op inkomen van de Verenigde
 Staten van:

- a. het daarvoor in aanmerking komende bedrag aan inkomstenbelasting dat door of namens
 die inwoner of onderdaan aan Nederland is betaald of dat aan Nederland is verschuldigd,
 behalve de inkomstenbelasting betaald aan Nederland in de gevallen bedoeld in het
 [negende lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogens winsten) of in het [tweede lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten en Alimentatieuitkeringen); en

- b. in het geval van een lichaam van de Verenigde Staten dat ten minste 10 percent bezit
 van het stemgerechtigde aandelenkapitaal van een lichaam dat inwoner is van Nederland
 en waarvan het lichaam van de Verenigde Staten dividenden ontvangt, het daarvoor in
 aanmerking komende bedrag aan inkomstenbelasting dat door of namens het uitdelende
 lichaam aan Nederland is betaald of dat aan Nederland is verschuldigd met betrekking
 tot de winsten waaruit de dividenden zijn betaald.

 De grondslag voor dit in aanmerking komende bedrag is het bedrag aan inkomstenbelasting
 dat is betaald aan of dat is verschuldigd aan Nederland, maar de verrekening overschrijdt
 niet de beperkingen (die tot doel hebben de verrekening te beperken tot de belasting
 van de Verenigde Staten op inkomsten uit bronnen buiten de Verenigde Staten) zoals
 voorzien in de wetgeving van de Verenigde Staten voor het belastingjaar.

 Voor de toepassing van dit lid worden de belastingen bedoeld in het eerste lid, letter
 (a) en het [tweede lid van artikel 2](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel2) (Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is), beschouwd als inkomstenbelastingen.

- 5 Niettegenstaande de bepalingen van het vierde lid van dit artikel staan de Verenigde
 Staten aan een inwoner of onderdaan van de Verenigde Staten een verrekening toe met
 belasting van de Verenigde Staten op inkomen van het daarvoor in aanmerking komende
 bedrag van het winstaandeel, betaald door of namens die inwoner of onderdaan aan Nederland.
 Het daarvoor in aanmerking komende bedrag is het produkt van (i) de heffingsgrondslag
 van het verrekenbare deel van het winstaandeel en (ii) het wettelijke maximumtarief
 van de belasting van de Verenigde Staten dat van toepassing is voor die inwoner of
 onderdaan voor dat belastingjaar. Voor het bepalen van het in aanmerking komende bedrag
 hebben de volgende uitdrukkingen de volgende betekenis:

- a. de heffingsgrondslag van het verrekenbare deel van het winstaandeel is het deel van
 de inkomsten, onderworpen aan de vennootschapsbelasting (uitgezonderd de inkomsten
 die niet zijn onderworpen aan het winstaandeel) die zijn behaald uit bronnen in Nederland
 (vóór aftrek van het verschuldigde winstaandeel) dat uitgaat boven de heffingsgrondslag
 van het verrekenbare deel van de vennootschapsbelasting.

- b. de heffingsgrondslag van het verrekenbare deel van de vennootschapsbelasting is het
 effectieve tarief van de vennootschapsbelasting, gedeeld door het wettelijke maximumtarief
 van de belasting van de Verenigde Staten dat van toepassing is voor die inwoner of
 onderdaan voor dat belastingjaar, vermenigvuldigd met de inkomsten, onderworpen aan
 de vennootschapsbelasting (uitgezonderd de inkomsten die niet zijn onderworpen aan
 het winstaandeel) die zijn behaald uit bronnen in Nederland (vóór aftrek van het verschuldigde
 winstaandeel).

- c. het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting is de vennootschapsbelasting betaald
 over de inkomsten die zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting (uitgezonderd
 de inkomsten die niet zijn onderworpen aan het winstaandeel), gedeeld door de inkomsten
 onderworpen aan de vennootschapsbelasting (uitgezonderd de inkomsten die niet zijn
 onderworpen aan het winstaandeel en vóór aftrek van het verschuldigde winstaandeel).

 Bij de vaststelling van het in aanmerking komende bedrag gelden eveneens de andere
 beperkingen waarin de wetgeving van de Verenigde Staten, zoals deze van tijd tot tijd
 kan worden gewijzigd, voorziet, die van toepassing zijn op belastingen die verrekenbaar
 zijn op grond van de bepalingen van artikel 901 of 903 van de Internal Revenue Code
 voor personen die aanspraak maken op de voordelen van deze Overeenkomst. Bij de toepassing
 van die beperkingen op de vennootschapsbelasting moet bij het berekenen van deze beperkingen
 de heffingsgrondslag van het verrekenbare deel van de vennootschapsbelasting (zoals
 gedefinieerd in (b) hierboven) worden gebruikt. Het winstaandeel dat is betaald en
 dat uitgaat boven het in aanmerking komende bedrag mag alleen worden gebruikt voor
 verrekening in een ander belastingjaar, en alleen met belasting van de Verenigde Staten
 op de heffingsgrondslag van het verrekenbare deel van het winstaandeel (zoals gedefinieerd
 in (a) hierboven). Indien aanspraak wordt gemaakt op verrekening van het winstaandeel,
 mag de belastingplichtige met betrekking tot enige buitenlandse belasting, betaald
 of verschuldigd in dat jaar, waarvoor aanspraak mag worden gemaakt op verrekening
 met belasting van de Verenigde Staten op inkomen op grond van artikel 901 of 903 van
 de Internal Revenue Code, of met betrekking tot het winstaandeel, betaald of verschuldigd
 in dat jaar, geen aanspraak maken op aftrek op zijn in de Verenigde Staten belastbare
 inkomen. Verrekening ingevolge de bepalingen van het vierde lid van dit artikel is
 niet toegestaan voor enige Nederlandse belasting waarvoor aanspraak op verrekening
 is gemaakt ingevolge de bepalingen van dit lid.

- 6 Indien een staatsburger van de Verenigde Staten inwoner is van Nederland:

- a. staat Nederland, met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die niet zijn
 vrijgesteld van Nederlandse belasting op grond van het tweede lid en niet zijn genoemd
 in het zevende lid van dit artikel, en die ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst
 zijn vrijgesteld van belasting van de Verenigde Staten of die zijn onderworpen aan
 een gereduceerd tarief van belasting van de Verenigde Staten indien zij zijn behaald
 door een inwoner van Nederland die geen staatsburger is van de Verenigde Staten, alleen
 een verrekening met Nederlandse belasting toe, op grond van de bepalingen van de Nederlandse
 belastingwetgeving met betrekking tot verrekening van buitenlandse belasting, van
 de daadwerkelijk betaalde belasting die de Verenigde Staten mogen heffen op grond
 van de bepalingen van deze Overeenkomst, anders dan belastingen die op grond van van
 de bepalingen van het eerste lid van [artikel 24](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel24) (Grondslag van de Belastingheffing) uitsluitend mogen worden geheven op grond van
 staatsburgerschap;

- b. staan de Verenigde Staten, teneinde de belasting van de Verenigde Staten in letter
 (a) te berekenen, een verrekening met belasting van de Verenigde Staten toe van de
 aan Nederland betaalde inkomstenbelasting na de verrekening bedoeld in letter (a);
 de aldus toegestane verrekening vermindert niet het deel van de belasting van de Verenigde
 Staten dat in overeenstemming met letter (a) verrekenbaar is met de Nederlandse belasting;
 en

- c. uitsluitend met het doel om dubbele belasting in de Verenigde Staten te vermijden
 op grond van de bepalingen van letter (b), worden bestanddelen van het inkomen bedoeld
 in letter (a) geacht afkomstig te zijn uit Nederland voor zover noodzakelijk om dubbele
 belasting van dat inkomen ingevolge letter (b) te vermijden.

- 7 Indien een inwoner van een van de Staten voordelen of een beloning of een eenmalige
 uitkering verkrijgt, die in overeenstemming met het negende lid van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten), of met het [tweede lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, Lijfrenten, Alimentatieuitkeringen) in de andere Staat mogen worden
 belast, staat die andere Staat van zijn belasting op die voordelen, beloning of eenmalige
 uitkering een aftrek toe. Het bedrag van die aftrek is gelijk aan de belasting die
 is geheven in de eerstgenoemde Staat op de genoemde voordelen, beloning of eenmalige
 uitkering, maar bedraagt in geen geval meer dan dat deel van de inkomstenbelasting,
 zoals berekend voordat de aftrek is toegestaan, dat toerekenbaar is aan de genoemde
 voordelen, beloning of eenmalige uitkering. Voor het uitsluitende doel om dubbele
 belasting in de Verenigde Staten te vermijden op grond van de bepalingen van dit lid,
 worden bestanddelen van het inkomen bedoeld in dit lid geacht afkomstig te zijn uit
 Nederland, voor zover noodzakelijk om dubbele belasting op dat inkomen ingevolge de
 bepalingen van dit lid te vermijden.

- 8 Nederland verleent ten slotte een aftrek op de Nederlandse belasting voor de bestanddelen
 van het inkomen die volgens het [achtste lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) en het [zesde lid van artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) in de Verenigde Staten mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen
 in de grondslag van de belastingheffing zijn begrepen en niet op grond van het Nederlandse
 nationale belastingregime of op grond van een door Nederland overeengekomen bilaterale
 of multilaterale regeling tot het vermijden van dubbele belasting als winst van een
 vaste inrichting zijn vrijgesteld van belasting in Nederland.

 Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan

- a. in het geval van interest die mag worden belast in de Verenigde Staten volgens het
 [achtste lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), 15 procent van die interest;

- b. in het geval van royalty's die mogen worden belast in de Verenigde Staten volgens
 het [zesde lid van artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's), 15 procent van die royalty's,

 maar bedraagt in geen geval meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend
 indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen
 van het inkomen zouden zijn geweest die op grond van de bepalingen in de Nederlandse
 wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

### HOOFDSTUK V. BIJZONDERE BEPALINGEN

#### Artikel 26. Beperkingen van voordelen

- 1 Tenzij in dit artikel anders is bepaald, is een inwoner van een van de Staten die
 voordelen verkrijgt uit de andere Staat alleen gerechtigd tot alle voordelen uit deze
 Overeenkomst die anderszins worden toegekend aan inwoners van een Staat indien een
 dergelijke inwoner een gekwalificeerde persoon is als omschreven in het tweede lid
 van dit artikel en voldoet aan alle andere omschreven voorwaarden voor het verkrijgen
 van dergelijke voordelen.

- 2 Een inwoner van een van de Staten is uitsluitend een gekwalificeerde persoon voor
 een belastingjaar indien hij:

- a. een natuurlijke persoon is; of

- b. een Staat, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam
 daarvan is; of

- c. een lichaam is, indien

- i. de voornaamste soort van zijn aandelen (en elke „disproportionate class of shares”)
 genoteerd is aan een erkende effectenbeurs zoals beschreven in het achtste lid, letter
 a, onder i) of ii) van dit artikel en in deze aandelen regelmatig wordt gehandeld
 op een of meer erkende effectenbeurzen, tenzij het lichaam geen reële aanwezigheid
 heeft in de Staat waarvan het een inwoner is; of

- ii. ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen (en
 ten minste 50 percent van elke „disproportionate class of shares”) van het lichaam
 onmiddellijk of middellijk het eigendom is van ten hoogste vijf lichamen die gerechtigd
 zijn tot de voordelen van letter c onder i), met dien verstande dat ingeval van middellijke
 eigendom elke tussenliggende eigenaar inwoner is van een van beide Staten;

- d. een persoon is als beschreven in [artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde Pensioenfondsen) van deze Overeenkomst, op voorwaarde dat:

- i. meer dan 50 percent van de gerechtigden, leden of deelnemers natuurlijke personen
 van een van beide Staten zijn; of

- ii. de organisatie die geldschieter is van een dergelijke persoon recht heeft op de voordelen
 van de Overeenkomst op grond van dit artikel; of

- e. een niet in letter d beschreven organisatie zonder winstoogmerk is die krachtens een
 dergelijke hoedanigheid in het algemeen in haar woonstaat is vrijgesteld van een belastingheffing
 naar het inkomen; of

- f. een persoon is, niet zijnde een natuurlijke persoon of een lichaam dat gerechtigd
 zou zijn tot de voordelen op grond van letter c onder i) maar daarvoor niet in aanmerking
 komt als gevolg van het niet hebben van reële aanwezigheid in haar woonstaat, indien:

- i. op ten minste de helft van de dagen van een belastingjaar gekwalificeerde personen
 als bedoeld in letter a, b, c onder i), of letter d of e van dit lid, onmiddellijk
 of middellijk, aandelen of een ander belang als uiteindelijk gerechtigde van ten minste
 50 percent van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam
 in eigendom hebben (en ten minste 50 percent van elke „disproportionate class of shares”)
 en

- ii. minder dan 50 percent van het bruto inkomen in dat belastingjaar van die persoon onmiddellijk
 of middellijk wordt betaald aan of toekomt aan personen die geen inwoner zijn van
 een van beide Staten in de vorm van betalingen die aftrekbaar zijn voor de belastingen
 waarop deze Overeenkomst van toepassing is in de Staat waarvan de persoon inwoner
 is (met uitzondering van betalingen als willekeurige derde verricht bij de normale
 bedrijfsuitoefening ter zake van diensten of lichamelijke zaken en betalingen in het
 kader van financiële verplichtingen aan een bank op voorwaarde dat indien de bank
 geen inwoner is van een van de Staten een dergelijke betaling toerekenbaar is aan
 een vaste inrichting van die bank gelegen in een van de Staten).

- 3 Niettegenstaande het feit dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten niet
 als gekwalificeerde persoon kan worden aangemerkt, is dit lichaam toch gerechtigd
 tot alle voordelen uit deze Overeenkomst die anderszins worden toegekend aan inwoners
 van een Staat ter zake van een inkomensbestanddeel indien het lichaam voldoet aan
 alle andere omschreven voorwaarden voor het verkrijgen van dergelijke voordelen en:

- a. ten minste 95 percent van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen (en
 ten minste 50 percent van elke „disproportionate class of shares”) van het lichaam
 onmiddellijk of middellijk in eigendom zijn van ten hoogste zeven personen die gelijkwaardige
 gerechtigden („equivalent beneficiaries”) zijn; en

- b. minder dan 50 percent van het bruto inkomen van het lichaam voor het belastingjaar
 waarin het inkomensbestanddeel afkomstig is onmiddellijk of middellijk wordt betaald
 aan of toekomt aan personen die geen gelijkwaardige gerechtigden (equivalent beneficiaries)
 zijn in de vorm van betalingen die aftrekbaar zijn voor de belastingen waarop deze
 Overeenkomst van toepassing is in de Staat waarvan het lichaam inwoner is (met uitzondering
 van betalingen als willekeurige derde verricht bij de normale bedrijfsuitoefening
 ter zake van diensten of lichamelijke zaken en betalingen in het kader van financiële
 verplichtingen aan een bank op voorwaarde dat indien de bank geen inwoner is van een
 van de Staten een dergelijke betaling toerekenbaar is aan een vaste inrichting van
 die bank gelegen in een van de Staten).

- 4

- a. Niettegenstaande het feit dat een inwoner van een van de Staten niet als gekwalificeerde
 persoon kan worden aangemerkt, is deze inwoner toch gerechtigd tot alle voordelen
 uit deze Overeenkomst die anderszins worden toegekend aan inwoners van een Staat ter
 zake van een inkomensbestanddeel dat afkomstig is uit de andere Staat, indien de inwoner
 betrokken is bij het actief uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten in de eerstbedoelde
 Staat (anders dan activiteiten die bestaan uit het beleggen of het beheren van beleggingen
 voor eigen rekening van die inwoner, tenzij deze activiteiten bank- en verzekeringsactiviteiten
 of effectenhandel betreffen, welke door een bank of verzekeringsmaatschappij of een
 geregistreerd effectenbedrijf worden uitgeoefend), de voordelen verkregen uit de andere
 Staat zijn behaald in samenhang met, of bijkomstig zijn tot, die bedrijfsmatige activiteiten
 en die inwoner voldoet aan alle andere omschreven voorwaarden voor het verkrijgen
 van dergelijke voordelen.

- b. Indien een inwoner van een van de Staten of een van de met hem verbonden ondernemingen
 een bedrijfsmatige activiteit in de andere Staat uitoefent waaruit een inkomensbestanddeel
 voortvloeit, geldt letter a van dit lid ten aanzien van dat inkomensbestanddeel uitsluitend
 indien de bedrijfsmatige activiteiten in de eerstbedoelde Staat wezenlijk zijn in
 relatie tot de bedrijfsmatige activiteiten in de andere Staat.

- c. Bij het bepalen of een persoon betrokken is bij het actief uitoefenen van bedrijfsmatige
 activiteiten in een van de Staten als bedoeld in letter a van dit lid, worden activiteiten
 die worden verricht door een vennootschap in welke de persoon een vennoot is en activiteiten
 die worden verricht door met de persoon verbonden personen geacht te worden verricht
 door die persoon. Een persoon wordt geacht met een andere persoon verbonden te zijn
 indien de ene persoon ten minste 50 percent van het belang als uiteindelijke gerechtigde
 bezit in de andere persoon (of, ingeval van een lichaam, ten minste 50 percent van
 het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het
 uiteindelijke belang in het vermogen van het lichaam) of een andere persoon bezit,
 onmiddellijk of middellijk, ten minste 50 percent van het belang als uiteindelijk
 gerechtigde (of, ingeval van een lichaam, ten minste 50 percent van het totale aantal
 stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het uiteindelijke belang
 in het vermogen van het lichaam) in elk van de personen. In ieder geval wordt een
 persoon geacht te zijn verbonden met een andere persoon indien, op basis van alle
 feiten en omstandigheden, de ene persoon zeggenschap heeft in de andere persoon of
 beide personen onder zeggenschap staan van dezelfde persoon of personen.

- 5 Een persoon die inwoner is van een van de Staten is eveneens gerechtigd tot alle
 voordelen van deze Overeenkomst die anderszins worden toegekend aan inwoners van een
 Staat indien die persoon werkzaam is als hoofdkantoor van een multinationale groep
 van vennootschappen en die inwoner voldoet aan elke andere omschreven voorwaarde voor
 het verkrijgen van dergelijke voordelen. Een persoon wordt voor dit doel alleen als
 hoofdkantoor beschouwd indien:

- a. hij voorziet in een wezenlijk aandeel van het algemene toezicht op en bestuur van
 de groep, dat mede mag omvatten, maar niet hoofdzakelijk mag bestaan uit concernfinanciering;

- b. de groep uit rechtspersonen bestaat, die inwoner zijn van en zich actief bezig houden
 met bedrijfsmatige activiteiten in ten minste vijf landen en waarvan de in elk van
 de vijf landen (of vijf groepen landen) verrichte bedrijfsmatige activiteiten ten
 minste 10 percent van het bruto-inkomen van de groep genereren;

- c. de in ieder ander land dan de staat van vestiging van het hoofdkantoor verrichte bedrijfsmatige
 activiteiten minder dan 50 percent van het bruto-inkomen van de groep genereren;

- d. niet meer dan 25 percent van zijn bruto-inkomen verkregen is uit de andere Staat;

- e. hij onafhankelijke discretionaire bevoegdheid heeft en uitoefent om de functies bedoeld
 in letter a te verrichten;

- f. hij in zijn land van vestiging onderworpen is aan dezelfde regels voor de belastingheffing
 over inkomen als personen zoals beschreven in het vierde lid;

- g. het inkomen, dat is verkregen in de andere Staat, is verkregen in samenhang met of
 als bijkomstige voordeel van de actieve bedrijfsmatige activiteiten bedoeld in letter
 b;

 Indien aan de vereisten met betrekking tot het bruto-inkomen van de letters b, c of
 d van dit lid niet is voldaan, wordt geacht hieraan te zijn voldaan wanneer aan die
 vereisten wel wordt voldaan door het gemiddelde te nemen van het bruto-inkomen van
 de voorafgaande vier jaar.

- 6 Een persoon die inwoner is van een van de Staten, die uit de andere Staat voordelen
 verkrijgt als genoemd in [artikel 8](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel8) (Scheepvaart en Luchtvaart) en die op grond van de voorgaande leden geen recht heeft
 op de voordelen van deze Overeenkomst, heeft desalniettemin recht op de voordelen
 van deze Overeenkomst ten aanzien van die voordelen indien:

- a. meer dan 50 percent van het belang als uiteindelijke gerechtigde in die persoon (of
 ingeval van een lichaam, meer dan 50 percent van de waarde van de aandelen van dat
 lichaam) middellijk of onmiddellijk eigendom is van gekwalificeerde personen of natuurlijke
 personen die inwoner zijn van een derde staat; of

- b. in geval van een lichaam, de aandelen van dat lichaam voornamelijk en regelmatig verhandeld
 worden op een gevestigde markt voor waardepapieren in een derde staat, mits die derde
 staat een vrijstelling verleent onder soortgelijke voorwaarden voor voordelen als
 genoemd in [artikel 8](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel8) van deze Overeenkomst aan staatsburgers en rechtspersonen van de andere Staat hetzij
 op grond van zijn nationale wetgeving of in onderlinge overeenstemming met die andere
 Staat of op grond van een overeenkomst tussen die derde staat en de andere Staat.

- 7 Een persoon die inwoner is van een van de Staten en die op grond van de voorgaande
 leden geen recht heeft op enkele of alle voordelen van deze Overeenkomst kunnen voordelen
 van deze Overeenkomst desalniettemin worden toegekend indien de bevoegde autoriteit
 van de Staat waaruit het desbetreffende inkomen afkomstig is, dit bepaalt. Bij deze
 bepaling houdt de bevoegde autoriteit als haar richtlijn rekening met de vraag of
 hetzij de oprichting, verwerving of instandhouding van die persoon, hetzij de uitoefening
 van zijn activiteiten, als een van de voornaamste doelstellingen het verkrijgen van
 de voordelen van deze Overeenkomst heeft of had. De bevoegde autoriteit van de Staat
 waaruit het inkomen afkomstig is, raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere
 Staat alvorens zij op grond van dit lid de voordelen van de Overeenkomst onthoudt.

- 8 Bij de toepassing van dit artikel gelden de volgende bepalingen en definities:

- a. De uitdrukking „erkende effectenbeurs” betekent:

- i. het NASDAQ-systeem en elke effectenbeurs die voor de toepassing van de Securities
 Exchange Act van 1934 bij de Security and Exchange Commission in de Verenigde Staten
 is geregistreerd als een nationale beurs op het gebied van waardepapieren;

- ii. de Amsterdamse effectenbeurs en elke andere effectenbeurs die onder toezicht staat
 van de Autoriteit Financiële Markten (of zijn opvolger) in Nederland;

- iii. De Ierse effectenbeurs, de Zwitserse effectenbeurs en de effectenbeurzen van Brussel,
 Frankfurt, Hamburg, Johannesburg, Londen, Madrid, Milaan, Parijs, Stockholm, Sydney,
 Tokio, Toronto en Wenen; en

- iv. elke andere effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten voor de toepassing van dit
 artikel erkennen;

- b.

- i. De uitdrukking „voornaamste soort aandelen” betekent de gewone of normale aandelen
 van het lichaam, mits die soort aandelen de meerderheid van het totale aantal stemmen
 in en van de waarde van het lichaam vertegenwoordigt. Indien geen enkele soort gewone
 of normale aandelen de meerderheid van het totale aantal stemmen in en van de waarde
 van het lichaam vertegenwoordigt, dan betekent de uitdrukking „voornaamste soort aandelen”
 die soort of die soorten aandelen die in totaal een meerderheid van het totale aantal
 stemmen in en van de waarde van de lichaam vertegenwoordigen.

- ii. De uitdrukking „aandelen” omvat certificaten en trustcertificaten daarvan;

- c. De uitdrukking „disproportionate class of shares” betekent elke soort aandelen in
 een lichaam dat inwoner is van een van de Staten die de aandeelhouder recht geeft
 op een onevenredig hoger aandeel, door middel van dividend, afkoopsommen of op andere
 wijze, in het inkomen dat in het andere Staat wordt gegenereerd door bepaalde activa
 of activiteiten van het lichaam;

- d. Een lichaam heeft geen reële aanwezigheid in de Staat waarvan het inwoner is indien:

- i.

- A. het totale volume van de handel in aandelen van een dergelijk lichaam op erkende effectenbeurzen
 die in de andere Staat zijn gevestigd groter is dan het totale volume van de handel
 in die aandelen op erkende effectenbeurzen in de primaire economische zone van dat
 lichaam, of

- B. de aandelen van het lichaam worden niet verhandeld op enige erkende effectenbeurs
 die gevestigd is in de primaire economische zone van de Staat waarvan het lichaam
 inwoner is, of de handel op een dergelijke effectenbeurs of op dergelijke effectenbeurzen
 minder bedraagt dan 10 percent van de totale wereldwijde handel in aandelen van een
 dergelijk lichaam; en

- ii. de voornaamste plaats van waaruit het lichaam wordt geleid en bestuurd niet ligt in
 de Staat waarvan het lichaam inwoner is;

- e. Bij de vaststellingen bedoeld in letter (d),

- i. mag, voor de toepassing van onderdeel i) daarvan, het lichaam gebruik maken van de
 gemiddelde handelsvolumes van de drie voorafgaande jaren;

- ii. omvat de primaire economische zone van Nederland de lidstaten van de Europese Unie
 of van de Europese Economische Ruimte. De primaire economische zone van de Verenigde
 Staten omvat de staten die partij zijn bij de Noord Amerikaanse Vrijhandels Associatie;
 en

- iii. ligt de voornaamste plaats van waaruit het lichaam wordt geleid en bestuurd uitsluitend
 in de Staat waarvan het lichaam inwoner is indien de „executive officers and senior
 management employees” hun dagelijkse verantwoordelijkheden voor strategische, financiële
 en operationele beleidsbeslissingen voor het lichaam (inclusief haar directe en indirecte
 deelnemingen) meer in die Staat uitoefenen dan in enige andere Staat en de staven
 meer van de dagelijkse activiteiten die nodig zijn om die beslissingen voor te bereiden
 en te maken verrichten in die Staat dan in enige andere Staat.

- f. een gelijkwaardige gerechtigde („equivalent beneficiary”) is een inwoner van een lidstaat
 van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, of van een Staat die partij
 is bij de Noord Amerikaanse Vrijhandels Associatie, evenwel uitsluitend indien die
 inwoner:

- i.

- A. gerechtigd zou zijn tot alle voordelen van een algemene overeenkomst tot het vermijden
 van dubbele belasting tussen enige lidstaat van de Europese Unie of van de Europese
 Economische Ruimte, of van een Staat die deel uitmaakt van de Noord Amerikaanse Vrijhandels
 Associatie en de Staat ter zake waarvan aanspraak wordt gemaakt op de voordelen van
 deze Overeenkomst op grond van bepalingen die overeenkomen met letter a, b, c onder
 i, d of e van het tweede lid van dit artikel, met dien verstande dat indien een dergelijke
 overeenkomst geen algemeen artikel inzake beperkingen van voordelen bevat, die persoon
 wordt aangemerkt als een gekwalificeerde persoon op grond van letter a, b, c onder
 i, d of e van het tweede lid van dit artikel indien die persoon op grond van [artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4) (Inwoner) van deze Overeenkomst inwoner zou zijn van een van de Staten; en

- B. ten aanzien van de inkomsten als bedoeld in de [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), [11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van vaste inrichtingen), [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) of [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) van deze Overeenkomst, op grond van een dergelijke overeenkomst gerechtigd
 zou zijn tot een belastingtarief ten aanzien van een afzonderlijke soort inkomsten
 waarvoor op grond van deze Overeenkomst aanspraak wordt gemaakt op voordelen, dat
 ten minste zo laag is als het tarief dat van toepassing is op grond van deze Overeenkomst;
 of

- ii. inwoner is van een Staat die een gekwalificeerde persoon is op grond van letter a,
 b, c onder i, d of e van het tweede lid van dit artikel.

 Met het oog op de toepassing van het derde lid van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden) wordt, teneinde vast te stellen of een persoon die, onmiddellijk of
 middellijk, aandelen bezit in een lichaam dat aanspraak maakt op de voordelen van
 deze overeenkomst een gelijkwaardige gerechtigde („equivalent beneficiary”) is, een
 dergelijk persoon geacht hetzelfde stemrecht te hebben in het lichaam dat de dividenden
 uitkeert als het lichaam dat aanspraak maakt op de voordelen in een dergelijk lichaam;

- g. ten aanzien van dividenden, interest en royalty's afkomstig uit Nederland waartoe
 een lichaam dat inwoner is van de Verenigde Staten uiteindelijk gerechtigd is, wordt
 een lichaam dat inwoner is van een lidstaat van de Europese Unie behandeld alsof voldaan
 wordt aan de vereisten van letter f, onder i)B) teneinde vast te stellen of een dergelijke
 inwoner van de Verenigde Staten op grond van dit lid aanspraak kan maken op voordelen
 indien een betaling van dividenden, interest of royalty's afkomstig uit Nederland
 direct aan een dergelijke inwoner van een lidstaat van de Europese Unie wordt betaald
 vrijgesteld zou zijn van enige belastingheffing op grond van een richtlijn van de
 Europese Unie, niettegenstaande het feit dat een overeenkomst met betrekking tot belastingen
 naar het inkomen tussen Nederland en die andere lidstaat van de Europese Unie zou
 voorzien in een hoger belastingtarief ten aanzien van dergelijke betalingen dan het
 belastingtarief dat van toepassing is op een dergelijk lichaam dat inwoner is van
 de Verenigde Staten, op grond van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), of [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) van deze Overeenkomst;

- h. voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel worden de aandelen van een bepaalde
 aandelensoort in een belastingjaar aangemerkt als regelmatig te worden verhandeld
 op een of meer van de erkende effectenbeurzen indien gedurende het tijdvak van twaalf
 maanden dat eindigt op de dag voordat het belastingjaar begint het totale aantal aandelen
 van die soort die verhandeld wordt op die effectenbeurs of beurzen ten minste 6 percent
 beloopt van het gemiddelde aantal van die soort geplaatste aandelen gedurende dat
 tijdvak van twaalf maanden.

#### Artikel 27. Werkzaamheden buitengaats

- 1 De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enige andere bepalingen
 van deze Overeenkomst. Dit artikel vindt echter geen toepassing indien werkzaamheden
 buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge
 de bepalingen van [artikel 5](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5) (Vaste Inrichting) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid).

- 2 In dit artikel betekent de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats" werkzaamheden die
 buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de in
 een van de Staten gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen.

- 3 Een onderneming van een van de Staten die in de andere Staat werkzaamheden buitengaats
 verricht, wordt onder voorbehoud van het vierde lid geacht ter zake van die werkzaamheden
 in die andere Staat een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gevestigde
 vaste inrichting, tenzij de desbetreffende werkzaamheden buitengaats in de andere
 Staat worden verricht gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een kalenderjaar
 een totaal van 30 dagen niet te boven gaan. Voor de toepassing van dit lid wordt:

- a. indien een onderneming die in de andere Staat werkzaamheden buitengaats verricht en
 die is gelieerd aan een andere onderneming, welke andere onderneming als onderdeel
 van hetzelfde project dezelfde werkzaamheden buitengaats voortzet die worden of werden
 uitgevoerd door de eerstbedoelde onderneming, en de hiervoor bedoelde door beide ondernemingen
 verrichte activiteiten bij elkaar opgeteld een tijdvak van 30 dagen te boven gaan,
 elke onderneming geacht zijn werkzaamheden uit te oefenen gedurende een tijdvak dat
 30 dagen in een kalenderjaar te boven gaat;

- b. een onderneming geacht gelieerd te zijn aan een andere onderneming indien de een onmiddellijk
 of middellijk ten minste een derde deel van het kapitaal van de andere onderneming
 bezit of indien een persoon onmiddellijk of middellijk ten minste een derde deel van
 het kapitaal van beide ondernemingen bezit.

- 4 Voor de toepassing van het derde lid wordt de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats"
 evenwel geacht niet te omvatten:

- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als bedoeld in het vierde lid van
 [artikel 5](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel5) (Vaste Inrichting);

- b. sleep- of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn
 ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte activiteiten;

- c. het vervoer van voorraden of personeel door schepen of luchtvaartuigen in internationaal
 verkeer.

- 5 Een inwoner van een van de Staten die in het kader van een vrij beroep of van andere
 werkzaamheden van zelfstandige aard in de andere Staat werkzaamheden buitengaats verricht,
 wordt geacht deze werkzaamheden te verrichten vanuit een vast middelpunt in de andere
 Staat indien de desbetreffende werkzaamheden buitengaats een aaneengesloten periode
 van 30 dagen of meer beslaan.

- 6 Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van
 een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking in verband met werkzaamheden buitengaats
 die worden verricht door middel van een vaste inrichting in de andere Staat, mogen,
 voor zover de dienstbetrekking in de andere Staat buitengaats wordt uitgeoefend, in
 die andere Staat worden belast.

- 7 Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in de Verenigde Staten belasting
 is betaald over de bestanddelen van het inkomen die ingevolge [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit Onderneming) of [artikel 15](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel15) (Zelfstandige Arbeid) in verband met het derde onderscheidenlijk het vijfde lid van
 dit artikel en overeenkomstig het zesde lid van dit artikel in de Verenigde Staten
 mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering op zijn belasting, die wordt
 berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in het tweede lid van [artikel 25](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel25) (Vermijding van Dubbele Belasting).

#### Artikel 28. Non -discriminatie

- 1 Onderdanen van een van de Staten worden in de andere Staat niet aan enige belastingheffing
 of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan
 de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen
 van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.
 Deze bepaling is, niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel1) (Algemene Reikwijdte), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een
 of van beide Staten. Voor de toepassing van de belasting van de Verenigde Staten verkeert
 een onderdaan van de Verenigde Staten die geen inwoner is van de Verenigde Staten
 echter niet in dezelfde omstandigheden als een Nederlands onderdaan die geen inwoner
 is van de Verenigde Staten.

- 2 De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten
 in de andere Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing
 van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze
 bepaling mag niet zo worden uitgelegd, dat zij een van de Staten verplicht aan inwoners
 van de andere Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen
 en verminderingen uit hoofde van de samenstelling van het gezin of gezinslasten te
 verlenen, die eerstbedoelde Staat aan zijn eigen inwoners verleent.

- 3 Behalve indien de bepalingen van het [eerste lid van artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Gelieerde Ondernemingen), het [vijfde lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), of het [vierde lid van artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's), van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven, betaald
 door een inwoner van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat, bij de
 vaststelling van de belastbare winst van de eerstbedoele inwoner onder dezelfde voorwaarden
 aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat.

- 4 Ondernemingen van een van de Staten, waarvan het kapitaal geheel of ten dele, onmiddellijk
 of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer inwoners van
 de andere Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing
 of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan
 de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan andere soortgelijke
 ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.

- 5 Niets in dit artikel mag zo worden uitgelegd, dat de toepassing door elk der Staten
 van de belasting op voordelen van vaste inrichtingen als omschreven in [artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van Vaste Inrichtingen) wordt voorkomen of beperkt.

- 6 De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel2) (Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is), van toepassing op belastingen
 van elke soort en benaming opgelegd door een van de Staten, of een staatkundig onderdeel
 of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.

#### Artikel 29. Regeling voor onderling overleg

- 1 Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Staten voor
 hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is
 met de bepalingen van deze Overeenkomst, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin
 de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde
 autoriteit van de Staat waarvan hij inwoner of onderdaan is.

- 2 De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien
 zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid
 in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Staat te regelen
 ten einde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de Overeenkomst,
 te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd niettegenstaande de verjaringstermijnen
 of andere procedurele beperkingen in de nationale wetgeving van de Staten, mits de
 bevoegde autoriteit van de andere Staat binnen zes jaren vanaf het einde van het belastingjaar
 waarop de aangelegenheid betrekking heeft op de hoogte is gebracht van het bestaan
 van die aangelegenheid.

- 3 De bevoegde autoriteiten van de Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die
 mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van de Overeenkomst
 in onderling overleg op te lossen. In het bijzonder kunnen de bevoegde autoriteiten
 overeenstemming bereiken over:

- a. dezelfde toerekening van inkomen, aftrekposten, verrekeningen of tegemoetkomingen
 van een onderneming van een van de Staten aan diens in de andere Staat gevestigde
 vaste inrichting;

- b. dezelfde verdeling van inkomen, aftrekposten, verrekeningen of tegemoetkomingen tussen
 personen;

- c. dezelfde typering van bepaalde vormen van inkomen;

- d. dezelfde toepassing van bronbepalingen voor bepaalde vormen van inkomen;

- e. een gemeenschappelijke betekenis van een uitdrukking;

- f. verhogingen van de specifieke bedragen waarnaar in de Overeenkomst wordt verwezen
 teneinde de economische en monetaire ontwikkelingen weer te geven;

- g. de toepassing van bepalingen uit het nationale recht betreffende straffen, boetes
 en interest op een wijze overeenkomstig de doelstellingen van de Overeenkomst.

 De bevoegde autoriteiten kunnen elkaar tevens raadplegen voor de vermijding van dubbele
 belasting voor gevallen waarin niet door de Overeenkomst is voorzien.

- 4 De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding
 stellen ten einde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande leden te bereiken.

- 5 Wanneer moeilijkheden of twijfelpunten met betrekking tot de uitlegging of toepassing
 van deze Overeenkomst niet opgelost kunnen worden door de bevoegde autoriteiten in
 een onderlinge overlegprocedure ingevolge de voorgaande leden van dit artikel, kan
 de aangelegenheid, als beide bevoegde autoriteiten en de belastingplichtige(n) daarmee
 instemmen, worden voorgelegd voor arbitrage, mits de belastingplichtige er schriftelijk
 mee instemt te zijn gebonden door de beslissing van de arbitragecommissie. De beslissing
 van de arbitragecommissie in een bepaalde aangelegenheid is voor die aangelegenheid
 bindend voor beide Staten. De bepalingen van dit lid zijn van toepassing nadat de
 Staten zulks zijn overeengekomen door middel van een van diplomatieke-notawisseling.

- 6 Wanneer de bevoegde autoriteit van een van de Staten zich ervan bewust wordt dat de
 wetgeving van een van de Staten is of kan worden toegepast op een wijze die de volledige
 toepassing van deze Overeenkomst belemmert, stelt deze bevoegde autoriteit de bevoegde
 autoriteit van de andere Staat zo snel mogelijk daarvan in kennis. Op verzoek van
 een van de Staten overleggen de bevoegde autoriteiten met elkaar met het oog op een
 volledige toepassing van deze Overeenkomst. Het overleg zoals omschreven in dit lid
 dient aan te vangen binnen zes maanden na de datum waarop de bevoegde autoriteit van
 de eerstbedoelde Staat een kennisgeving deed toekomen aan de bevoegde autoriteit van
 de andere Staat.

#### Artikel 30. Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand

- 1 De bevoegde autoriteiten van de Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn
 om uitvoering te geven aan de bepalingen van deze Overeenkomst of van de nationale
 wetgeving van de Staten met betrekking tot belastingen waarop de Overeenkomst van
 toepassing is, voor zover de belastingheffing op grond daarvan niet in strijd is met
 de Overeenkomst, waaronder begrepen inlichtingen nodig voor de vaststelling en de
 invordering van, de administratie en de tenuitvoerlegging terzake van, de gerechtelijke
 vervolging voor een administratiefrechtelijke autoriteit of het instellen van een
 gerechtelijke vervolging voor een gerechtelijk lichaam, of de beslissing in beroepszaken
 met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. De uitwisseling
 van inlichtingen wordt niet beperkt door [artikel 1](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukI_Artikel1) (Algemene Reikwijdte). Alle door een van de Staten ontvangen inlichtingen worden
 op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die op grond van de nationale wetgeving
 van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of
 autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke
 lichamen) die betrokken zijn bij de bovenbedoelde functies met betrekking tot de belastingen
 waarop de Overeenkomst van toepassing is. Deze personen of autoriteiten mogen van
 de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen
 bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen. Een Staat
 mag inlichtingen die op basis van deze Overeenkomst zijn verkregen slechts als bewijs
 voor een rechter in strafzaken gebruiken indien daartoe vooraf goedkeuring is verleend
 door de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt. De bevoegde autoriteiten
 kunnen echter onderling overeenkomen af te zien van de voorwaarde van voorafgaande
 goedkeuring.

- 2 Wanneer op basis van dit artikel door een van de Staten om inlichtingen is verzocht,
 verzamelt de andere Staat de inlichtingen waarop het verzoek betrekking heeft op dezelfde
 wijze en in dezelfde mate als wanneer de belasting van de eerstbedoelde Staat een
 belasting van die andere Staat zou zijn en zou zijn geheven door de andere Staat.
 Wanneer daar door de bevoegde autoriteit van een Staat uitdrukkelijk om is verzocht,
 tracht de bevoegde autoriteit van de andere Staat de inlichtingen te verschaffen in
 de vorm van getuigenverklaringen, gewaarmerkte afschriften van onbewerkte oorspronkelijke
 documenten (met inbegrip van boeken, documenten, verklaringen, bestanden, rekeningen
 en geschriften) voor zover die verklaringen en documenten verkregen kunnen worden
 op grond van de wetgeving en de administratieve praktijk van die andere Staat met
 betrekking tot haar eigen belastingen.

- 3 De Staten kunnen aan de arbitragecommissie, ingesteld volgens de bepalingen van het
 [vijfde lid van artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor Onderling Overleg), de inlichtingen verstrekken die nodig zijn om
 de arbitrageprocedure te volbrengen. Deze inlichtingen worden verstrekt met inachtneming
 van de bepalingen van [artikel 32](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel32) (Beperking van [artikelen 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) en [31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31)) en van het tweede lid van dit artikel. De leden van de arbitragecommissie zijn met
 betrekking tot de aldus verstrekte inlichtingen onderworpen aan de beperkingen van
 openbaarmaking als omschreven in het eerste lid van dit artikel.

#### Artikel 31. Hulp en bijstand bij invordering

- 1 De Staten nemen op zich elkaar hulp en bijstand te verlenen bij de inning van belastingen
 die het onderwerp van deze Overeenkomst zijn, met inbegrip van interest, kosten, verhogingen
 van belasting en boeten van niet-strafrechtelijke aard.

- 2 In geval van verzoeken tot invordering van belasting kunnen onherroepelijk vaststaande
 belastingvorderingen van een van de Staten door de andere Staat ter invordering worden
 aanvaard en in die Staat worden geïnd overeenkomstig de wetten die van toepassing
 zijn op de invordering en de inning van zijn eigen belastingen. De aangezochte Staat
 is niet gehouden over te gaan tot maatregelen van executie waarin de wet van de verzoekende
 Staat niet voorziet.

- 3 Elk verzoek gaat vergezeld van bescheiden waaruit blijkt dat volgens de wetten van
 de verzoekende Staat de belastingen onherroepelijk zijn komen vast te staan.

- 4 De hulp als bedoeld in dit artikel wordt niet verleend ten aanzien van de staatsburgers,
 rechtspersonen of andere entiteiten van de aangezochte Staat, behalve in die gevallen
 waarin in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de Staten is vastgesteld
 dat de vrijstelling die of het verlaagde tarief van de belasting dat op grond van
 deze Overeenkomst aan die staatsburgers, rechtspersonen en andere entiteiten is toegekend,
 is genoten door personen die niet tot die voordelen gerechtigd zijn.

#### Artikel 32. Beperking van de [artikelen 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) en [31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31)

- 1 In geen geval worden de bepalingen van [artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) en [artikel 31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31) (Hulp en bijstand bij invordering) zo uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting
 opleggen:

- a. administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve
 praktijk van die of van de andere Staat;

- b. inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn krachtens de wetgeving of in
 de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Staat;

- c. inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim
 of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, of inlichtingen waarvan het
 verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.

- 2 Onverminderd het eerste lid, zijn de bevoegde autoriteiten van beide Staten bevoegd
 inlichtingen te verzamelen en te verstrekken die in het bezit zijn van financiële
 instellingen, gevolmachtigden of personen die bij wijze van vertegenwoordiging of
 als vertrouwenspersoon optreden of inlichtingen te verzamelen en verstrekken over
 personen die belangen in een andere persoon houden, met inbegrip van aandelen aan
 toonder, ongeacht de wetten of praktijken in de Staat die het verkrijgen van dergelijke
 informatie anders zouden beletten.

- 3 De bepalingen van deze Overeenkomst verplichten een Staat niet inlichtingen te verzamelen
 of te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat,
 notaris of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien
 dergelijke communicatie:

- a. plaatsvindt ten behoeve van het verzoeken om of verstrekken van juridisch advies;
 of

- b. plaatsvindt ten behoeve van bestaande of mogelijk in te stellen gerechtelijke procedures.

#### Artikel 33. Diplomatieke en consulaire ambtenaren

- 1 De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten
 aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren ontlenen aan de algemene regels van
 het internationale recht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

- 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst wordt een natuurlijke persoon die lid is van
 een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een van de Staten in de andere
 Staat of in een derde Staat en die onderdaan is van de zendstaat, geacht inwoner van
 de zendstaat te zijn, echter alleen indien hij daarin aan dezelfde verplichtingen
 ter zake van belastingen naar het inkomen is onderworpen als inwoners van die Staat.

- 3 De Overeenkomst is niet van toepassing op internationale organisaties, hun organen
 en functionarissen, noch op natuurlijke personen die lid zijn van een diplomatieke
 of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat die in een van de Staten verblijven,
 en die in geen van beide Staten aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen
 naar het inkomen zijn onderworpen als inwoners van die Staten.

#### Artikel 34. Uitvoeringsvoorschriften

- 1 De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen in onderlinge overeenstemming de wijze
 van toepassing regelen van de [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividend), [11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van Vaste Inrichtingen), [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest), [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) en [26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperking van Voordelen).

- 2 Ten aanzien van de bepalingen van deze Overeenkomst met betrekking tot de uitwisseling
 van inlichtingen en de wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingen, kunnen
 de bevoegde autoriteiten in gemeenschappelijk overleg regels vaststellen betreffende
 procedurele aangelegenheden, de formulieren voor aanvragen en voor antwoorden daarop,
 de omrekening van de munteenheid, de beschikking over de geïnde bedragen, het minimum
 van de voor invordering in aanmerking komende bedragen en daarmede verband houdende
 aangelegenheden.

- 3 De bevoegde autoriteiten van elk van de Staten kunnen, in overeenstemming met het
 gebruik van die Staat, uitvoeringsvoorschriften vaststellen die nodig zijn om de overige
 bepalingen van deze Overeenkomst uit te voeren.

- 4 Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen
 van de [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividend), [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) of [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het
 daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van
 de Staat die de belasting heeft geheven, binnen drie jaar na afloop van het kalenderjaar
 waarin de belasting is geheven.

#### Artikel 35. Vrijgestelde pensioenfondsen

- 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van het tweede lid zijn voordelen als bedoeld in
 de [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividend) en [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) verkregen door een fonds, een lichaam, of een andere organisatie, opgericht
 en uitsluitend werkzaam voor het beheer of het verstrekken van voordelen uit hoofde
 van een of meer fondsen of regelingen, ingesteld voor het verstrekken van pensioenuitkeringen
 of andere werknemersvoordelen, vrijgesteld van belasting in een van de Staten indien
 dat fonds, dat lichaam of die organisatie volgens de wetgeving van de andere Staat
 inwoner is van die andere Staat en zijn inkomen in die andere Staat algemeen is vrijgesteld
 van belasting.

- 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de voordelen
 die een fonds, lichaam of andere organisatie behaalt met het uitoefenen van bedrijfsmatige
 activiteiten of verkrijgt van een gelieerde persoon niet zijnde een in het eerste
 lid genoemde persoon.

 De bepalingen van het eerste lid zijn evenmin van toepassing ten aanzien van dividenden
 betaald door een persoon die inwoner is van de Verenigde Staten en die een Real Estate
 Investment Trust is uit voordelen verkregen uit de vervreemding van in de Verenigde
 Staten gelegen onroerende zaken.

#### Artikel 36. Vrijgestelde organisaties

- 1 Een trust, lichaam of andere organisatie die of dat volgens de wetgeving van een van
 de Staten inwoner is van die Staat en uitsluitend werkzaam is voor godsdienstige,
 liefdadige, wetenschappelijke, opvoedkundige of openbare doeleinden is vrijgesteld
 van belasting in de andere Staat ten aanzien van inkomensbestanddelen indien en voor
 zover

- a. die trust, dat lichaam of die andere organisatie in de eerstbedoelde Staat is vrijgesteld
 van belasting; en

- b. die trust, dat lichaam of die andere organisatie in de andere Staat vrijgesteld zou
 zijn van belasting ten aanzien van die inkomensbestanddelen indien de trust, het lichaam
 of de andere organisatie in die andere Staat zou zijn opgericht en aldaar al zijn
 of haar activiteiten zou verrichten.

- 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de voordelen
 die een trust, lichaam of andere organisatie behaalt met het uitoefenen van bedrijfsmatige
 activiteiten of verkrijgt van een gelieerde persoon niet zijnde een in het eerste
 lid genoemde persoon.

- 3 De bevoegde autoriteiten van de Staten ontwikkelen in onderling overleg procedures
 voor de toepassing van dit artikel.

### HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

#### Artikel 37. Inwerkingtreding

- 1 Deze Overeenkomst treedt in werking dertig dagen na de laatste der beide data waarop
 de onderscheiden Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat aan de in
 hun onderscheiden Staten constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan, en de
 bepalingen ervan vinden toepassing voor de belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen,
 of in het geval van aan de bron geheven belastingen, voor betalingen die zijn gedaan,
 op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op de datum waarop de Overeenkomst
 in werking is getreden.

- 2 Niettegenstaande het eerste lid blijft het [Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten met betrekking
 tot belastingen van inkomsten en bepaalde andere belastingen](/jci1.3:c:BWBV0005531), ondertekend te Washington op 29 april 1948, gewijzigd als neergelegd in het op 1
 december 1948 te Washington ondertekende Protocol van Uitwisseling van Bekrachtigingsoorkonden,
 en vervolgens gewijzigd en aangevuld bij het op 30 december 1965 te Washington ondertekende
 Aanvullende Verdrag („eerdere Verdrag"), in zijn geheel van toepassing gedurende een
 periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop anders ingevolge het eerste lid de
 bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing zouden zijn, indien een persoon die
 gerechtigd was tot de voordelen van het eerdere Verdrag op grond van het eerdere Verdrag
 een grotere vermindering van belasting zou zijn verleend dan op grond van deze Overeenkomst,
 indien deze persoon daarvoor kiest.

- 3 Onder voorbehoud van het vierde lid houdt het eerdere [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) op van toepassing te zijn wanneer de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing
 worden in overeenstemming met het eerste en tweede lid.

- 4 Deze Overeenkomst heeft geen gevolgen voor enige van kracht zijnde overeenkomst die
 de toepassing van het op 29 april 1948 te Washington ondertekende [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) in overeenstemming met [Artikel XXVII daarvan](/jci1.3:c:BWBV0005531&artikel=XXVIII) uitbreidt.

#### Artikel 38. Beëindiging

 Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten wordt beëindigd.
 Elk van de Partijen kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten
 minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een
 tijdvak van vijf jaar na de datum van haar inwerkingtreding een kennisgeving van beëindiging
 te doen. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn voor belastingjaren
 en -tijdvakken die aanvangen, of in het geval van aan de bron geheven belastingen,
 voor betalingen die zijn gedaan, na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving
 van beëindiging is gedaan.

 TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst
 hebben getekend,

 GEDAAN te Washington D.C. de achttiende december 1992, in tweevoud, in de Nederlandse
 en de Engelse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.

 Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

 (w.g.) J. H. MEESMAN

 Voor de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,

 (w.g.) EUGENE J. MCALLISTER

#### Nr. I

 DEPARTMENT OF STATE

 WASHINGTON

 Washington D.C., December 18, 1992

 Excellentie,

 Ik heb de eer te verwijzen naar de heden ondertekende Overeenkomst tussen de Verenigde
 Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele
 belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen
 naar het inkomen en namens de Regering van de Verenigde Staten van Amerika het volgende
 voor te stellen:

 Beide Regeringen bevestigen dat hun onderscheiden landen het beginsel erkennen dat
 de Overeenkomst, wanneer deze in werking is getreden, beide partijen bindt, en dat
 de Overeenkomst door hen in goed vertrouwen en in overeenstemming met de algemeen
 aanvaarde regels van het internationale recht moet worden toegepast. De Regeringen
 bevestigen voorts dat zij erkennen dat zij de invoering of interpretatie van wetgeving
 of andere nationale maatregelen, die de nakoming van hun verplichtingen op grond van
 de Overeenkomst voorkomt, moeten vermijden.

 Anderzijds onderkennen beide Regeringen de mogelijkheid dat belangrijke wijzigingen
 in de nationale belastingwetgeving gevolgen kunnen hebben voor de implementatie van
 de Overeenkomst. De Regeringen zijn het er in beginsel over eens dat in zulke gevallen
 een passende wijziging van de Overeenkomst nodig zou kunnen zijn. Of en in welke mate
 zulk een wijziging nodig en aanvaardbaar is, zal worden vastgesteld in overleg en
 onderhandelingen tussen de twee Regeringen.

 Bovendien geeft de Regering van de Verenigde Staten aan de Regering van Nederland
 de verzekering dat, wanneer een staat van of een lokale overheid in de Verenigde Staten
 voornemens is belasting te heffen over de inkomsten van een scheep- of luchtvaartmaatschappij
 die is gevestigd in Nederland, in omstandigheden waarin de Overeenkomst een federale
 inkomstenbelasting over die inkomsten zou uitsluiten, de Verenigde Staten zich met
 de staat of lokale overheid die voornemens is de belasting te heffen, in verbinding
 zullen stellen en zullen trachten die regering ervan te overtuigen af te zien van
 de belastingheffing.

 Tenslotte hebben de onderhandelaars in de loop van de onderhandelingen die hebben
 geleid tot het sluiten van de heden ondertekende Overeenkomst een Memorandum van Overeenstemming
 opgesteld en hieromtrent overeenstemming bereikt, dat bedoeld is als richtlijn voor
 zowel de belastingplichtigen als de belastingautoriteiten van onze twee landen bij
 de interpretatie van diverse bepalingen die in de Overeenkomst zijn opgenomen. Het
 is het standpunt van mijn Regering dat, naarmate wij beide meer ervaring opdoen bij
 het uitvoeren van de Overeenkomst, de bevoegde autoriteiten in het kader van een regeling
 voor onderling overleg op grond van [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) van de Overeenkomst wijzigingen op de overeenstemming en de interpretaties zoals
 neergelegd in het aangehechte Memorandum van Overeenstemming kunnen formuleren en
 publiceren.

 Indien de bovengenoemde overeenstemming en interpretaties van de diverse bepalingen
 zoals neergelegd in het Memorandum van Overeenstemming de goedkeuring van de Regering
 van het Koninkrijk der Nederlanden heeft kunnen wegdragen, dan vormt deze Nota en
 uw Nota in antwoord hierop een gemeenschappelijke en bindende overeenkomst tussen
 onze Regeringen ten aanzien van de Overeenkomst en de rol van het Memorandum van Overeenstemming
 met betrekking tot de Overeenkomst.

 Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen
 aanvaarden.

 Voor de Minister van Buitenlandse Zaken

 (w.g.) EUGENE J. MCALLISTER

 Zijne Excellentie

 Mr. Hans Meesman

 Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

#### Nr. II

 Washington D.C., 18 december 1992

 Excellentie,

 Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van uw Nota van heden die als volgt luidt:

 [Red: (zoals in Nr. I)]

 Ik heb de eer u mede te delen dat mijn Regering met het vorenstaande akkoord gaat.

 Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen
 aanvaarden.

 J. H. MEESMAN

 Hans Meesman

 Ambassadeur van

 het Koninkrijk der Nederlanden

 Zijne Excellentie Lawrence S. Eagleburger

 Minister van Buitenlandse Zaken van

 de Verenigde Staten van Amerika

#### Overeenstemming betreffende de toepassing van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk
 der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting
 en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar
 het inkomen, ondertekend op 18 december 1992 en gewijzigd bij de protocollen ondertekend
 op 13 oktober 1993 en 8 maart 2004

#### I. Met betrekking tot het eerste lid van [artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4) (Inwoner)

- a. Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van de [Overeenkomst](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) de Regering van een van de Staten, de staatkundige onderdelen of de plaatselijke
 publiekrechtelijke lichamen daarvan, dienen te worden beschouwd als inwoners van die
 Staat.

- b. Het is wel te verstaan dat een lichaam dat ingevolge het nationale recht van een Staat
 inwoner is of zou zijn van die Staat voor de uitvoering van de [Overeenkomst](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) niet wordt behandeld als inwoner van die Staat indien het ingevolge een verdrag inzake
 belastingen naar het inkomen tussen die Staat en een derde staat wordt behandeld als
 inwoner van de derde staat.

#### II. Met betrekking tot het vierde lid van [artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4) (Inwoner)

 Het is wel te verstaan dat, wanneer een lichaam inwoner is van Nederland ingevolge
 het [eerste lid van artikel 4](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukII_Artikel4) (Inwoner) en dat lichaam, in verband met de toepassing van artikel 269B van de Internal
 Revenue Code, ingevolge het eerste lid van artikel 4 ook inwoner van de Verenigde
 Staten is, voor de toepassing van deze Overeenkomst onderwerp zal zijn van een onderlinge
 overlegprocedure geldt zoals nedergelegd in het vierde lid van artikel 4.

#### III. Met betrekking tot [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit onderneming)

 Het is wel te verstaan dat, indien een onderneming van een van de Staten een bedrijf
 uitoefent in de andere Staat door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting
 voor de toepassing van het eerste en tweede lid van [artikel 7](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel7) (Winst uit onderneming), de voordelen van die vaste inrichtring niet worden bepaald
 op basis van het totaal van de voordelen van de onderneming, doch slechts op basis
 van dat deel van de voordelen van de onderneming dat aan de werkelijke activiteiten
 van de vaste inrichting met betrekking tot die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen.
 In het bijzonder bij contracten betreffende het toezicht op, de levering, installatie
 of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting en wetenschappelijke uitrusting
 of gebouwen, alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste
 inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van
 het totale bedrag van het contract, maar alleen dat deel van het contract dat werkelijk
 wordt uitgevoerd door de vaste inrichting. De voordelen die betrekking hebben op dat
 deel van het contract dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming,
 worden niet belast in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd.

#### IV. Met betrekking tot [artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Gelieerde ondernemingen), [artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) en [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg)

 Niets in het eerste lid van [artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Gelieerde ondernemingen) of in het vijfde lid van [artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) belet een van beide Staten het passende bedrag aan in aftrek toegelaten
 interest van een onderneming vast te stellen, niet alleen aan de hand van het bedrag
 van de interest met betrekking tot een bepaalde schuldvordering maar tevens aan de
 hand van het totale bedrag van de schuldenlast van de onderneming. In het kader van
 de regeling voor onderling overleg van [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg), wordt het bedrag aan in aftrek toegelaten interest
 vastgesteld op een wijze die in overeenstemming is met de beginselen van het eerste
 lid van artikel 9, in aanmerking nemend de voorwaarden in de handelsbetrekkingen of
 financiële betrekkingen die bestaan tussen onafhankelijke ondernemingen die als willekeurige
 derden transacties aangaan. Die beginselen zijn uitgebreider onderzocht en toegelicht
 in OESO-publicaties betreffende „thin capitalization”.

#### V. Met betrekking tot [artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Gelieerde ondernemingen) en [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg)

 In overeenstemming met het derde lid van [artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg) trachten de bevoegde autoriteiten in onderling
 overleg elk geval van dubbele belasting te regelen dat zich voordoet door de toerekening
 van voordelen, aftrekposten, verrekeningen of tegemoetkomingen veroorzaakt door de
 toepassing van de nationale wetgeving betreffende „thin capitalization, „earnings
 stripping” of verrekenprijzen of van andere bepalingen die mogelijk aanleiding kunnen
 zijn tot dubbele belastingheffing. In deze procedure voor onderling overleg wordt
 de juiste toerekening van voordelen, aftrekposten, verrekeningen of tegemoetkomingen
 op basis van deze Overeenkomst bepaald op een wijze die in overeenstemming is met
 de beginselen van het eerste lid van [artikel 9](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel9) (Gelieerde ondernemingen), in aanmerking nemend de voorwaarden in de handelsbetrekkingen
 of financiële betrekkingen die bestaan tussen onafhankelijke ondernemingen die als
 willekeurige derden transacties aangaan. In overeenstemming met de regelingen voor
 onderling overleg van andere overeenkomsten betreffende inkomstenbelasting, met inbegrip
 van die welke door beide Staten gesloten zijn, kan een procedure op basis van artikel
 29 betreffende een aanpassing van de toerekening van inkomen, aftrekposten, verrekeningen
 en tegemoetkomingen door een van de Staten hetzij een overeenkomstige aanpassing door
 de andere Staat, hetzij een gehele of gedeeltelijke herziening door de eerstbedoelde
 Staat van diens oorspronkelijke aanpassing tot gevolg hebben.

#### VI. Met betrekking tot het [tweede lid, onderdeel a, en het zesde lid van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden)

 Het is wel te verstaan dat een uiteindelijk gerechtigde van de dividenden, die depotbewijzen
 of trustcertificaten houdt, welke het bezit als uiteindelijk gerechtigde van de aandelen
 in plaats van aandelen zelf in het desbetreffende lichaam aantonen, ook een beroep
 kan doen op de voordelen van het [tweede lid, onderdeel a, van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden). Bovendien is het wel te verstaan, dat ingeval een persoon aandelen
 (of andere rechten waarvan de voordelen voor de belastingheffing op dezelfde wijze
 worden behandeld als inkomsten uit aandelen) uitleent, waarbij de lener zich verplicht
 tot het betalen van een bedrag gelijk aan enig uitgekeerd dividend ten aanzien van
 de aandelen of andere uitgeleende rechten gedurende de looptijd van die lening, zulk
 een persoon met het oog op de toepassing van artikel 10 voor elk zodanig bedrag wordt
 behandeld als de uiteindelijk gerechtigde van de betaalde dividenden ten aanzien van
 zulke aandelen of andere rechten.

#### VII. Met betrekking tot [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden) en [het achtste lid, onderdeel b, onder ii, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Voor de toepassing van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) en van het [achtste lid, onderdeel b, onder ii, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) is het wel te verstaan dat depotbewijzen of trustcertificaten
 van aandelen worden aangemerkt als omvattende de rechten die verbonden zijn aan de
 aandelen die zij vervangen, met inbegrip van het daaruit voortvloeiende stemrecht.

#### VIII. Met betrekking tot het derde lid van [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), het [derde lid van artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van vaste inrichtingen) en het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat een inwoner die in aanmerking zou komen voor voordelen
 uit hoofde van het [derde lid, onderdeel a, van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden) of [artikel 11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van vaste inrichtingen), maar daar niet voor in aanmerking komt
 vanwege het feit dat hij de desbetreffende aandelen heeft verworven op of na 1 oktober
 1998, niet wordt belet de bevoegde autoriteit uit hoofde van het derde lid, onderdeel
 d, van dat artikel te verzoeken om een vaststelling, mits hij tevens niet voldoet
 aan de vereisten van het derde lid, onderdelen b en c.

#### IX. Met betrekking tot het eerste lid van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten)

 De Verenigde Staten bevestigen dat bij het vaststellen of voor de toepassing van het
 eerste lid van [artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten) de activa van een rechtspersoon die inwoner is van de Verenigde
 Staten al dan niet, middellijk of onmiddellijk, voor het grootste deel bestaan uit
 in de Verenigde Staten gelegen onroerende zaken, en of de aandelen van zulk een rechtspersoon,
 al dan niet een „United States real property interest” vormen, rekening zal worden
 gehouden met de redelijke waarde in het economisch verkeer van alle activa van de
 rechtspersoon, met inbegrip van de onlichamelijke bedrijfsactiva, zoals goodwill,
 ongeacht of deze voor belastingdoeleinden als activum op de balans is opgenomen, de
 going-concernwaarde en de intellectuele eigendom.

#### X. Met betrekking tot het [achtste lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten)

 Het is wel te verstaan dat het [achtste lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten) niet van toepassing is op vervreemding van eigendommen van een
 inwoner van een van de Staten, indien de belasting die anders bij zulk een vervreemding
 door de andere Staat zou zijn geheven niet redelijkerwijs op een later tijdstip geheven
 of ingevorderd kan worden. Zo zou een buitenlandse rechtspersoon die ingevolge de
 nationale wetgeving van de Verenigde Staten aangemerkt wordt als een „United States
 real property holding corporation” onder sommige omstandigheden worden belast indien
 deze in het kader van een reorganisatie activa overbrengt naar een rechtspersoon van
 de Verenigde Staten. In zulk een geval kan, uitsluitend indien de aandeelhouders van
 zulk een buitenlandse rechtspersoon in het kader van een „closing agreement” instemmen
 met het verminderen van de waardegrondslag (indien en voorzover daar ruimte voor is)
 de belasting die anders zou zijn geheven over zulk een vervreemding redelijkerwijs
 worden geheven of ingevorderd op een later tijdstip.

#### XI. Met betrekking tot het [vierde lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, alimentatieuitkeringen)

 Het is wel te verstaan dat met de uitdrukking „andere publiekrechtelijke pensioenen”,
 zoals gebezigd in het [vierde lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, lijfrenten, alimentatieuitkeringen), is bedoeld te verwijzen naar de
 „United States tier 1 Railroad Retirement”-uitkeringen.

#### XII. Met betrekking tot het [zevende, achtste, negende en tiende lid van artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, lijfrenten, alimentatieuitkeringen)

 Het is wel te verstaan dat onder de uitdrukking „vrijgesteld pensioenfonds" tevens
 worden verstaan de regelingen die voor de toepassing van [artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde pensioenfondsen) worden aangemerkt als vrijgestelde pensioenfondsen.

#### XIII. Met betrekking tot het elfde lid van [artikel 19](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel19) (Pensioenen, lijfrenten, alimentatieuitkeringen)

 Het is wel te verstaan dat de bevoegde autoriteiten van beide Staten zullen overleggen
 teneinde regels overeen te komen ter verlichting van de administratieve lasten die
 voortvloeien uit de waarborgen die van de vrijgestelde pensioenfondsen verplicht zijn
 worden gevraagd. Met deze regels wordt tevens beoogd de administratieve lasten die
 kunnen voortvloeien uit het Nederlandse recht voorvan de leden of uiteindelijk gerechtigden
 die kunnen voortvloeien uit het Nederlandse recht te verlichten.

#### XIV. Met betrekking tot het vierde lid van [artikel 24](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel24) (Grondslag van de belastingheffing)

- a. Het is wel te verstaan dat, indien uit hoofde van het vierde lid van [artikel 24](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIV_Artikel24) (Grondslag van de belastingheffing) een inkomensbestanddeel door een Staat wordt
 aangemerkt als zijnde verkregen door een persoon die inwoner is van die Staat en dat
 inkomensbestanddeel door de andere Staat wordt aangemerkt als zijnde verkregen door
 een persoon die inwoner is van die andere Staat, dat lid geen van beide Staten belet
 het inkomensbestanddeel te belasten als inkomen van de persoon die door die Staat
 wordt aangemerkt als zijnde degene die het inkomensbestanddeel heeft verworven. Het
 onderstaande voorbeeld demonstreert de toepassing van de vorige alinea:

 Z, natuurlijke persoon en inwoner van Nederland, is enig aandeelhouder van Y, een
 Amerikaanse vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (LLC). Y is eigenaar van X,
 een Amerikaanse rechtspersoon.

 Y heeft er krachtens de Amerikaanse entity classification rules voor gekozen belast
 te worden als zijnde een Amerikaanse rechtspersoon.

 Krachtens het Nederlandse recht wordt Y in deze situatie evenwel behandeld als een
 fiscaal transparante entiteit. Op datum A keert X $100 aan dividend uit aan Y. Op
 datum B keert Y $100 dividend uit aan Z. Krachtens het Nederlandse recht wordt het
 door X aan Y uitgekeerde dividend aangemerkt als zijnde ontvangen door Z. De twee
 Staten zijn overeengekomen dat in deze situatie de Verenigde Staten niet belet worden
 hun volledige fiscale bevoegdheid ten aanzien van Y uit te oefenen (die wordt aangemerkt
 als een Amerikaanse rechtspersoon) en dat de Verenigde Staten de dividenduitkeringen
 van X aan Y en van Y aan Z dienovereenkomstig in overeenstemming met hun nationale
 recht mogen belasten. Ten aanzien van de dividenduitkering van Y aan Z, wordt het
 belastingtarief dat op het dividend van toepassing is bepaald in overeenstemming met
 [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10).

- b. De bevoegde autoriteit van een Staat kan de voordelen van de Overeenkomst ten aanzien
 van een inkomensbestanddeel toekennen aan een inwoner van de andere Staat, hoewel
 het uit hoofde van de wetten van die andere Staat niet wordt aangemerkt als inkomen
 van die inwoner in gevallen waarin het inkomen zou zijn vrijgesteld van belasting
 indien het zou zijn aangemerkt als het inkomen van die inwoner.

 Het onderstaande voorbeeld illustreert de toepassing van de vorige alinea:

 Z is een vrijgesteld pensioenfonds in de zin van [artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde pensioenfondsen) en voor de toepassing van de Overeenkomst inwoner
 van Nederland. Z maakt deel uit van Y, een Amerikaanse vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
 die er vanwege Amerikaanse fiscale doeleinden voor heeft gekozen als fiscaal transparant
 te worden behandeld.

 Vanwege bepaalde kenmerken is Y niet-transparant volgens Nederlands recht. Y bezit
 aandelen in een aantal Amerikaanse lichamen die binnenkort dividend uitkeren.

 Volgens de algemene regel van het vierde lid van artikel 24 (Grondslag van de belastingheffing),
 zou Z geen recht hebben op de voordelen overeenkomstig [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), aangezien de inkomsten verworven door Y door Nederland niet worden
 aangemerkt als de inkomsten van Z. De bevoegde Amerikaanse autoriteit kan evenwel
 bepalen dat Z wel recht heeft op de voordelen, aangezien Z ook vrijgesteld zou zijn
 van belastingen naar het inkomen, indien zou worden aangenomen dat Z de inkomsten
 wel heeft verworven.

#### XV. Met betrekking tot [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat met de uitdrukking „bruto-inkomen” wordt bedoeld de totale
 inkomsten uit de hoofdwerkzaamheden verworven door een inwoner van een Staat minus
 de directe kosten gemoeid met het verwerven van die inkomsten.

#### XVI. Met betrekking tot het [tweede lid, onderdeel f, en het derde lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat het bewijs dat een in Nederland gevestigde beleggingsinstelling
 (beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting
 1969) heeft van het aantal van haar in Nederland gevestigde aandeelhouders – natuurlijke
 personen en rechtspersonen – als gevolg van de procedure die zulk een in Nederlandse
 gevestigde beleggingsinstelling toepast bij het verzoeken om een teruggaaf van op
 haar buitenlands dividend en interest ingehouden belasting op grond van het eerste
 lid, onderdeel b, van artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, door
 zulk een Nederlandse beleggingsinstelling kan worden gebruikt om aan te tonen dat
 zij voldoet aan de vereisten van het tweede lid, onderdeel f, onderscheidenlijk het
 [derde lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen).

#### XVII. Met betrekking tot het [tweede en vijfde lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 De bevoegde autoriteiten kunnen, in wederzijds overleg en niettegenstaande de bepalingen
 van deze leden overgangsregels vaststellen voor nieuw opgerichte bedrijfsmatige activiteiten,
 bedrijfsonderdelen of hoofdkantoren.

#### XVIII. Met betrekking tot het derde lid van [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het volgende voorbeeld illustreert de toepassing van het derde lid van [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26). Een in Nederland gevestigd lichaam Y bezit alle aandelen van Z, een in de Verenigde
 Staten gevestigd lichaam.

 Y is 100% eigendom van X, een lichaam gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, dat niet
 in aanmerking komt voor alle voordelen van het Brits-Amerikaanse verdrag inzake inkomstenbelasting,
 maar mogelijk wel voor de voordelen met betrekking tot bepaalde inkomensbestanddelen
 op grond van het „active trade or business"-criterium uit het Brits-Amerikaanse belastingverdrag.

 X op zijn beurt behoort volledig toe aan W, in een Frankrijk gevestigd lichaam, waarvan
 de aandelen in wezenlijke mate en regelmatig worden verhandeld op de Parijse effectenbeurs.

 Z keert een dividend uit aan Y.

 Ten behoeve van dit voorbeeld wordt aangenomen dat Y niet in aanmerking komt voor
 de voordelen van het [tweede lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen).

 Aangenomen dat voldaan wordt aan de vereisten van het [derde lid, onderdeel b, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), komt Y echter wel in aanmerking voor de voordelen uit het derde lid van artikel
 26.

 Y behoort rechtstreeks toe aan X, die geen gelijkwaardig gerechtigde is in de zin
 van het [achtste lid, onderdeel f, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (X komt niet in aanmerking voor alle voordelen uit het Brits-Amerikaanse belastingverdrag).

 Y behoort echter ook indirect toe aan W, die een gelijkwaardig gerechtigde is wat
 betreft de voordelen uit het [tweede lid, onderdeel a, van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10), in de zin van het [achtste lid, onderdeel f, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (omdat W een in Frankrijk gevestigd lichaam is waarvan de aandelen in wezenlijke
 mate en regelmatig verhandeld worden op een erkende effectenbeurs in de zin van het
 artikel inzake de beperking van voordelen uit het Frans-Amerikaanse verdrag inzake
 inkomstenbelasting).

 Dienovereenkomstig wordt in overeenstemming met het [tweede lid, onderdeel a, van artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) op het dividend van Z aan Y bronbelasting ingehouden tegen een percentage van 5 percent.

#### XIX. Met betrekking tot het [vierde lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat een inkomensbestanddeel dient te worden aangemerkt als
 zijnde verworven „in verband met” de actieve uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten
 in een Staat, indien de activiteit waarmee het inkomensbestanddeel in de andere Staat
 wordt verworven behoort tot een bedrijfsactiviteit die deel uitmaakt van of aanvullend
 is op de in de eerstbedoelde Staat verrichte bedrijfsmatige activiteiten.

 De bedrijfsactiviteiten in de eerstbedoelde Staat kunnen „stroomopwaarts” liggen ten
 opzichte van die welke plaatsvinden in de andere Staat (bijvoorbeeld de toelevering
 van onderdelen ten behoeve van het productieproces dat plaatsvindt in die andere Staat),
 „stroomafwaarts” (bijvoorbeeld de verkoop van de producten van een fabrikant die gevestigd
 is in de andere Staat) of „parallel” (bijvoorbeeld de verkoop in de ene Staat van
 dezelfde soort producten als die welke worden verkocht in het kader van de bedrijfsmatige
 activiteiten die worden verricht in de andere Staat). Het is wel te verstaan dat een
 inkomensbestanddeel afkomstig uit een Staat wordt aangemerkt als „bijkomstig voordeel”
 van de bedrijfsmatige activiteiten verricht in de andere Staat indien het inkomensbestanddeel
 niet wordt gegenereerd door een bedrijfsactiviteit die deel uitmaakt van of aanvullend
 is op de door de ontvanger van het inkomensbestanddeel in die andere Staat verrichte
 bedrijfsmatige activiteiten, maar de productie van dat bestanddeel de uitvoering van
 de bedrijfsmatige activiteiten in die Staat bevordert. Een voorbeeld van een dergelijk
 bijkomstig inkomensbestanddeel is interest uit een kortetermijninvestering van bedrijfskapitaal
 of een inwoner van een Staat in de vorm van effecten uitgegeven door een persoon in
 de andere Staat.

#### XX. Met betrekking tot het [vierde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het [vierde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) een bank alleen dan wordt geacht actief het bankbedrijf
 uit te oefenen als deze regelmatig stortingen ontvangt van en leningen verstrekt aan
 het publiek en een verzekeringsmaatschappij alleen dan wordt geacht actief het verzekeringsbedrijf
 uit te oefenen indien haar bruto-inkomen voornamelijk bestaat uit verzekerings- of
 herverzekeringspremies alsmede beleggingsinkomen dat toegerekend kan worden aan zulke
 premies.

#### XXI. Met betrekking tot het [achtste lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) en het [vierde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is voor de toepassing van het [vierde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) en het [achtste lid van artikel 12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) wel te verstaan dat interest afkomstig uit concernfinancieringen of portfolio-beleggingen
 wordt aangemerkt als onderdeel van het beleggen of beheer van beleggingen.

#### XXII. Met betrekking tot het [vierde lid, onderdeel b, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat met het wezenlijkheidsvereiste van onderdeel b beoogd wordt
 gevallen van „verdragshoppen" te voorkomen waarbij lichamen trachten in aanmerking
 te komen voor de voordelen van de Overeenkomst door middel van minimale gelieerde
 bedrijfsmatige activiteiten met geringe economische kosten of weinig invloed op het
 algehele bedrijfsresultaat.

 Of een bedrijfsmatige activiteit wezenlijk is voor de toepassing van dit lid wordt
 vastgesteld op grond van alle feiten en omstandigheden. Bij deze vaststelling wordt
 rekening gehouden met de relatieve omvang van de bedrijfsmatige activiteiten in elke
 Overeenkomstsluitende Staat (gemeten naar de waarden van de activa, inkomsten en loonkosten),
 de aard van de activiteiten verricht in elke Overeenkomstsluitende Staat, en, in de
 gevallen waarin een bedrijfsmatige activiteit wordt verricht in beide Overeenkomstsluitende
 Staten, de relatieve bijdragen daaraan in elke Overeenkomstsluitende Staat. Bij elke
 vaststelling of vergelijking wordt naar behoren rekening gehouden met de relatieve
 omvang van de Amerikaanse en de Nederlandse economie.

 Een bedrijfsmatige activiteit wordt in ieder geval evenwel aangemerkt als wezenlijk
 indien in het voorgaande belastingjaar of over het gemiddelde van de afgelopen drie
 belastingjaren de waarde van de activa, de bruto-inkomsten en de loonkosten die verband
 houden met de bedrijfsmatige activiteiten in de eerstbedoelde Staat ten minste 7,5
 percent bedraagt van het evenredige aandeel van de inwoner (en eventuele gelieerde
 partijen) in respectievelijk de activa, de bruto-inkomsten en de loonkosten waarmee
 de inkomsten in de andere Staat zijn gegenereerd en het gemiddelde van de drie verhoudingsgetallen
 meer bedraagt dan 10 percent.

 Indien de inwoner middellijk of onmiddellijk minder dan 100 percent van een in een
 van beide Staten verrichte activiteit bezit, wordt alleen het evenredige belang van
 de inwoner in die activiteit in aanmerking genomen ten behoeve van het criterium bedoeld
 in deze alinea.

 De onderstaande voorbeelden illustreren de toepassing van het wezenlijkheidsvereiste.

 Voorbeeld 1

- i. V, inwoner van een land dat geen belastingverdrag met Nederland heeft, wenst een Nederlandse
 financiële instelling te verwerven. Aangezien het land waar V gevestigd is geen belastingverdrag
 met Nederland heeft, zou over alle dividenden die gegenereerd worden via de investering
 25% aan Nederlandse bronbelasting geheven worden.

 V richt een Amerikaanse rechtspersoon op met een kantoor in een kleine stad die investeringsadviezen
 geeft aan de lokale inwoners. Die Amerikaanse rechtspersoon verwerft de Nederlandse
 financiële instelling met behulp van kapitaal verschaft door V.

- ii. De Nederlandse bron van inkomsten wordt gegenereerd met bedrijfsmatige activiteiten
 in Nederland die in verband staan met de adviespraktijk van de Amerikaanse moedermaatschappij.
 Dit voorbeeld zou echter niet beantwoorden aan het wezenlijkheidscriterium, dus op
 de dividenden zou 25% worden ingehouden in plaats van het percentage vervat in [artikel 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden).

 Voorbeeld 2

- i. S is een in Nederland opgezette, beheerde bankorganisatie waarover vanuit Nederland
 zeggenschap wordt uitgeoefend. S telt een groot aantal plaatselijke filialen en cliënten
 in Nederland en voldoende medewerkers voor de bancaire dienstverlening aan die cliënten.
 Aangezien de bancaire markt in Nederland veel concurrenten telt, heeft S echter besloten
 buiten Nederland filialen op te zetten teneinde zijn zakelijke activiteiten uit te
 breiden. S heeft daarom in diverse grote steden in de Verenigde Staten filialen opgezet
 teneinde daar dezelfde soort bancaire activiteiten te ontplooien als in Nederland.

 Na verloop van tijd zijn de Amerikaanse filialen aanzienlijk gegroeid en inmiddels
 qua omvang vergelijkbaar met het totaal van S' bedrijfsmatige activiteiten in Nederland.

- ii. De activiteiten van S' Amerikaanse filialen zijn gerelateerd aan de bedrijfsmatige
 activiteiten die S verricht in Nederland. Aangezien S een groot aantal filialen en
 medewerkers heeft in Nederland, zijn zijn activiteiten in Nederland wezenlijk in de
 zin van het [vierde lid, onderdeel b, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen).

 Voorbeeld 3

 NlCo, een Nederlandse rechtspersoon, bezit 100 percent van het aandelenkapitaal van
 USCo, een Amerikaanse rechtspersoon, en 50 percent van het aandelenkapitaal van NLSub,
 een Nederlandse rechtspersoon. NLCo verricht geen rechtstreekse bedrijfsmatige activiteiten.
 USCo en NLSub zijn actief in de muziekbranche. USCo heeft een aantal medewerkers die
 verantwoordelijk zijn voor het scouten van nieuwe artiesten om opnames te maken. USCo
 produceert tevens opnames en is verantwoordelijk voor de productie en distributie
 binnen de Verenigde Staten. De medewerkers van NLSub zijn verantwoordelijk voor de
 promotie van deze opnames in Nederland en het opzetten van een distributiestrategie
 voor de rest van Europa. De verkopen van Amerikaanse artiesten in Europa vormen een
 wezenlijke bijdrage aan het rendement van USCo.

 NLCo ontvangt interest en dividenden van USCo. Om deze betalingen in aanmerking te
 laten komen voor de voordelen uit de Overeenkomst op grond van het [vierde lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26), dient NLCo te worden aangemerkt als zijnde betrokken bij de actieve uitoefening
 van bedrijfsmatige activiteiten in Nederland.

 Omdat NLCo en USCo gelieerd zijn, moeten de in Nederland verrichte en aan NLCo toegeschreven
 activiteiten uit hoofde van het vierde lid, onderdeel b, wezenlijk zijn ten opzichte
 van de activiteiten verricht door USCo. NLCo zal geacht worden aan dit vereiste te
 voldoen indien de activa, inkomsten en loonkosten die aan NLCo toegerekend kunnen
 worden ten minste 10% bedragen van de activa, inkomsten en loonkosten die aan USCo
 kunnen worden toegerekend en per post ten minste 7,5%.

 Voor elk van de laatste vier afgesloten belastingjaren bedroegen de waarde van de
 activa, bruto inkomsten en loonkosten van deze rechtspersonen die aan de bedrijfsmatige
 activiteiten kunnen worden toegerekend:

 USCo

 NLSub

 Activa

 Inkomsten

 Loonkosten

 $300

 50

 60

 $50

 10

 10

 NLCo heeft geen activa, inkomsten of loonkosten die toegerekend kunnen worden aan
 de bedrijfsmatige activiteiten. De activa, inkomsten en loonkosten van NLSub die verband
 houden met de bedrijfsmatige activiteiten kunnen uit hoofde van onderdeel c echter
 wel worden toegerekend aan NLCo, aangezien NLCo vanwege zijn belang van 50% in NLSub
 als uiteindelijk gerechtigde gelieerd is aan NLSub. Daarom wordt 50% van de activa,
 inkomsten en loonkosten van NLSub toegerekend aan NLCo. De aan NLCo toegerekende bedragen
 en de percentages van de daarmee overeenstemmende bedragen van USCo zijn:

 NLCo

 NLCo als percentage van USCo

 Activa

 Inkomsten

 Loonkosten

 $25

 5

 5

 $8,3

 10,0

 8,3

 Aangezien geen van de percentages meer dan 10 percent bedraagt, voldoet NLCo niet
 aan de voorwaarden van het wezenlijkheidsvereiste zoals hierboven omschreven. Ook
 wanneer gekeken zou worden naar het gemiddelde over drie jaar zou de uitkomst niet
 veranderen, aangezien de desbetreffende bedragen over de drie voorafgaande jaren (en
 de daaruit voortvloeiende percentages) gelijk zijn aan die van het eerste eraan voorafgaande
 belastingjaar.

 NLCo zal niettemin in aanmerking komen voor de voordelen in verband met de dividenden
 ontvangen van USCo. Gelet op de bijdragen van elk lichaam aan de totale bedrijfsmatige
 activiteiten van de groep, zijn de activiteiten verricht door NLSub wezenlijk ten
 opzichte van die van USCo.

#### XXIII. Met betrekking tot het [vijfde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

- a. Voor de toepassing van het [vijfde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) is het wel te verstaan dat de aldaar bedoelde activiteiten
 dienen te worden verricht in de woonstaat van de persoon die die activiteiten verricht.

- b. Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het [vijfde lid, onderdeel a, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) een persoon alleen dan beschouwd zal worden zich bezig
 te houden met toezichthoudende en bestuurlijke werkzaamheden, indien hij zich bezighoudt
 met een aantal van de hieronder genoemde werkzaamheden.

 Zo wordt een persoon als hoofdkantoor beschouwd indien hij eenbelangrijk aantal van
 de volgende functies verricht ten behoeve van het concern: concernfinanciering (hetgeen
 niet de primaire taak mag zijn), prijsbepaling, marketing, interne auditscontrole,
 interne communicatie en intern management. Een eenvoudige vergelijking van het bedrag
 van het bruto-inkomen dat het hoofdkantoor ontvangt uit hoofde van zijn verschillende
 werkzaamheden is niet het enige criterium aan de hand waarvan mag worden vastgesteld
 of concernfinanciering, al dan niet, de primaire taak van het lichaam is. De bovengenoemde
 functies zijn bedoeld als aanduiding van de soorten werkzaamheden die een hoofdkantoor
 geacht wordt te verrichten. Deze opsomming beoogt niet uitputtend te zijn.

 Voorts is het wel te verstaan dat bij het bepalen of een wezenlijk deel van het toezicht
 en het bestuur van de concernonderdelen door het hoofdkantoor wordt verricht, de werkzaamheden
 die door het kantoor in zijn functie als hoofdkantoor voor die concernonderdelen worden
 verricht wezenlijk dienen te zijn in vergelijking met dezelfde werkzaamheden die binnen
 de multinational voor diezelfde concernonderdelen worden verricht.

 Het volgende voorbeeld moge dit verduidelijken. Een Japanse rechtspersoon richt in
 Nederland een dochtermaatschappij op, die als hoofkantoor moet gaan fungeren voor
 de Europese en Noord-Amerikaanse werkzaamheden.

 De Japanse rechtspersoon heeft twee andere dochtermaatschappijendie als hoofdkantoor
 fungeren: een voor Afrikaanse en een voor de Aziatische werkzaamheden. Het Nederlandse
 hoofdkantoor is de moedermaatschappij voor de dochtermaatschappijen die de Europese
 en Noord-Amerikaanse werkzaamheden verrichten. Het Nederlandse hoofdkantoor houdt
 toezicht op het grootste deel van de prijsbepaling, marketing, interne controle, interne
 informatieverschaffing en het management van de onder zijn bestuur vallende concernonderdelen.
 Alhoewel de Japanse topholding aan alle dochtermaatschappijen richtlijnen geeft met
 betrekking tot het mondiale beleid ten aanzien van elk van de vorengenoemde activiteiten
 en er op toeziet dat deze richtlijnen binnen elk van de regionale concernonderdelen
 worden uitgevoerd, is het Nederlandse hoofdkantoor het kantoor dat het bestuur uitoefent
 en het toezicht houdt op de wijze waarop deze beleidsregels worden uitgevoerd de onder
 zijn bestuur vallende concernonderdelen. Het vermogen dat en de loonkosten die door
 de Japanse topholding worden besteed aan deze werkzaamheden voor de concernonderdelen
 die onder het bestuur van het Nederlandse hoofdkantoor vallen, zijn verhoudingsgewijs
 gering in vergelijking met het vermogen en de loonkosten die door het Nederlandse
 hoofdkantoor aan deze werkzaamheden worden besteed. Bovendien verrichten noch de andere
 twee hoofdkantoren noch enig ander gelieerd lichaam naast de Japanse topholding de
 bovengenoemde werkzaamheden ten behoeve van die concernonderdelen die onder het bestuur
 van het Nederlandse hoofdkantoor vallen. In dit voorbeeld wordt het Nederlandse hoofdkantoor
 geacht te voorzien in een wezenlijk deel van het totale toezicht en bestuur van de
 concernonderdelen, die onder zijn bestuur vallen.

#### XXIV. Met betrekking tot het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

- a. Het is wel te verstaan dat aan een lichaam gevestigd in een van de Staten krachtens
 het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) ter zake van inkomen dat ontvangen is uit de andere Staat
 alle voordelen van de Overeenkomst worden toegekend die ook worden toegekend aan inwoners
 van een Staat, mits het lichaam voldoet aan een eventuele andere gespecificeerde voorwaarde
 voor het verkrijgen van deze voordelen en mits

- 1. aandelen die meer dan 30 percent van het totale aantal stemmen en de waarde van alle
 aandelen vertegenwoordigen direct of indirect het eigendom zijn van personen die op
 grond van de [onderdelen a, b, c, onder i, of onderdeel d of e van het tweede lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) gekwalificeerde personen zijn;

- 2. aandelen die meer dan 70 percent van het totale aantal stemmen en de waarde van alle
 aandelen (en ten minste 50 percent van een „disproportionate class of shares”) direct
 of indirect het eigendom zijn van ten hoogste zeven personen die gelijkwaardig gerechtigden
 zijn in de zin van het achtste lid, onderdeel f; en

 minder dan 50 percent van het bruto-inkomen van het lichaam uit het belastingjaar
 waarin het inkomensbestanddeel ontstaan is, direct of indirect wordt betaald of toekomt
 aan personen die geen gelijkwaardig gerechtigden zijn, in de vorm van betalingen die
 aftrekbaar zijn van de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is in de
 Staat waarvan het lichaam inwoner is (met uitzondering van betalingen als willekeurige
 derde verricht bij de normale bedrijfsuitoefening ter zake van diensten of lichamelijke
 zaken en betalingen in het kader van financiële verplichtingen aan een bank, op voorwaarde
 dat indien de bank geen inwoner is van een van de Overeenkomstsluitende Staten een
 dergelijke betaling toerekenbaar is aan een vaste inrichting van die bank gevestigd
 in een van de Overeenkomstsluitende Staten).

- b. De bevoegde autoriteiten komen overeen zich redelijke inspanningen te getroosten teneinde
 binnen zes maanden na de ontvangst van alle benodigde informatie van de belastingplichtige
 te komen tot de vaststelling uit hoofde van het zevende lid. Voorts zullen de bevoegde
 autoriteiten van beide Staten halfjaarlijks bijeenkomen teneinde de status van alle
 gevallen waarin om een vaststelling is verzocht te bespreken.

#### XXV. Met betrekking tot het [tweede lid, onderdeel c, en het achtste lid, onderdeel a, onder ii, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Een lichaam dat genoteerd is op de effectenbeurzen van Parijs of Brussel die tezamen
 met de Amsterdamse effectenbeurs Euronext vormen, wordt behandeld alsof het voldoet
 aan het vereiste van genoteerd zijn uit het tweede lid, onderdeel c, mits de Nederlandse
 toezichthoudende autoriteiten voor de handel in waardepapieren toezicht blijven houden
 op het deel van de beurs dat in Nederland gevestigd is. Indien het functioneren van
 of het toezicht op Euronext ingrijpend wordt gewijzigd, stelt de bevoegde autoriteit
 van Nederland de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten daarvan in kennis en
 beide bevoegde autoriteiten beoordelen tezamen of de behandeling nog passend is en
 of wijzigingen nodig zijn voor de toepassing van dit lid.

#### XXVI. Met betrekking tot het [achtste lid, onderdeel d, onder ii, en het achtste lid, onderdeel e, onder iii, van
 artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

- a. Bij de vaststelling bedoeld in het achtste lid, onderdeel d, onder ii, is het wel
 te verstaan dat deze gebaseerd is op een beoordeling van de besluitvorming van alle
 directieleden en hogere leidinggevenden die deel uitmaken van de directie of de raad
 van bestuur van het lichaam, naar gelang van het geval, tenzij deze personen slechts
 formeel hun goedkeuring hechten aan beslissingen die in feite door anderen worden
 genomen. Indien de hogere leidinggevenden van directe of indirecte dochtermaatschappijen
 van het lichaam de beleidsfuncties vervullen die normaliter tot de verantwoordelijkheid
 van de directie of de raad van bestuur van een vennootschappelijke groep behoren,
 zoals omschreven in het achtste lid, onderdeel e, onder iii, worden zij in dit opzicht
 aangemerkt als leden van de directie of van de raad van bestuur van het lichaam. Indien
 er speciale stem- of andere regelingen zijn waaruit blijkt dat de leden van de directie
 (met inbegrip van de personen omschreven in de vorige zin) niet feitelijk op gelijke
 voet betrokken zijn bij de besluitvorming, worden deze personen slechts in de mate
 waarin zij verantwoordelijk zijn voor het nemen van de besluiten beschreven in het
 achtste lid, onderdeel e, onder iii, in aanmerking genomen.

- b. Indien een lichaam dat inwoner is van Nederland en waarvan de aandelen regelmatig
 worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen de moedermaatschappij is
 van een geïntegreerd concern dat tevens een andere moedermaatschappij omvat waarvan
 de aandelen eveneens regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen
 en die andere moedermaatschappij inwoner is van een staat in de primaire economische
 zone van Nederland die een inkomstenbelastingverdrag heeft met de Verenigde Staten
 dat in vergelijkbare situaties voorziet in dezelfde of lagere inhoudingspercentages
 ten aanzien van dividenden, belastingheffing van vaste inrichtingen, interest en royalty's
 zoals voorzien in de [artikelen 10](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel10) (Dividenden), [11](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel11) (Belastingheffing van vaste inrichtingen), [12](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel12) (Interest) en [13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) van de Overeenkomst, wordt het eerstbedoelde lichaam behandeld alsof
 het voldoet aan de vereisten van het achtste lid, onderdeel e, onder iii, wat betreft
 de locatie van de staf, indien deze van de aldaar omschreven activiteiten meer verricht
 in Nederland en in die andere staat dan in enige andere staat. Daartoe wordt verstaan
 onder een „geïntegreerd concern” een groep lichamen die de twee moedermaatschappijen
 omvat zoals beschreven in de vorige zin alsmede ketens van dochterondernemingen waarvan
 de moedermaatschappijen gezamenlijk de economische eigendom hebben.

#### XXVII. Met betrekking tot het [achtste lid, onderdeel h, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Het is wel te verstaan dat indien een soort aandelen tijdens de twaalf maanden bedoeld
 in onderdeel h, niet genoteerd was aan een erkende effectenbeurs, deze soort aandelen
 uitsluitend zal worden behandeld als zijnde regelmatig verhandeld indien in het belastingjaar
 waarin het inkomen ontstaat die soort voldoet aan het vereiste van dat onderdeel inzake
 het totale aantal aandelen van die soort dat verhandeld wordt.

#### XXVIII. Met betrekking tot het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

- a. Voor de toepassing van het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) kan de bevoegde autoriteit van de Staat waaruit het desbetreffende
 inkomen afkomstig is bij het vaststellen of de oprichting, verwerving of instandhouding
 van een rechtspersoon, die inwoner van een van de Staten is, als een van de voornaamste
 doelstellingen heeft of had de verkrijging van de voordelen van deze Overeenkomst,
 onder andere de volgende factoren meewegen:

- 1. de datum van oprichting van de rechtspersoon in relatie tot de datum van inwerkingtreding
 van deze Overeenkomst;

- 2. het verloop van het bedrijf sinds zijn ontstaan en de eigendomsverhoudingen in de
 rechtspersoon sinds zijn oprichting;

- 3. de zakelijke redenen voor de rechtspersoon om inwoner te zijn van de staat van vestiging;

- 4. de mate waarin door de rechtspersoon in zijn staat van vestiging aanspraak wordt gemaakt
 op bijzondere belastingvoordelen ;

- 5. de mate waarin de ondernemingsactiviteiten van de rechtspersoon in de andere Staat
 afhankelijk is van het vermogen, de activa of het personeel van de rechtspersoon in
 zijn staat van vestiging; en

- 6. de mate waarin de rechtspersoon gerechtigd zou zijn tot verdragsvoordelen die vergelijkbaar
 zijn met die welke zouden worden toegekend op grond van deze Overeenkomst indien de
 rechtspersoon zou zijn opgericht in de staat van vestiging van de de meerderheid van
 haar aandeelhouders.

- b. Het is wel te verstaan dat een lichaam dat inwoner van een van de Staten is, de voordelen
 van de Overeenkomst zullen worden toegekend om op grond van het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) ten aanzien van inkomen dat verkregen is uit de andere
 Staat worden verleend, indien zulk een lichaam:

- 1. aandelen en waardepapieren houdt waarvan het inkomen niet hoofdzakelijk uit bronnen
 in de andere Staat afkomstig is;

- 2. een groot aantal deelnemers heeft; en

- 3. in zijn staat van vestiging een aanzienlijk aantal personeelsleden heeft die zich
 actief bezig houden met het handelen in aandelen en waardepapieren die eigendom van
 het lichaam zijn. Het is voorts wel te verstaan dat het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) niet van toepassing is indien aan een van de bovengenoemde vereisten niet is voldaan.

- c. Het is wel te verstaan dat bij de toepassing van het [zevende lid van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen) de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voor het
 bevorderen van het vrije verkeer van kapitaal en personen binnen de Europese Gemeenschappen,
 tezamen met de onderlinge verschillen in binnenlandse inkomstenbelastingsystemen,
 fiscale stimuleringsmaatregelen en het van toepassing zijnde beleid voor belastingverdragen
 tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen in beschouwing zullen worden genomen.
 Op grond van deze bepaling neemt de bevoegde autoriteit als richtlijn voor haar overwegingen
 of de oprichting, de verwerving of instandhouding van een lichaam of de uitoefening
 van zijn activiteiten als een van de voornaamste doelstellingen het verkrijgen van
 de voordelen van deze Overeenkomst heeft of had. De bevoegde autoriteit kan daarom
 bepalen dat, gegeven een aantal feiten, een wijziging in de omstandigheden die ertoe
 zou kunnen leiden dat een lichaam ophoudt in aanmerking te komen voor de voordelen
 van de Overeenkomst op grond van het tweede en derde lid van artikel 26 niet noodzakelijkerwijs
 behoeft te leiden tot het onthouden van de voordelen. Zulke gewijzigde omstandigheden
 kunnen omvatten een wijziging van de staat van vestiging van een belangrijke aandeelhouder,
 de verkoop van een deel van het aandelenkapitaal van een Nederlands lichaam aan een
 persoon die inwoner is van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of een
 uitbreiding van de activiteiten van een lichaam in andere lidstaten van de Europese
 Gemeenschappen, dit alles onder normale zakelijke voorwaarden. De bevoegde autoriteit
 zal deze gewijzigde omstandigheden (naast andere relevante factoren die normaal in
 beschouwing genomen worden op grond van het zevende lid van artikel 26) in overweging
 nemen bij het bepalen of zulk een lichaam in aanmerking blijft komen voor voordelen
 van de Overeenkomst ten aanzien van inkomen ontvangen uit bronnen in de Verenigde
 Staten. Wanneer deze gewijzigde omstandigheden niet zijn toe te schrijven aan beweegredenen
 van vermijding van belasting, zal zulks door de bevoegde autoriteit eveneens als relevante
 factor in het voordeel van bestendiging van het recht op de voordelen van de Overeenkomst
 op grond van het zevende lid van artikel 26 worden beschouwd.

- d. Wanneer een rechtspersoon die inwoner is van een van de Staten en gerechtigd is tot
 de voordelen op grond van [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen),zeggenschap verwerft in een rechtspersoon die inwoner
 is van een derde Staat, die dat op haar beurt zeggenschap heeft in een tweede rechtspersoon
 die inwoner is van de eerstbedoelde Staat, zou die tweede rechtspersoon als gevolg
 van de bepaling van het tweede lid, onderdeel c, onder ii, van artikel 26 niet gerechtigd
 kunnen zijn tot de voordelen van de Overeenkomst ten aanzien van de voordelen uit
 bronnen uit die andere Staat. Het is wel te verstaan dat de bevoegde autoriteit van
 de andere Staat in deze omstandigheden bij het beoordelen van een verzoek om toekenning
 van de voordelen van de Overeenkomst op grond van het zevende lid van artikel 26 een
 reorganisatieplan dat wordt voorgelegd door de tweede rechtspersoon die inwoner is
 van de eerstbedoelde Staat in welwillende overweging zal nemen indien zulk een plan
 ertoe zou leiden dat de tweede rechtspersoon binnen een redelijke overgangsperiode
 recht krijgt op de voordelen van de Overeenkomst (vast te stellen zonder rekening
 te houden met het zevende lid van artikel 26).

#### XXIX. Met betrekking tot het [achtste lid, onderdeel h, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen)

 Teneinde te voldoen aan het vereiste van regelmatig verhandeld worden op grond van
 het [achtste lid, onderdeel h, van artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperkingen van voordelen), behoeft een persoon die op grond van de Overeenkomst
 aanspraak maakt op de voordelen, niet te bewijzen dat hij zich niet heeft beziggehouden
 met het creëren van een bepaald handelspatroon op een erkende effectenbeurs teneinde
 aan dit criterium te voldoen, maar dient hij zonodig bewijzen dat hij zich daarmee
 heeft beziggehouden te weerleggen.

#### XXX. Met betrekking tot [artikel 27](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel27) (Werkzaamheden buitengaats)

 Het is wel te verstaan dat het vervoer van voorraden of personeel tussen een van de
 Staten en een plaats waar de werkzaamheden buitengaats in die Staat worden verricht,
 of tussen zulke plaatsen, wordt beschouwd als vervoer tussen plaatsen in die Staat.

#### XXXI. Met betrekking tot het [vijfde lid van artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg)

- A. Het is wel te verstaan dat de Staten in ieder geval diplomatieke nota's uitwisselen
 zoals bepaald in het [vijfde lid van artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) (Regeling voor onderling overleg), wanneer de ervaringen opgedaan binnen de Europese
 Gemeenschappen bij de toepassing van het [Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen
 verbonden ondernemingen](/jci1.3:c:BWBV0002893), ondertekend op 23 juli 1990, of bij de toepassing van het vijfde lid van artikel
 25 van het belastingverdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Bondsrepubliek
 Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan
 van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen en bepaalde
 andere belastingen, ondertekend op 29 augustus 1989, bevredigend zijn voor de bevoegde
 autoriteiten van beide Staten. Na afloop van een periode van drie jaar na het in werking
 treden van de Overeenkomst zullen de bevoegde autoriteiten met elkaar overleggen teneinde
 vast te stellen of aan de voorwaarden voor de uitwisseling van diplomatieke nota's
 is voldaan.

- B. Indien de bevoegde autoriteiten van beide Staten overeenkomen in een bepaald geval
 een geschil betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst op grond
 van het [vijfde lid van artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) te onderwerpen aan arbitrage, is de volgende procedure van toepassing:

- 1. Indien de bevoegde autoriteiten er bij het toepassen van het [eerste tot en met het vierde lid van artikel 29](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel29) niet in slagen om tot overeenstemming te komen binnen twee jaar na de datum waarop
 de aangelegenheid aan een van de bevoegde autoriteiten was voorgelegd, kunnen zij
 besluiten in een bepaald geval een beroep op arbitrage te doen, echter slechts nadat
 de procedures die beschikbaar zijn op grond van het eerste tot en met het vierde lid
 van artikel 29 volledig zijn uitgeput. De bevoegde autoriteiten zullen in het algemeen
 niet overgaan tot arbitrage ten aanzien van aangelegenheden betreffende het belastingbeleid
 of de binnenlandse wetgeving van een van de Staten.

- 2. De bevoegde autoriteiten stellen voor elk afzonderlijk geval een arbitragecommissie
 in op de volgende wijze:

- a. Een arbitragecommissie bestaat uit ten minste drie leden. Elke bevoegde autoriteit
 benoemt een gelijk aantal leden en deze leden komen de benoeming van het andere lid
 of andere leden overeen.

- b. Het andere lid of de andere leden van de arbitragecommissie is of zijn afkomstig uit
 een van beide Staten of uit een andere OESO-lidstaat. De bevoegde autoriteiten kunnen
 verdere instructies geven betreffende de criteria voor het selecteren van de overige
 leden van de arbitragecommissie.

- c. Leden van de arbitragecommissie (en hun medewerkers) moeten bij hun benoeming schriftelijk
 verklaren zich te houden aan en te onderworpen te zijn aan de toepasselijke bepalingen
 inzake vertrouwelijkheid en openbaarmaking van beide Staten en de Overeenkomst. Ingeval
 die bepalingen met elkaar in strijd zijn, is de meest vergaande geheimhoudingsverplichting
 van toepassing.

- 3. De bevoegde autoriteiten kunnen overeenstemming bereiken omtrent en de arbitragecommissie
 instrueren betreffende bepaalde procedureregels, zoals het benoemen van een voorzitter,
 de procedures om tot een beslissing te komen, het bepalen van termijnen, enzovoorts.
 Voor het overige stelt de arbitragecommissie haar eigen procedureregels vast overeenkomstig
 de algemeen aanvaarde beginselen van redelijkheid en billijkheid.

- 4. Belastingplichtigen en/of hun vertegenwoordigers wordt de gelegenheid geboden hun
 standpunten aan de arbitragecommissie voor te leggen.

- 5. De arbitragecommissie beslist over ieder afzonderlijk geval op basis van de Overeenkomst
 met inachtneming van de nationale wetgeving van de beide Staten en de beginselen van
 het internationale recht. De arbitragecommissie verstrekt aan de bevoegde autoriteiten
 een toelichting op haar beslissing. De beslissing van de arbitragecommissie is met
 betrekking tot dat bepaalde geval bindend voor beide Staten en de belastingplichtige(n).
 Hoewel de beslissing van de arbitragecommissie geen precedentwerking heeft, wordt
 verwacht dat met zulke beslissingen gewoonlijk rekening zal worden gehouden in latere
 aan de bevoegde autoriteiten voorgelegde zaken betreffende dezelfde belastingplichtige(n),
 dezelfde kwestie(s) en grotendeels soortgelijke feiten alsmede waar passend in andere
 gevallen.

- 6. De kosten van een arbitrageprocedure worden op de volgende wijze gedragen:

- a. Elke Staat draagt de kosten van de beloning van de door haar benoemde leden alsmede
 van zijn vertegenwoordiging tijdens de procedure voor de arbitragecommissie;

- b. de kosten van de beloning van de andere leden en alle overige kosten van de arbitragecommissie
 worden gelijkelijk gedeeld tussen de Staten; en

- c. de arbitragecommissie kan besluiten tot een afwijkende verdeling van de kosten. Indien
 het de bevoegde autoriteit van een van de Staten echter in een bepaald geval in het
 licht van de aard van de zaak en de rol van de partijen passend voorkomt, kan zij
 van de belastingplichtige(n) verlangen dat deze, als voorwaarde voor arbitrage ermede
 instemt (instemmen) het deel van die Staat in de kosten te dragen.

- 7. De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen deze procedures aan te passen of aan
 te vullen; zij blijven echter gebonden aan de in het bovenstaande vastgelegde algemene
 uitgangspunten.

#### XXXII. Met betrekking tot [artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand)

 Indien een „reporting corporation” van de Verenigde Staten (als omschreven voor de
 toepassing van artikel 6038A van de United States Internal Revenue Code) die inwoner
 van de Verenigde Staten is, of een in de Verenigde Staten gevestigde vaste inrichting
 van een „reporting corporation” van de Verenigde Staten, die geen inwoner van de Verenigde
 Staten is, noch in het bezit is van, noch toegang heeft tot documenten die van belang
 kunnen zijn voor de behandeling voor de belastingheffing van de Verenigde Staten van
 transacties tussen die rechtspersoon en een buitenlandse „related party” (als omschreven
 in artikel 6038A van de United States Internal Revenue Code), en zulke documenten
 worden beheerd door een inwoner van Nederland en buiten de Verenigde Staten worden
 bewaard, verzoeken de Verenigde Staten Nederland om die documenten door middel van
 een uitwisseling van inlichtingen op grond van [artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) voordat zij een vordering
 tot overlegging van die documenten doet uitgaan aan de „reporting corporation” van
 de Verenigde Staten, mits onder alle gegeven omstandigheden, de documenten via het
 verzoek snel en op efficiënte wijze verkrijgbaar zijn. Voor de toepassing van deze
 paragraaf zullen documenten worden geacht snel en op efficiënte wijze beschikbaar
 te zijn, indien zij kunnen worden verkregen binnen 180 dagen na het verzoek of binnen
 een ander tijdvak als in onderling overleg overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten,
 tenzij de nationale wettelijke termijnen binnen een korter tijdvak verstrijken. Het
 voorgaande is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de toepassing van
 artikel 6038C.

#### XXXIII. Met betrekking tot [artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand)

 Uit hoofde van het [tweede lid van dat artikel](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30), dat bepaalt dat de bevoegde autoriteiten dienen te trachten informatie te verstrekken
 in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van onbewerkte oorspronkelijke
 documenten, is het wel te verstaan dat de bevoegde autoriteiten zullen samenwerken
 om gezamenlijke procedures te ontwikkelen teneinde de verschillen tussen de nationale
 wettelijke regelgeving en procedures te overbruggen teneinde te waarborgen dat inlichtingen
 worden verstrekt in een vorm die de toepassing ervan bij gerechtelijke procedures
 in de verzoekende Staat vereenvoudigt.

#### XXXIV. Met betrekking tot het [eerste lid van artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand)

 Het is wel te verstaan dat personen die zich bezighouden met de administratie van
 belastingen zoals die uitdrukking is gebruikt in het [eerste lid van artikel 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) in de Verenigde Staten
 mede omvat de „tax-writing committees of Congress” en het „General Accounting Office”.
 Inlichtingen die op grond van de Overeenkomst zijn uitgewisseld en die op grond van
 de Overeenkomst als vertrouwelijk zijn aangemerkt, kunnen door deze instanties onder
 dezelfde voorwaarden van vertrouwelijkheid worden ontvangen en mogen slechts worden
 gebruikt bij de uitvoering van hun taak toezicht te houden op de administratie van
 de belastingwetgeving van de Verenigde Staten. Het is wel te verstaan dat de taak
 van het Congress en het „General Accounting Office” bij het toezicht houden op de
 administratie van de belastingwetgeving van de Verenigde Staten is beperkt tot het
 verzekeren dat de administratie van de belastingwetgeving door de uitvoerende diensten
 eerlijk, efficiënt en in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever geschiedt.

#### XXXV. Met betrekking tot [artikel 31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31) (Hulp en bijstand bij invordering)

 Het is wel te verstaan dat bij de toepassing van [artikel 31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31) (Hulp en bijstand bij invordering) met het volgende rekening zal worden gehouden:

- 1. De aangezochte Staat is niet verplicht het verzoek van de verzoekende Staat in te
 willigen:

- a. indien de verzoekende Staat niet alle passende invorderingsmaatregelen binnen zijn
 eigen rechtsmacht heeft genomen;

- b. in de gevallen waarin de administratieve last voor de aangezochte Staat niet in evenredigheid
 staat tot het door de verzoekende Staat te behalen voordeel.

- 2. Het verzoek om administratieve bijstand bij invordering van een belastingvordering
 gaat vergezeld van:

- a. een officieel afschrift van de executoriale titel in de verzoekende Staat;

- b. indien passend, gewaarmerkte afschriften van enig ander document dat voor de invordering
 vereist is;

- c. een verklaring van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat dat op grond van
 de wetgeving van die Staat de belastingvordering onherroepelijk vaststaat. Voor de
 toepassing van dit artikel staat de belastingvordering onherroepelijk vast wanneer
 de verzoekende Staat op grond van zijn nationale wetgeving het recht heeft de belasting
 in te vorderen en de administratieve en gerechtelijke rechtsmiddelen van de belastingplichtige
 om in de verzoekende Staat de invordering tegen te houden vervallen dan wel uitgeput
 zijn.

- 3. Een belastingvordering van de verzoekende Staat die onherroepelijk vaststaat kan door
 de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat voor invordering in behandeling worden
 genomen en wordt, behoudens de bepalingen van het zevende lid, indien in behandeling
 genomen, door de aangezochte Staat op dezelfde wijze ingevorderd als ware zulk een
 belastingvordering een belastingvordering van die Staat zelf die is komen vast te
 staan in overeenstemming met de op de invordering van de eigen belastingen van die
 Staat van toepassing zijnde wetgeving.

- 4. Wanneer een verzoek om invordering van een belastingvordering van een belastingplichtige
 in behandeling wordt genomen:

- a. door de Verenigde Staten, wordt de belastingvordering door de Verenigde Staten behandeld
 als een aanslag op grond van de wetgeving van de Verenigde Staten aan de belastingplichtige
 op het tijdstip waarop het verzoek is ontvangen; en

- b. door Nederland, wordt de belastingvordering door Nederland behandeld als een te betalen
 bedrag op grond van de van toepassing zijnde Nederlandse wetgeving waarvan de invordering
 niet aan enige beperking is onderworpen.

- 5. Niets in dit artikel mag zo worden uitgelegd dat daardoor voor de aangezochte Staat
 rechten van administratieve of gerechtelijke herziening van de onherroepelijk vaststaande
 belastingvordering van de verzoekende Staat worden geschapen of hierin wordt voorzien
 op grond van rechten voortvloeiend uit de wetgeving van een van beide Staten. Indien
 op enig tijdstip hangende de uitvoering van het verzoek om bijstand op grond van dit
 artikel de verzoekende Staat het recht om op grond van zijn nationale wetgeving de
 belasting in te vorderen verliest, trekken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende
 Staat het verzoek om bijstand bij invordering onmiddellijk in.

- 6. Met inachtneming van deze paragraaf worden de bedragen die zijn ingevorderd door de
 aangezochte Staat ingevolge dit artikel overgemaakt aan de bevoegde autoriteit van
 de verzoekende Staat. Tenzij de bevoegde autoriteiten van de Staten anders overeenkomen,
 worden de gewone kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand bij invordering gedragen
 door de aangezochte Staat en worden alle terzake gemaakte buitengewone kosten gedragen
 door de verzoekende Staat.

- 7. De aangezochte Staat mag uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan, indien
 zijn eigen nationale wetgeving of administratieve praktijk dit toestaat, maar hij
 dient eerst de verzoekende Staat hierover in te lichten. Alle interest die door de
 aangezochte Staat wordt ontvangen als gevolg van het toestaan van uitstel van betaling
 of van betaling in termijnen wordt overgemaakt aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende
 Staat.

- 8. Een belastingvordering van een verzoekende Staat die in behandeling is genomen heeft
 in de aangezochte Staat geen voorrang boven de belastingvorderingen van de aangezochte
 Staat.

- 9. De bevoegde autoriteiten kunnen op grond van dit artikel bijstand verlenen bij invordering
 van de belasting waarvoor op grond van het [achtste lid van artikel 14](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel14) (Vermogenswinsten) uitstel is verleend.

- 10. De bevoegde autoriteiten van de Staten komen de wijze van toepassing van dit artikel
 overeen. De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen voorts overeenkomen deze procedures
 aan te passen of aan te vullen; zij zijn echter gebonden aan de in het voorgaande
 vastgelegde algemene uitgangspunten.

#### XXXVI. Met betrekking tot het [tweede lid van artikel 32](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel32) (Beperking van [artikelen 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) en [31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31))

 Het is wel te verstaan dat de bevoegde autoriteiten van beide Staten al hetgeen redelijkerwijs
 mogelijk is doen om inlichtingen te verkrijgen en te verschaffen betreffende belangen
 in een persoon naar aanleiding van een verzoek van de andere Staat. Het tweede lid
 van [artikel 32](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel32) (Beperking van [artikelen 30](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel30) en [31](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel31)) leidt niet tot een verplichting van de bevoegde autoriteiten van de Staten om inlichtingen
 te verkrijgen en te verschaffen betreffende belangen in een persoon tenzij deze inlichtingen
 kunnen worden verkregen zonder te leiden tot onevenredige moeilijkheden.

#### XXXVII. Met betrekking tot het [tweede lid van artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde pensioenfondsen)

 Voor de toepassing van het [tweede lid van artikel 35](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel35) (Vrijgestelde pensioenfondsen) wordt een persoon aangemerkt als een gelieerde persoon
 indien meer dan 80% van het aantal stemmen of van de waarde van een soort aandelen
 toebehoort aan de persoon die de inkomsten verwerft.

#### XXXVIII. Tot slot

 Het is over het algemeen wel te verstaan dat de twee Regeringen op gezette tijden
 met elkaar overleggen betreffende de voorwaarden, uitvoering en toepassing van de
 [Overeenkomst](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) teneinde te waarborgen dat deze blijft beantwoorden aan de doelstelling van het vermijden
 van dubbele belasting en van het voorkomen van het ontgaan van belasting en, wanneer
 zij zulks wenselijk achten, verdere Protocollen zullen sluiten tot wijziging van de
 Overeenkomst. Het eerste overleg in dat kader zal plaatsvinden uiterlijk 31 december
 van het vijfde jaar na de datum waarop het Protocol in werking treedt in overeenstemming
 met de bepalingen van artikel 10 van het Protocol. Verder overleg vindt vervolgens
 plaats met tussenpozen van ten hoogste vijf jaar. Onverminderd de voorgaande alinea,
 kan elk van beide Regeringen te allen tijde verzoeken om overleg met de andere Regering
 met betrekking tot kwesties inzake de voorwaarden, uitvoering en toepassing van de
 Overeenkomst indien zij een spoedige oplossing daarvoor nodig acht.

#### Nr. I

 DEPARTEMENT OF STATE WASHINGTON

 Washington D.C., 8 maart 2004

 Excellentie,

 Ik heb de eer te verwijzen naar het heden ondertekende Protocol tussen de Verenigde
 Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden tot wijziging van de [Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan
 van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen](#Verdrag_1_Verdragtekst_1) en namens de Regering van de Verenigde Staten het volgende voor te stellen:

 In de loop van de onderhandelingen die hebben geleid tot het sluiten van het heden
 ondertekende Protocol, hebben de onderhandelaars de bij deze nota gevoegde overeenstemming
 opgesteld en daarover overeenstemming bereikt. De overeenstemming is een intentieverklaring
 inzake de gemeenschappelijke overeenstemming over en interpretatie van enige bepalingen
 van het Protocol zoals bereikt door de delegaties van de Verenigde Staten en het Koninkrijk
 der Nederlanden namens hun onderscheiden regeringen. Deze overeenstemmingen en interpretaties
 zijn bedoeld als richtlijn voor zowel de belastingplichtigen als de belastingautoriteiten
 van onze twee landen bij de interpretatie van deze bepalingen. Voorts is besloten
 dat deze overeenstemming de overeenstemming ten geleide van de Overeenkomst van 1992
 en de desbetreffende notawisseling bij het Protocol van 1993 zal vervangen. Indien
 de overeenstemmingen en interpretaties in de overeenstemming aanvaardbaar zijn, vormen
 deze nota en uw [nota](#Verdrag_1_VerdragtekstII_2) inzake de aanvaarding ervan de vaststelling van de overeenstemmingen en interpretaties
 die de partijen hebben bereikt.

 Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen
 aanvaarden.

 Voor de Minister van Buitenlandse Zaken

 ELIZABETH JONES

 Zijne Excellentie

 Boudewijn van Eenennaam

 Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

#### Nr. II

 Washington D.C., 8 maart 2004

 Excellentie,

 Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van uw [Nota](#Verdrag_1_VerdragtekstI_2) van heden die als volgt luidt:

 [Red: (Zoals in Nr. I) ]

 Ik heb de eer u mede te delen dat mijn Regering met het vorenstaande akkoord gaat.
 Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen
 aanvaarden.

 B. J. VAN EENENNAAM

 Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

 Ministerie van Buitenlandse Zaken van

 De Verenigde Staten van Amerika

 Afdrukken[Annuleren](/BWBV0001109/2004-12-28/0#Verdrag_1)

- [Over deze website](https://www.overheid.nl/over-deze-site)

- [Contact](https://www.overheid.nl/contact/reageren-op-wet-en-regelgeving)

- [English](https://www.overheid.nl/english)

- [Help](https://www.overheid.nl/help/wet-en-regelgeving)

- [Zoeken](https://www.overheid.nl/help/zoeken)

- [Informatie hergebruiken](https://www.overheid.nl/informatie-hergebruiken)

- [Privacy en cookies](https://www.overheid.nl/privacy-statement)

- [Toegankelijkheid](https://www.overheid.nl/toegankelijkheid)

- [Sitemap](https://www.overheid.nl/sitemap)

- [Kwetsbaarheid melden](https://www.ncsc.nl/contact/kwetsbaarheid-melden)

- [Linked Data Overheid](https://linkeddata.overheid.nl/)

- [Powersearch](http://powersearch.wetten.nl/)

- [MijnOverheid.nl](https://mijn.overheid.nl/)

- [Rijksoverheid.nl](https://www.rijksoverheid.nl/)

- [Ondernemersplein](https://ondernemersplein.kvk.nl/)

- [Werkenbijdeoverheid.nl](https://www.werkenbijdeoverheid.nl/)