#### Artikel 14. Vermogenswinsten
- 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van
onroerende zaken die zijn gelegen in de andere Staat mogen in die andere Staat worden
belast. Voor de toepassing van dit lid omvat de uitdrukking „onroerende zaken die
zijn gelegen in de andere Staat":
- a. onroerende zaken zoals bedoeld in [artikel 6](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel6) (Inkomsten uit Onroerende Zaken); en
- b. aandelen of andere vergelijkbare vennootschappelijke rechten in een lichaam dat inwoner
is van die andere Staat en waarvan de activa middellijk of onmiddellijk grotendeels
bestaan uit onroerende zaken gelegen in die andere Staat, en een belang in een vennootschap,
een trust of een nalatenschap, voor zover dat toerekenbaar is aan onroerende zaken
gelegen in die andere Staat.
In de Verenigde Staten omvat de uitdrukking een „United States real property interest”
zoals omschreven in de Internal Revenue Code op de datum van ondertekening van deze
Overeenkomst, en van tijd tot tijd gewijzigd zonder de algemene uitgangspunten beschreven
in dit lid te wijzigen.
- a. Indien een persoon, die sinds 18 juni 1980 onafgebroken inwoner is geweest van een
van de Staten, na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst onroerende zaken
vervreemdt die zijn gelegen in de andere Staat, en deze vervreemding door de andere
Staat niet kon worden belast onder de bepalingen van het eerdere [Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het[tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding), en:
- i. de inwoner de vervreemde zaak vanaf 18 juni 1980 tot de datum van vervreemding onafgebroken
in zijn bezit heeft gehad; of
- ii. aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
- A. de inwoner heeft de vervreemde zaak verworven door een transactie die voor de belastingheffing
in de andere Staat kwalificeerde om niet in aanmerking genomen te worden (vastgesteld
zonder rekening te houden met artikel 897 van de Internal Revenue Code), en de inwoner
heeft de zaak onafgebroken in zijn bezit gehad sinds de verwerving ervan; en
- B. de oorspronkelijke waardegrondslag van de vervreemde zaak voor de inwoner was gelijk
aan hetzij de waardegrondslag van de zaak die de inwoner inruilde voor de vervreemde
zaak, hetzij de waardegrondslag van de vervreemde zaak onmiddellijk voorafgaand aan
de overdracht in de handen van de persoon die de zaak overdroeg aan de inwoner; dan
wordt het voordeel waarover in de andere Staat ingevolge dit artikel belasting is
verschuldigd, verminderd met het gedeelte van het voordeel dat, per maand, naar evenredigheid
kan worden toegerekend aan het tijdvak dat eindigt op 31 december 1984, of met een
zoveel groter gedeelte als ten genoegen van de bevoegde autoriteit van die andere
Staat kan worden aangetoond, kan worden toegerekend aan dat tijdvak.
- b. De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing, tenzij gedurende het tijdvak van
1 januari 1992 tot en met de datum van vervreemding, de inwoner en elke andere persoon
die de zaak gedurende die periode in bezit heeft gehad, gerechtigd was tot de voordelen
van dit artikel ingevolge [artikel 26](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel26) (Beperking van Voordelen) of daartoe gerechtigd zou zijn geweest indien de Overeenkomst
gedurende dat hele tijdvak van kracht zou zijn geweest. Bovendien moet iedere persoon
die de zaak gedurende het tijdvak van 18 juni 1980 tot en met 31 december 1991 in
zijn bezit heeft gehad inwoner zijn geweest van een van de Staten ingevolge het eerdere
[Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het [tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding).
- c. De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing op de vervreemding van een zaak
die:
- i. op enig tijdstip op of na 18 juni 1980 deel heeft uitgemaakt van het bedrijfsvermogen
van een vaste inrichting of heeft behoord tot een vast middelpunt, gelegen in de andere
Staat;
- ii. middellijk of onmiddellijk was verworven door enig persoon op of na 18 juni 1980,
in een transactie die voor de belastingheffing niet kwalificeerde om niet in aanmerking
genomen te worden (vastgesteld zonder rekening te houden met artikel 897 van de Internal
Revenue Code), of in een transactie waarin de zaak is verworven in ruil voor een activum
dat was verworven in een transactie die voor de belastingheffing kwalificeerde om
niet in aanmerking genomen te worden (vastgesteld zonder rekening te houden met artikel
897 van de Internal Revenue Code); of
- iii. middellijk of onmiddellijk was verworven door enig persoon op of na 18 juni 1980 in
ruil voor een zaak beschreven onder (i) of (ii), of een zaak waarvan de vervreemding
had kunnen worden belast door de andere Staat ingevolge de bepalingen van het eerdere
[Verdrag](/jci1.3:c:BWBV0005531) zoals dit is omschreven in het [tweede lid van artikel 37](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukVI_Artikel37) (Inwerkingtreding).
- 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van
het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten
in de andere Staat heeft, of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt
dat een inwoner van een van de Staten in de andere staat tot zijn beschikking heeft
voor het verrichten van zelfstandige arbeid, daaronder begrepen voordelen verkregen
uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of met de gehele onderneming)
of van het vaste middelpunt, mogen in die andere Staat worden belast.
- 4 Niettegenstaande de bepalingen van het derde lid zijn voordelen verkregen uit een
fictieve vervreemding van lichamelijke roerende zaken waarop kan worden afgeschreven
en die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming
van een van de Staten in de andere Staat heeft op grond van de bepalingen van het
[derde lid van artikel 27](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukV_Artikel27) (Werkzaamheden Buitengaats), of van lichamelijke roerende zaken waarop kan worden
afgeschreven en die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de
Staten op grond van de bepalingen van het vijfde lid van artikel 27 (Werkzaamheden
Buitengaats) voor het verrichten van zelfstandige arbeid in de andere Staat tot zijn
beschikking staat, slechts belastbaar in de Staat waar de onderneming is gevestigd
als het tijdvak gedurende hetwelk de lichamelijke roerende zaken waarop kan worden
afgeschreven deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of behoren
tot dat vaste middelpunt korter is dan 3 maanden en mits de feitelijke vervreemding
van de lichamelijke roerende zaken waarop kan worden afgeschreven niet plaatsvindt
binnen 1 jaar na de datum van de fictieve vervreemding van deze zaken.
Indien het voordeel verkregen uit de fictieve vervreemding van de lichamelijke roerende
zaken waarop kan worden afgeschreven slechts belastbaar is in de Staat waar de onderneming
is gevestigd, wordt bij het bepalen van de winst van de vaste inrichting of van het
vaste middelpunt in de andere Staat met betrekking tot die lichamelijke roerende zaken
waarop kan worden afgeschreven de afschrijving gebaseerd op de laagste van de boekwaarde
of de marktwaarde, berekend op het tijdstip waarop die zaken deel werden van het bedrijfsvermogen
van de vaste inrichting of die zaken voor het eerst behoorden tot het vaste middelpunt.
- 5 Niettegenstaande de bepalingen van het derde lid zijn voordelen verkregen door een
onderneming van een van de Staten uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen
die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, en van roerende goederen die worden
gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts in die Staat
belastbaar.
- 6 Voordelen, zoals beschreven in [artikel 13](#Verdrag_1_Verdragtekst_1_HoofdstukIII_Artikel13) (Royalty's) zijn belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.
- 7 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan de goederen bedoeld
in het eerste tot en met het vijfde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan
de vervreemder inwoner is.
- 8 Indien een inwoner van een van de Staten goederen vervreemdt in het kader van de oprichting
van een lichaam, in het kader van een reorganisatie, fusie, splitsing of van een soortgelijke
transactie, en de op deze vervreemding betrekking hebbende winst, voordelen of inkomsten
voor de belastingheffing van die Staat niet in aanmerking worden genomen of de belastingheffing
daarover wordt uitgesteld, wordt voor enige belasting die anders met betrekking tot
die vervreemding zou zijn geheven door de andere Staat ook uitstel verleend, voor
zover en voor zolang als voor die belasting uitstel zou zijn verleend indien de vervreemder
een inwoner van de andere Staat zou zijn geweest, maar niet langer en voor geen groter
bedrag dan in de eerstgenoemde Staat, mits die belasting bij een latere vervreemding
kan worden geïnd en de inning van het bedrag aan belasting in kwestie bij de latere
vervreemding ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van beide Staten is zekergesteld.
De bevoegde autoriteiten van de Staten ontwikkelen uitvoeringsvoorschriften ten behoeve
van de toepassing van dit lid.
- 9 De bepalingen van het zevende lid tasten niet aan het recht van elk van de Staten
overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen die uit de vervreemding
van aandelen of andere vennootschappelijke rechten die aanspraak geven op een aandeel
in de winst in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen
is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat daarvan inwoner is, worden verkregen
door een natuurlijke persoon, die inwoner is van de andere Staat en die:
- a. op enig tijdstip gedurende het tijdvak van vijfjaar dat aan de vervreemding voorafgaat
inwoner is geweest van de eerstgenoemde Staat, en
- b. op het moment van de vervreemding, hetzij alleen, hetzij te zamen met verwante natuurlijke
personen, ten minste 25 percent van enige soort van de aandelen van dat lichaam bezit.
Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „verwante natuurlijke personen”
de echtgenoot van de vervreemder en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte linie
(voorouders en rechtstreekse afstammelingen) en zijn bloed- of aanverwanten in de
tweede graad van de zijlinie (broers, zusters of hun echtgenoten).